Leesfragment: Moordgriet - Benny Baudewyns

In het november verschijnt een nieuwe thriller van Benny Baudewyns: MoordgrietLees hier alvast de spannende proloog.

Moordgriet
Benny Baudewyns

ISBN: 9789464340679
Prijs: €22,50

 

Verschijnt begin november 2021


PROLOOG

 

1
Tien dagen eerder

Doha, Qatar
Dinsdag 4 april 8.57 uur

 

Zan Ongkiewang draaide de waterkraan dicht en droogde zich snel af. Hij opende de deur van de badkamer op een kier. Hij zag zijn maatje van de nacht op het bed zitten en, met de afstandsbediening in de hand, naar een luidruchtige, Arabische zender kijken. Op de verfrommelde lakens lag Zans lederen aktentas. Hij wist pertinent zeker dat hij hem niet op die plek had achtergelaten.
         Zan liep de kamer in, naakt en met een brede glimlach op zijn gezicht. Hij kleedde zich aan omdat hij niet opnieuw een
erectie wilde. Want Shari had een prachtig lijf. Gespierd en glad, zoals hij het graag had. De gordijnen bij het grote raam waren opengeschoven en diep onder hen zag Zan het landschap dat hij zo haatte. Zand, zand en meer zand, doorsneden met autowegen zonder verkeer.
         Qatar is en blijft een achterlijke zandbak, bedacht Zan.
         Wat een verschil met Shangai, de stad waar hij was geboren en zijn jeugd had doorgebracht. Net bevrijd van het communistische juk leek er alles mogelijk en Zan was een gulzige leerling geweest. Van eerste liefjes tot de meest schaamteloze
orgieën. Hij leerde dat vrijen met een man zoveel leuker en geiler was. De pret duurde tot zijn oom, Shao Ongkiewang, de broer van zijn vader die hem in huis had genomen toen zijn ouders waren omgekomen, hem naar Groot-Brittannië stuurde. Naar de London School of Economics, met de bedoeling dat Zan in zijn voetsporen zou treden. Shao was immers een succesvol zakenman, die samen met twee partners een heel imperium had opgebouwd, voornamelijk in de voedselindustrie. Van groente- en vleesproducenten, tot verwerkingsfabrieken. De laatste jaren hadden ze hun interesses uitgebreid. Hun laatste exploot was een agressieve overnameaanval op de geneesmiddelenindustrie.
         Zans blik bleef in de zanderige leegte ronddwalen. Hij kon een glimlach niet onderdrukken toen hij terugdacht aan zijn
jaren in Londen. Losbandigheid troef. Het werd zo erg zelfs dat zijn oom hem daar weghaalde en naar Parijs stuurde. Na jaren aanmodderen keerde Zan zonder enig diploma terug. De enige bagage die hij van Europa meebracht, was zijn talenkennis.
Hij kon vlot een gesprek aangaan, zowel in het Engels als in het Frans. Die talenkennis was uiteindelijk zijn redding geweest. Door hun internationale bezigheden kon zijn oom die goed gebruiken. Hij reisde sindsdien de wereld rond om overal, waar zijn oom en zijn trawanten ook maar problemen ondervonden, de stront te ruimen.

 

Hij was eindelijk aangekleed. Hij nam de afstandsbediening uit de handen van de jongen op het bed en knipte de tv uit. ‘Cut the crap,’ zei hij, bozer dan hij het zelf wilde. ‘Ik krijg migraine van die godsdienstprogramma’s. Eerlijk Shari, hoe kun je daar nu naar kijken?’
         De jongen keek hem bedroefd aan. ‘My name is Shabi, not Shari.
         Zan wuifde de opmerking boos weg. Hij nam zijn tas van het bed en ritste een zijvak open. Hij haalde wat dollarbiljetten
tevoorschijn. Die stopte hij de jongen toe.
         ‘Fijne tas,’ zei Shabi. ‘Mooi leder. Prima kwaliteit. Ik kan het weten, mijn vader handelt in die dingen. Is dit een Gucci?’
         ‘Ja,’ zei Zan vrolijk. ‘Een echte, want Michael Kors heeft er zijn naamplaatje in gestikt.’
         Shabi keek boos. ‘Zo’n toon hoeft nu ook niet. Gisteren was je veel liever.’
         ‘Dat komt omdat ik vandaag een drukke dag heb,’ gromde Zan. ‘Hoe plan je eigenlijk om hier weg te geraken?’
         ‘Ik neem de personeelslift,’ zei Shabi. ‘Straks heb ik immers middagdienst in het restaurant.’
         ‘Wees voorzichtig als je de gang oploopt. Zorg dat niemand je ziet.’ Zan moffelde zijn kleren van de vorige dag in zijn koffer die op het bagagerek lag en sloot die af.
         ‘He, krijg ik geen afscheidszoen?’ mopperde Shabi bij de deur.
         ‘Die zit in je jaszak.’

