Leesfragment: 112 verhalen - Stef Vanlee

Laat je verrassen en dompel je onder in de bijzondere wereld van de urgentiegeneeskunde in 112 verhalen. Stef Vanlee vertelt in dit boek waargebeurde verhalen met een vaak dramatische afloop, verrassende ontknopingen en bizarre gebeurtenissen. De eerste twee verhalen krijg je hier als voorproefje.

112 verhalen
Stef Vanlee

ISBN: 9789464341133
Prijs: €22,50


1. Het is een jongen!

 

We werden met de ziekenwagen opgeroepen om een bevalling bij te staan. De mug-arts heeft dan de leiding, terwijl wij met de ziekenwagen uitrijden om ondersteuning te bieden. Maar als je met de ziekenwagen eerder ter plaatse bent, kan je een
hoogzwangere vrouw met hevige contracties moeilijk vragen om zich nog even in te houden.

Doorgaans zijn dat zeer dankbare ritten. Net omdat de bevalling zo vlot verloopt, raken mama en co niet meer op tijd in het
ziekenhuis en worden wij erbij gehaald. In 99 percent van de gevallen kennen die interventies een happy end.

Wat dan zo anders was aan deze interventie? De locatie. De toekomstige mama was met haar schoonvader onderweg naar het ziekenhuis. Net over de grens had ze haar kindjes achtergelaten bij haar schoonmoeder, omdat de uitgerekende bevallingsdatum naderde. Drie afritten voor het ziekenhuis kreeg ze volledig uit het niets de eerste weeën. Die waren zo hevig dat haar schoonvader meteen de 112 belde. We moesten uitkijken naar een Audi A7, die we gelukkig snel vonden.

We parkeerden de ziekenwagen voor de nagelnieuwe klassebak. Het was een wit full option model met lederen zetels,
waarschijnlijk niet geselecteerd om geschikt te zijn voor bevallingen, maar dat was wel exact wat er op dat moment aan het
gebeuren was.

Ik probeerde me voor te stellen hoe dit duo de laatste tien minuten beleefd moest hebben. Zij die probeerde haar weeën zo goed en sereen mogelijk op te vangen, hij achter het stuur, gefocust op de weg en binnensmonds smekend dat ze het in
godsnaam zouden halen. 

Zodra ik bij de wagen was, vroeg ik de vroeg of ze oké was, rekening houdend met de omstandigheden. Ze dacht van wel. Haar slip had ze onderweg al uitgedaan, goed wetende dat het voor elk moment kon zijn. En inderdaad, toen ik haar tussen de benen onderzocht, zag ik de bovenkant van het schedeltje al uitsteken. Haar linkerbeen vond steun ter hoogte van de gps, haar rechterbeen op de ventilatierooster. De dure lederen zetel zat al onder het vruchtwater.
Intussen liep de opa in spe doodnerveus af en aan, niet wetende waar te kijken.

Ik deed mijn best om als geloofwaardige vroedman over te komen en vroeg haar om bij de volgende keer persen zo goed
mogelijk mee te duwen. Alsof ze dat nog niet wist. Toen ik rustig wilde vertellen wat er dan zou gaan gebeuren, was de laatste wee daar al en floepte het kindje in één beweging naar buiten. Ik kon het nog net opvangen.
‘Goed gedaan. Uw kindje is geboren. Het is een jongetje…’
‘Oh, een jongetje…’
De grootvader schoof zijn discretie aan de kant en kwam met tranen in de ogen meekijken.
‘Een jongen! ’t Is een jongen!’
Ik overhandigde het jongentje aan de mama, die het meteen op haar buik legde. Dit was niet haar eerste keer.
‘Dag jongen,’ zei ze. ‘Dag Freek…’
Ik wikkelde een roze handdoek rond het kleine, mooie wonder en kon enkel nog getuige zijn van oprecht geluk. Wauw.

Het blijft mij keer op keer diep verbazen. Niet alleen het nieuwe leven op zich, maar ook de kracht die elke moeder aan de dag legt om dit nieuwe leven te dragen en vervolgens op de wereld te zetten. Natuurlijk is er een grote medische revolutie geweest op dat vlak, maar als je eerlijk bent: deze vrouwen doen het toch vooral helemaal zelf. En dat verdient niks minder dan mijn eindeloze respect.
Juist, terug even focussen: de navelstreng nog! Ik nam al het materiaal dat ik hiervoor nodig had uit onze bevallingskoffer en knelde de navelstreng op twee plaatsen af. Met een knip van de schaar was dit zo klaar. Jammer genoeg was deze keer geen
papa in de buurt om de eer op zich te nemen. En de schoonvader, die was nog aan het bekomen van zijn hartverzakking.

