Leesfragment: Onheil in Black Creek - Hugo Matthysen

Onheil in Black Creek is een verhaal over dingen die voorbijgaan, over het kunnen loslaten van het verleden, over aanvaarden dat de jeugd andere inzichten en prioriteiten heeft. Maar het toont ook de ontroerende vriendschap tussen ouder wordende weekendcowboys, die elkaar tot het bittere einde blijven steunen, zelfs als er bizarre bedriegerij uit het verleden aan het licht komt.  Lees hier alvast de eerste twee hoofdstukken.

Onheil in Black Creek
Hugo Matthysen

ISBN: 9789464340778
Prijs: €12,50


1

 

Beste vrienden en collega’s, vandaag is het moment gekomen om, na meer dan twintig jaar, de fakkel door te geven. 

En ik zou kunnen zeggen aan mijn opvolger: ga er voorzichtig mee om, met die fakkel. Want het is niet altijd eenvoudig om ze brandende te houden. Ja, de fakkel brandt nog, en ze brandt goed. Maar er zijn momenten geweest waarop ik dacht: brandt ze eigenlijk nog wel? Met andere woorden: is ze niet gedoofd, de fakkel? En dan keek ik eens goed, en ik zag dat ze inderdaad nog brandde, de fakkel, maar wel amper. En op zo’n moment dacht ik: zo kan ik de fakkel niet doorgeven. Nee, ik kan geen fakkel doorgeven waarvan iedereen zegt: dat is geen fakkel, dat is een smeulend stuk hout. Dus nu is de fakkel wel degelijk brandende, ze brandt goed maar niet overdreven, en zo hoort het ook. Want een goeie fakkel is een fakkel die een duidelijke
maar ook niet te felle vlam geeft, want een fakkel die u kan verschroeien vormt een risico voor de toekomst. Nee, geef mij maar een gewone degelijke fakkel. Want een gewone, degelijke fakkel, zei ik wel eens tegen mezelf, is eigenlijk de ideale fakkel.

Welnu, goeie vrienden: zo’n fakkel heb ik vandaag in handen. En ik ben er trots op dat ik vandaag zo’n fakkel kan doorgeven. Een fakkel die alles is wat een fakkel kan en moet zijn, niets meer maar ook niets minder. 

Ja, ik ben trots, maar ik heb daar ook dubbele gevoelens bij. Nee, niet omtrent de fakkel, ik denk dat ik duidelijk heb gemaakt dat er op de fakkel weinig of niks valt aan te merken, nu ja, kritiek is altijd mogelijk, zeker bij een fakkel. Maar wees gerust, over deze fakkel moet mijn opvolger zich voorlopig geen zorgen maken. Ik zeg voorlopig, want met een fakkel weet ge maar nooit. Maar die dubbele gevoelens gaan dus over iets anders.


2

 

Ik, en samen met mij de hele beheerraad, ga dus de fakkel overgeven aan jullie, beste Jelle en Femke. Jaja, vroeg of laat moet de ouderdom de jeugd haar kansen geven. Dat was ook zo bij mij, toen mijn vader de fakkel doorgaf aan mij.

Mijn vader, Wild Bill Jenkins, heeft Black Creek, ons cowboydorp, mee opgericht in 1959 en hij heeft dat geleid tot in ’94, het
jaar van zijn tragische overlijden. Het was trouwens in dat jaar, amper tien dagen voor zijn overlijden, dat mijn vader de fakkel aan mij doorgaf. Sindsdien ben ik dus sheriff van ons geliefde cowboydorp.

Mijn vader had toen al vijfendertig jaar aan de weg getimmerd, en niet alléén aan de weg. Ook twee jaar lang aan de de galg die zijn einde zou betekenen.

Ik heb het hem nog gezegd: pa, zoudt ge dat wel doen, zo’n galg? Maar hij vond dat authentiek, een echte galg aan het einde van de hoofdstraat, met een kunstig en heel realistisch beeld van een gier erbovenop. Ik zei dus: pa, zoudt ge dat wel doen, omdat ik wist dat hij van plan was zich elke zondag te laten ophangen. Ja, zo was hij, hij moest en hij zou alles demonstreren wat met het cowboyleven te maken had. Maar met paarden temmen of met lassowerpen ligt dat toch minder moeilijk dan met een galg. Maar hij was een doorzetter, en ook een perfectionist, die steeds persoonlijk en zeer nauwkeurig controleerde of alles wel veilig was. Jullie hebben dat niet meer meegemaakt, maar elk weekend kwam er heel wat volk naar de terechtstelling van Wild Bill Jenkins kijken.

Wild Bill Jenkins, de beruchte paardendief! Toen dacht ik dat mijn vader mij de fakkel had doorgegeven, omdat hij moeilijk tegelijk én een beruchte paardendief én een sheriff kon zijn.

Later ben ik die fakkelovergave op een andere manier gaan bekijken.

Meer dan een jaar lang verliep die terechtstelling perfect. Tot die fatale zondag in 1994. Maar hoe tragisch het ook was, het was voor iedereen die hem kende een troost dat hij in zijn eigen Black Creek, zijn eigen cowboydorp, aan zijn einde was gekomen.

En het is misschien ook maar goed dat hij de neergang van zijn levenswerk niet meer heeft moeten meemaken. Dat heb ik lange tijd gedacht. En wat een geluk bij een ongeluk dat hij nog de kans heeft gehad om de fakkel door te geven. Ik wist niet beter.

Waarmee ik maar wil zeggen, beste Femke en Jelle, Black Creek is een plek met een bewogen geschiedenis. En dat ongeluk heeft er diep ingehakt, bij iedereen.

Mijn moeder was daar gelukkig niet bij aanwezig. Ze had bange voorgevoelens, zei ze, en ze kon niet tegen die spanning. Ze kwam dus nooit op zondag. Achteraf bleek dat ze een minnaar had, bij wie ze elke zondag langsging. Ze heeft dus niet zo heel lang getreurd.


Meer leesfragmenten


 »