 

Een kwartier later stond Zan Ongkiewang bij de dienstliftdeur in de kelderverdieping van het hotel. Slechts enkele mannen
liepen hem voorbij op weg naar de kleedkamers. Shabi was nu bijna twintig minuten bij hem weg, hij zou nu ongeveer onder
de douche moeten staan. Zan vond de badruimte en hoorde inderdaad water stromen. Hij wachtte tot hij er zeker van was
dat er slechts één persoon aanwezig was. Hij verschool zich achter het gordijn van een lege doucheplek. Net op tijd. De
waterstraal stopte abrupt. Door een kier zag hij Shabi passeren, met een handdoek zedig rond de lenden. Bij het bankje voor de kleerkastjes begon hij zich snel aan te kleden.
         Shabi keek vreemd op toen hij Zan plots voor zich zag staan. Zan verkocht hem een zware dreun op het voorhoofd. Shabi’s hoofd sloeg met een droge knak achterover en hij zakte in elkaar vooraleer hij de tijd had om te gillen. Zan voelde de pols. Shabi was dood. Gebroken nek. Zan sleepte hem naar de toiletruimte en plantte hem in het laatste hokje op de pot. Hij maakte de zwarte broek van het uniform los en met een haal van zijn vlijmscherpe mes sneed hij zijn lul af. Die stopte hij in Shabi’s mond. De boodschap zou overduidelijk zijn. Een jonge homo werd op gepaste wijze gestraft. De politie zou niet al te ijverig naar de moordenaar op zoek gaan. Die had hun immers een pak werk uit handen genomen. Het enige wat de nabestaanden van Shabi te doen stond was het lichaam begraven en in alle stilte om hem rouwen.
         Had je maar niet aan mijn tas moeten komen, bedacht Zan. Ik kon geen enkel risico nemen.
         Drie uur later, toen hij in het vliegtuig naar Bangkok zat, soesde hij weg en kreeg hij spontaan een erectie terwijl hij
terugdacht aan de geile nacht met Shabi.


2
Negen dagen eerder

Bangkok, Thailand
Woensdag 5 april 10.22 uur

 

Zan was slechts enkele malen in Bangkok geweest en hij begon de stad steeds meer te haten. Hij begreep de dualiteit van deze stad niet. Op schreeuwerige reclamepanelen werden de nieuwste smartphones aangeprezen, terwijl eronder een oude marktkramer een handkar duwde, zoals zijn voorouders dat al hadden gedaan.
         Zan liet zich naar het Royal Orchid Sheraton bij de Menam-rivier brengen. De rit duurde eindeloos lang. Toen hij eindelijk zijn bestemming bereikte, gordde hij zijn lederen tas met een riem om de schouder en mengde zich tussen de gasten, voornamelijk toeristen. Hij vond zijn oom, Shao Ongkiewang, bij de bar aan het zwembad. Dit geplande onderonsje
was er eentje waar ‘heikele punten’ zouden worden besproken, en zulke ontmoetingen hield Shao steevast op plekken waar je
geen zakenmensen verwacht.
         ‘Je bent laat,’ zei Shao Ongkiewang chagrijnig.
         ‘Het verkeer,’ zei Zan.
         Shao Ongkiewang liet zich van de barkruk glijden. ‘Kamer 1014,’ zei hij. ‘Over tien minuten. Vertrek op tijd, want het is druk bij de liften.’