Ik nam de baby over zodat de collega’s van de mug, die net gearriveerd waren, de kersverse mama op de brancard van de
ziekenwagen konden leggen. Dat was ongeveer het enige waarmee ze nog konden helpen. De klus was al geklaard.

Zodra de mama in de ziekenwagen lag, werd het kindje terug op haar borst gelegd en goed toegedekt. Heel voorzichtig reden we naar het ziekenhuis om de mama verder te kunnen verzorgen. De moederkoek, die kwam per slot van rekening langzamer dan de baby.

Dit zijn interventies waar ik intens blij van word. Ook al zijn alle credits voor de mama en val ikzelf vooral terug op mijn
keeperskills, is de voldoening die je uit zulke interventies haalt enorm. Het zijn verhalen die je alleen maar positieve energie
opleveren, waardoor je er weer even tegen kan als het volgende keer dramatischer afloopt. De balans zat weer even goed.

Al vroeg ik me ook wel af of opa rechtstreeks naar de carwash zou zijn gereden.


2. Triathlon

 

Op tien kilometer afstand van onze spoed is een grote vijver waar vooral duiksport wordt beoefend. Ook wandelaars komen
daar om in alle rust rond het water te kuieren. Eén van die wandelaars had een fiets opgemerkt, enkele kleren aan het stuur gedrapeerd. Tegelijk was er geen zwemmer te bekennen. Dat was voor de man reden genoeg om de noodcentrale te bellen.

Niet helemaal onterecht overigens. De vijver is berucht voor zijn thermocline, dat is een overgang tussen twee lagen in het
water met een verschillende temperatuur en dichtheid. Dat temperatuurverschil kan hydrocutie veroorzaken, een thermische
shock waarbij je hersenen te weinig zuurstof krijgen, met bewustzijnsverlies tot gevolg. Als dat gebeurt tijdens het zwemmen, heb je een groot probleem. Dat is ook de reden waarom zwemmen in open water vaak verboden is.

Op de heenweg kregen we het gezelschap van heel wat collega’s: politie, brandweer, ziekenwagen… Iedereen was van de partij. Ter plaatse bleken we met een twintigtal hulpverleners te zijn: de zoektocht kon beginnen.

Toevallig werd de brandweer gevolgd door een cameraploeg. Terwijl de duikers zich klaarmaakten om onder water te gaan
zoeken, zoefden de camera’s onafgebroken langs onze hoofden. Ze wisten niet waar eerst filmen. Dit werd zonder twijfel een
spectaculaire aflevering.

Tijdens onze zoektocht langs de berm keek ik even op naar het wateroppervlak. Daar ging net een tweede duiker het water in.
Toen ik wat verder keek, zag ik plots iets op het water liggen, een dikke driehonderd meter van ons af. Was dat een zwemmer?

Ik liep naar de brandweercommandant die de operatie coördineerde en wees hem op de persoon in het water, die steeds
dichterbij kwam.
Hij vloekte. ‘Dat meen je niet…’
‘Volgens mij komt die recht op ons af,’ stelde ik vast.
De commandant zuchtte: ‘Dat gaat ‘m zijn, hè.’

De man bleef mooi onze richting uit zwemmen. Tegelijk leek hij zich van geen kwaad bewust. In alle rust zwom hij borstcrawlsgewijs verder richting waterkant, geen flauw idee waar hij al die supporters – inclusief een cameraploeg – aan te danken had.

Toen de man op de oever stond, keek hij toch een beetje scheef.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg hij verbaasd.
De commandant stond hem te woord: ‘Dat kunnen we beter aan u vragen, hè meneer.’
‘Staan jullie hier allemaal voor mij?’
‘Ah natuurlijk. U weet dat zwemmen hier verboden is?’
‘Niet voor mij,’ antwoordde de man zelfverzekerd.
‘Ah zo. Meneer staat boven de wet?’
‘Nee, maar ik ben wel lid van de duikclub,’ zei hij, waarna hij zijn LAZ-vergunning liet zien waarmee lange afstandszwemmers
in open water mogen trainen. De commandant vloekte binnensmonds.

Vals alarm dus, veroorzaakt door een overbezorgde burger en een sportieve jongeman met de juiste vergunning. Maar liever dit, dan een levenloos lichaam uit het water vissen.


Meer leesfragmenten


«   »