 

Shao bracht via een laptop een verbinding tot stand met zijn twee partners. Zan keek door het raam van de kamer naar de
drukke rivier. Nog even en de rivier zou even vol zitten als de stadsautostrades.
         ‘Ga zitten,’ gebood Shao. ‘Aan de andere kant.’
         Zan kende de afspraken. Wanneer de verbinding tot stand kwam, mocht hij niet in beeld verschijnen. Een voorzorgsmaatregel van zijn oom.
         ‘Ik moet hen nog op de hoogte brengen van het probleem,’ zei Shao. Hij sloeg een paar toetsen aan en knikte goedkeurend
toen een geruis uit de laptop opsteeg. ‘Horen jullie mij?’
         ‘Ja,’ klonk het blikkerig. ‘Geen probleem.’
         Zan kon een glimlach met moeite onderdrukken. Zijn oom zou nooit de prijs voor vriendelijkheid winnen. Hij wist wel dat Shao bewust geen namen gebruikte uit angst voor luistervinken, maar het klonk bijzonder bot.
         ‘Hij is hier om verslag uit te brengen,’ begon Shao. ‘Ik moet jullie eerst duiden waar het precies om gaat. We hadden nog
niet de kans om het daarover te hebben.’ 
         Wanneer zouden zijn oom en zijn trawanten eindelijk eens beseffen dat hun zaakjes hun boven het hoofd groeiden? Ze
hadden zoveel overnames gerealiseerd dat ze tegenwoordig als gekken over de planeet hosten. Ach, bedacht Zan, ze doen
maar. Zolang ik mijn centjes maar verdien. 
         ‘Ik vind dat het de hoogste tijd is dat we onze horizon verbreden,’ begon Shao tegen het scherm van zijn laptop, ‘dus heb
ik, een maand geleden, een bod gedaan op het Franse LVMH. Dat is het bedrijf van de familie Arnault, met aan het hoofd
Bernard Arnault. Ik had uit goede bron vernomen dat hun concern te koop zou komen.’
         Zan staarde naar het hoogpolig tapijt aan zijn voeten. Hun zakenpraatjes konden hem wat. Hij was nog steeds geil na zijn
esbattementen met Shabi twee nachten geleden en wilde hier zo snel mogelijk weg. Hij wilde naar Khao San Road, waar
je maar met je ogen hoefde te knipperen om een orgietje te bouwen.
         De laptop antwoordde. ‘Wat voor bedrijf is dat precies?’
         Shao glunderde. ‘Dit gaan jullie leuk vinden. Het is een conglomeraat, een verzameling van luxemerken om u tegen te
zeggen. Hennessy zit erin.’ 
         ‘Het cognacmerk?’
         ‘Ja. En als je daar niet van houdt, dan is er Glenmorangie. Whisky.’
         Er klonk wat gelach. ‘Hij gaat zich in de sterkedrank lanceren.’
         ‘Je hebt de beste nog niet gehad,’ ging Shao vergenoegd verder. ‘Er zit champagne bij. Twee topmerken: Krug en
Moët&Chandon.’
         ‘Prima drankjes. Dat is het?’
         ‘Nee. Tagheuer behoort er ook bij. Dat zijn horloges, en niet van de minste. Dan nog Givenchy, het parfummerk. Verder
enkele modemerken, maar die kunnen we verkopen. Zegt me eerlijk gezegd niet zoveel. Oh, dit zal jou interesseren. Royal van Lent Shipyard zit ook in de pot. Ze maken luxejachten voor de groten der aarde.’
         Er klonk een bewonderend gefluit door de laptop.
         ‘LVMH noteert honderdzeventig, denk ik,’ zei Shao. ‘Ik bood honderdnegentig, op voorwaarde dat ze het hele pakket
aandelen verhandelen. Want daarover waren ze niet erg duidelijk.’
         ‘Dat is een heel mooie inleiding,’ zei de laptop. ‘Dus veronderstellen we dat nu het probleem komt?’
         ‘Ja,’ knikte Shao. ‘Dat is er inderdaad. Een dag voor afsluiting kwam er een tegenbod. Tweehonderdenvijf!’
         ‘Wat? Dat is geen tegenbod, dat is een kruisraket.’
         ‘Zo denk ik er ook over,’ zei Shao. ‘Zo een bod kan je moeilijk au sérieux nemen. Dit komt van iemand die ons uit de markt wil tegen elke prijs.’ ‘Is het een serieus bod? Of is het blufpoker?’
         ‘Dat wilde ik ook wel eens weten. Dus heb ik hem op pad gestuurd,’ zei Shao, terwijl hij Zan aankeek. ‘Ik wilde meer
informatie over de bieder vooraleer een strategie te bepalen. Hij is pas terug van zijn opdracht. Ik luister samen met jullie
naar zijn verslag.’
         Zan had zijn lederen tas geopend en enkele paperassen tevoorschijn gehaald. Hij schraapte zijn keel. ‘Het wordt redelijk
ingewikkeld,’ begon hij. ‘Ik ben te weten gekomen dat het bod werd uitgebracht door het bedrijf Erdenet. Dat bedrijf wordt gesteund door de privébank Gerex, die garant staat voor het bod.’
         ‘Die ken ik niet,’ zei een van de stemmen in de laptop. ‘Geen van beide.’
         ‘Ik ook niet,’ beaamde Shao.
         Zan keek het papier voor zich in. ‘Beide firma’s zijn in handen van dezelfde persoon. Een zekere Walid. Hij is de zoon van sjeik Hamad ibn Muhammad ash-Sharqi, de emir van Fujairah.’
         Ettelijke seconden was er enkel geruis te horen. Toen riep een van de zakenpartners. ‘Nog eens, en nu in een verstaanbare
taal?’
         ‘Die namen doen er niet zo toe,’ zei Zan. ‘Belangrijk te weten is dat die firma Erdenet gevestigd is in Fujairah. Dat emiraat maakt deel uit van de Verenigde Arabische Emiraten. Dubai en Abu Dhabi kent iedereen, maar Fujairah ligt helemaal in het oosten, tegen de Golf van Oman. Het is niet zo welgesteld als zijn buren, het is het enige emiraat dat geen olie heeft. Stel je voor: die firma Erdenet is een… kamelenkwekerij.’
         De stemmen aan de andere kant werden bozer. ‘Zit die onverlaat ons in de maling te nemen?’
         Shao hief zijn handen op. ‘He, he, ik verneem dit ook maar samen met jullie.’
         Zan ging onverdroten verder. ‘Ik ken iemand in Qatar, een buurland van de Verenigde Emiraten, die zich ook met de kweek van kamelen bezighoudt. Hij is voor mij naar Fujairah geweest en heeft een en ander uitgevlooid.’ Zan nam een verslag dat hij zelf had opgesteld. ‘Walid mag dan die kwekerij bezitten, die laat hem geenszins toe het leven te leiden dat hij leidt. En ze verschaft hem al zeker niet het kapitaal om de bank Gerex op te richten.’
         ‘Hoe komt hij dan wel aan zijn geld?’
         ‘Harde bewijzen zijn er niet,’ vervolgde Zan. ‘Maar in het oosten van het emiraat ligt het Hadjargebergte. Een ruige streek waar het ook veel regent. Er is volop vruchtbare grond waarop, naar men fluistert, hennep wordt verbouwd.’
         Zan zag de laptop bijna knikken.
         ‘Ja,’ zei een van de stemmen. ‘Ik begrijp het. Een bloeiend handeltje in marihuana, massa’s zwart geld en nu gaan ze dat
in de reguliere economie pompen. Vandaar dat uitzinnige bod. Heeft die Walid nog meer overnames gerealiseerd?’
         ‘Nee,’ zei Zan. ‘Verleden jaar richtte hij de privébank Gerex op en dit moet zijn eerste project worden.’
         ‘Op deze manier doe je geen zaken,’ schreeuwde Shao.
         ‘Wat wil je eraan doen?’ zei de laptop. ‘Die sjeik deed niks verkeerd met zijn bod.’
         ‘Luister eens,’ zei de andere stem. ‘We dwalen af. Ik wil die jachtenbouwer. Je weet dat ik verzot ben op varen.’
         Shao knikte. ‘Ik weet dat Walid niks verkeerd deed, maar
het mag niet doorgaan. Zo eenvoudig ligt het.’
         ‘Heb je enig idee hoeveel tijd we hebben om een nieuw tegenbod te doen?’
         ‘Ja,’ zei Shao. ‘Dat heb ik. Over twee weken. Maar ik ben geenszins van plan om een tegenbod te doen. Het bedrag loopt nu al in de miljarden. Dat verdienen we nooit terug. Tenminste, toch niet snel genoeg.’
         Weer een paar tellen stilte. Dan: ‘Maak een concrete begroting op. Licht elke firma van dat Frans conglomeraat apart door. Misschien is er toch nog ruimte voor een tegenbod. En dan weten we ook meteen welke minder rendabele poten we kunnen verkopen.’
         Shao wreef over zijn kin. Het was duidelijk dat het voorstel hem niet zinde.
         ‘Oh, voor we afsluiten,’ zei de laptop. ‘Heb je al iets kunnen doen aan dat Belgisch probleem?’
         Shao zuchtte. ‘Nee,’ zei hij gelaten. ‘Zo druk gehad. Ik maak er werk van.’
         ‘Goed. We laten het hierbij.’
         De verbinding werd verbroken. Shao klapte de laptop dicht. ‘Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om een hoger bod
uit te brengen,’ mompelde hij. ‘Bij honderdnegentig kunnen die Fransozen kaviaar vreten tot het einde van hun dagen. Ik wil die firma voor geen cent meer.’
         ‘Er is misschien een andere oplossing,’ zei Zan voorzichtig.
         ‘Ik luister.’
         ‘Walid is wel een zoon van sjeik Hamad, maar slechts uit een tweede huwelijk. Hamad heeft een zoon en een dochter uit een eerder huwelijk.’
         ‘Waar wil je naartoe?’ vroeg Shao ongeduldig.
         ‘De realiteit is dat Walid nooit aanspraak zal kunnen maken op de troon. Als nakomer uit een tweede huwelijk, wordt hij
steeds buiten de familiezaken en de politiek gehouden.’
         ‘Dus?’
         ‘Die vermoedelijke drugshandel en het opbouwen van een imperium in de reguliere economie doet Walid alleen. Hij is
een eenzaat, niet gehuwd, geen kinderen, geen zakenpartners. Mocht hij er niet meer zijn, dan is er geen bod meer.’
         Shao’s gezicht klaarde op. ‘Ik heb het hier met jou nooit over gehad, maar je hebt wel niet veel tijd. Amper twee weken.’
         ‘Ik weet het. Het ergste is dat ik niet gewoon naar Fujairah kan. Het emiraat kent bijna geen toerisme. Ik zou er opvallen
als een zebra in een kamelenkwekerij.’
         Shao knikte. ‘Je vindt wel iets. Ik wil zo snel mogelijk een oplossing. Want er is ook nog dat Belgisch probleem.’
         Een zoveelste overname die niet helemaal was verlopen zoals gepland. Zan was een paar keer in het land geweest. Hij
herinnerde zich dat het er constant regende. Hij haatte regen.


3
Zeven dagen eerder

Brussel
Vrijdag 7 april 11.53 uur

 

Zan Ongkiewang liep het vijfsterrenhotel Amigo uit en liet zich in een van de tavernes op de Grote Markt een peperdure koffie serveren (sinds Parijs had hij thee afgezworen en was hij een kenner geworden). Hij feliciteerde zichzelf met de vooruitgang in wat zijn oom “het Belgisch probleem” noemde. Zan had vrij gemakkelijk informatie vergaard over de bewuste Belg die het hen zo moeilijk maakte. De kerel genoot namelijk bekendheid in het land. Zan had zeer waardevolle informatie zomaar op het internet gevonden. Hij belde zijn oom via een beveiligde gsm.
         ‘Het plan voor België is het volgende,’ zei Zan, toen hij hoorde dat er contact was – ook onder hen gebruikten ze nooit namen en besteedden ze geen tijd aan onnodige inleidingen. ‘Ons heerschap investeert zijn geld op dit moment in een groots project. De kans dat hij ons schadeloos stelt voor ons probleem is volgens mij nihil.’
         ‘Zoiets had ik ook al verwacht. Wat is je plan?’
         ‘Schitterend, al zeg ik het zelf,’ zei Zan vergenoegd. ‘Ik heb een idee om de beide problemen waar ik op dit moment aan
werk, samen op te lossen.’ 
         ‘Bedoel je dat probleem met die kamelenboer? Hoe wil je dat nou combineren?’
         Zan keek even rond in de taverne, maar er was niemand in zijn buurt. ‘Ik ga het project van onze Belg saboteren. Als zijn
onderneming in het water dreigt te vallen, moeten we hem met Walid in contact brengen. Als we het goed spelen, zal Walid een bod op zijn gekelderde project uitbrengen. Ik ruim het probleem Walid op en schuif het in de schoenen van onze Belg. Project kwijt en aanzien kwijt. Jullie hebben wel geen schadeloosstelling, maar onze Belg geen geld meer.’
         ‘Op het eerste gezicht heel vergezocht, maar er zit wat in, moet ik zeggen. Als ik in contact kan komen met Walid en hem dat verhakkelde project van onze Belg aan een zacht prijsje voorstel, zal hij misschien wel toehappen. Hij lijkt me iemand die geen koopje laat liggen.’
         ‘Ik heb wat spullen nodig om aan de slag te gaan,’ zei Zan.
         ‘Details,’ kapte Shao af. ‘Details waar ik geen tijd voor heb.’
         De verbinding werd verbroken. Zan keerde naar het hotel terug en op zijn kamer stopte hij de beveiligde gsm weg in zijn koffer. Hij rommelde wat tussen het ondergoed en vond een tweede gsm. Eentje waar zijn oom niks van afwist. Zan glimlachte. Zijn ooms paranoia nam soms vreemde vormen aan. Het angstvallig geheimhouden van de identiteit van zijn zakenpartners bijvoorbeeld. Zan was zelf op onderzoek gegaan en had een van hen gevonden. Kang Xiao, een vijftigjarige, voormalige oliebaron, die zijn bronnen in de Zuid-Chinese Zee voor een fortuin had verkocht. De laatste jaren had hij zich gespecialiseerd in de voedingsindustrie en was hij zich volledig op de Afrikaanse markt gaan toeleggen. 
         Zan belde hem via zijn tweede toestel. Er werd meteen opgenomen. ‘Ik heb wat spullen nodig,’ zei hij. Ook nu werd geen tijd verspild aan inleidingen, zij waren toch de enigen die dit toestel gebruikten.
         ‘Waar Shao niks mag over weten,’ zei Kang Xiao vrolijk. ‘Gaat het over de operatie die we eergisteren bespraken?’
         ‘Ja, ik heb wat van het product nodig hier in België.’ Kang mopperde. ‘Ik wil geen problemen met smokkel naar het buitenland.’
         ‘Stuur het me in zijn ruwe vorm,’ zei Zan. ‘Ik heb het wel snel nodig.’
         ‘Tot je orders, generaal.’
         Zan glimlachte. Kang Xiao was van een heel ander hout gesneden dan zijn oom.
         ‘Weet je het aan te maken?’ vroeg Kang.
         ‘Wat is de beste manier?’
         ‘De schors,’ zei Kang. ‘Daarin is het percentage van het spul het hoogst. Je moet ze fijnsnijden, koken en daarna filteren.
Reukloos en smaakloos, je kunt er fijne dingen mee doen. Waar kan ik DHL laten leveren?’
         ‘Doe maar op mijn naam in het Amigohotel in Brussel. Kamer 153.’
         ‘Het is al onderweg.’


4
Twee dagen eerder

Bastogne
Woensdag 12 april 14.37 uur

 

Het Bastogne War Museum kon Zan Ongkiewang maar matig boeien. Hij liep op een drafje door de verschillende zalen en stapte de cafetaria aan de achterzijde van het gebouw binnen. Zijn keuze voor deze plek bleek uitstekend. Hij stelde tevreden vast dat er zich een hele groep Aziaten onder de aanwezigen bevond. Hij ging probleemloos op in de massa.
         Hij liep naar een tafeltje en installeerde zich ongevraagd tegenover een persoon die daar zat, ook al waren de tafeltjes
naast hen leeg. De persoon mopperde niet, keek hem alleen eventjes aan en wendde toen de blik af.
         ‘Hello there. Ik houd het kort,’ zei Zan zachtjes in het Engels. Uit een van zijn zakken diepte hij een flesje mineraalwater
op. ‘Het spul zit hierin,’ zei hij. ‘Zeer geconcentreerd. Wees er voorzichtig mee. Je hebt niet veel nodig om uit de bol te gaan.’
         Het pakje van DHL was gisteren in het hotel in Brussel gearriveerd. Hij had de hele nacht nodig gehad om het drankje klaar te maken op het fornuis in het keukentje van zijn suite. Versnijden, afkoken, filteren, een heel gedoe. De persoon tegenover hem graaide het flesje uit Zans handen en stopte het vliegensvlug weg.
         ‘Ik houd contact,’ zei Zan. ‘Begin er maar meteen mee. Oh, hier. Wat lectuur voor onderweg.’
         Hij schoof een roddelblaadje over de tafel. De persoon bladerde er voorzichtig in en zag dat tussen vrijwel elke bladzijde
een honderdeurobiljet stak.
         ‘Een voorschotje,’ zei Zan vergenoegd. ‘De grote flappen komen als de boel flink op stelten staat.’
         De persoon rolde het blad tot een cilinder, stond op en beende weg, zonder ook maar een woord te hebben gezegd. Zan glimlachte toen hij de figuur in de massa zag verdwijnen.
         So far, so good, bedacht hij. De eerste stap is gezet.


Meer leesfragmenten


«   »