Leesfragment: Je fluistert in mijn oor - Julie Van Espen

In samenwerking met moeder Kaat schreef Diane Broeckhoven het levensverhaal van de jonge studente Julie Van Espen neer, aangevuld met getuigenissen van familieleden en vrienden. Iedereen die Julie ontmoette of haar kende, werd meegesleept door haar levenslust en haar positieve uitstraling. Hoe jong ze ook was toen ze stierf, ze heeft het leven voluit geleefd en beleefd. Hier lees je de eerste hoofdstukken van dit bijzondere verhaal.


Je fluistert mijn oor
Diane Broeckhoven

ISBN: 9789460019098
Prijs: €17,50

Voorwoord

 

Op zaterdag 4 mei 2019 had de 23-jarige Julie Van Espen een gezellige avond met haar vriendinnen gepland op het Antwerpse Zuid. Ze zouden samen uit eten gaan, maar omdat ze uiteindelijk maar met zijn drieën vrij waren, besloten ze in het appartement van een van hen te blijven en daar te eten. En bij te praten. En veel te lachen. Rond half zeven ’s avonds vertrok Julie met de fiets bij haar ouderlijk huis in ’s-Gravenwezel. Ze is nooit op haar bestemming aangekomen omdat aan het fietspad naast het Albertkanaal in Merksem een ontspoord individu haar pad kruiste. Aan deze man, haar
moordenaar, zullen we geen woorden verspillen. We noemen zijn naam niet. Dit boek gaat over Julie, die als een leeuwin vocht voor haar eer en dat met haar leven moest bekopen.

 

Dat ze niet op tijd arriveerde op haar bestemming, zorgde bij de vriendinnen niet meteen voor onrust of paniek: Julie was een eeuwige telaatkomer. Toen ze er om negen uur nog niet was en niet op berichten en telefoontjes antwoordde, bekroop de angst hen. Want wat er onderweg gebeurd kon zijn of wie ze ontmoet had die voor oponthoud zorgde, Julie zou altijd iets laten weten.

 

De politie werd ingeschakeld en omdat hun werk maar langzaam op gang kwam, organiseerde de familie in korte tijd zelf een uitgebreide zoektocht waar honderden vrienden, familieleden, buren en onbekenden aan deelnamen. Op zondag 5 mei werden in de loop van de middag kledingstukken van Julie aangetroffen bij de Theunisbrug, ter hoogte van het Sportpaleis. Als een droevig stilleven stond haar fietsmandje naast een publieke vuilnisbak bij de gloednieuwe sporthal van de Antwerp Giants, die dat weekend als crisis- en ontmoetingscentrum fungeerde.

 

Nog een dag later, op maandag 6 mei, werd Julies levenloze lichaam samen met haar fiets om half vijf ’s middags gevonden in het Albertkanaal. De wereld kantelde. Niet alleen die van haar ouders en van allen die haar nabij zijn, maar ook het hele land was aangedaan en rouwde mee. De saamhorigheid en collectieve verslagenheid om de gewelddadige dood van een veelbelovende, jonge vrouw waren zelden groter. Op de voorpagina’s van alle kranten keek Julie ons met een onbevangen blik aan. Ze zou ook onze dochter, onze kleindochter, ons buurmeisje of onze vriendin kunnen zijn. Ze werd het kind van heel België. ‘Iedereen zag in deze stralende, intelligente jonge vrouw uit een stabiel gezin een voorbeelddochter en -vriendin, een engel bijna. De angst om een kind of geliefde in dergelijke omstandigheden te verliezen, was bij iedereen aanwezig,’ verklaart psychiater Dirk De Wachter, die grote bewondering heeft voor de waardigheid waarmee de familie dit drama verwerkt, het collectieve medeleven.

 

Al lang had Julie te kennen gegeven dat ze van de wereld een betere en liefdevolle plek wilde maken. Ze leefde daar ook naar en was als een licht voor iedereen die ze ooit ontmoette. Kaat, Julies moeder, wil er haar levenstaak van maken de droom van haar dochter verder te realiseren. Dit boek, dat op haar vraag en in nauwe samenwerking met haar werd geschreven, is een onderdeel van die missie. Het is een eerbetoon aan haar veel te vroeg gestorven, unieke dochter. Urenlang heeft Kaat herinneringen opgehaald, gepraat, gezwegen, gehuild. De pijn die daarbij hoort, heeft ze afwisselend toegedekt en voluit toegelaten. Ook mijn bewondering is groot voor de manier waarop Julies familie en vriendenkring de tragedie een plaats proberen te geven in hun leven. Hoe ze met het leed omgaan, doet me aan Kintsugi denken, de eeuwenoude Japanse kunst om gebroken porselein een tweede leven te geven door de met lijm herstelde barsten te bedekken met vloeibaar goud. Ze behelst zowel de kunst van het perfecte imperfecte als de troost van de geheelde littekens.

 

Dank aan Kaat voor het vertrouwen dat ik mocht ervaren tijdens het optekenen van dit verhaal van liefde en hoop tijdens het eerste half jaar na Julies dood, van juni tot november 2019. Dank ook aan alle vriendinnen, familieleden en andere nauw betrokkenen die recht uit het hart over hun relatie en vriendschap met haar vertelden.

 

Julie was erbij. Zij zal er altijd zijn.

 

Diane Broeckhoven


Toen de wereld bleef stilstaan

4 - 6 mei 2019

 

4 mei 2019. Een doorsnee zaterdag. Mijn man Erik deed huishoudelijke klussen en boodschappen. Elise (21) en Andreas (17) waren op hun kamer, Julie (23) en ik zaten samen de hele namiddag in de voortuin te genieten van de voorjaarszon. Hoewel we niet veel tegen elkaar zeiden, was de diepe verbondenheid voelbaar die de laatste maanden tussen ons gegroeid was. Ik zat te lezen, zij werkte als laatstejaarsstudente Toegepaste Economische Wetenschappen (tew) aan haar thesis. Ze stond op het
punt haar specialisatiejaar Internationale Betrekkingen en Diplomatie af te ronden. Een verrassende keuze vonden we dat, want diplomatie was nu niet bepaald een eigenschap die bij onze eigenwijze oudste paste. Tegen het eind van de middag stuurde Erik een berichtje dat hij nog even langs de garage ging omdat er nieuwe ruitenwissers op de auto moesten. Julie appte terug dat ze niemand in België kende die zo productief was op zaterdag als haar vader. Behalve haar broer Andreas – Dré – dan, of toch wat siësta’s en iPad-records halen betreft. Zo’n dag was het dus.

 

Tegen de avond werd het kil en ging ik naar binnen. Julie maakte aanstalten om naar haar vriendinnen in Antwerpen te vertrekken. Ze zouden samen koken en eten. En bijpraten. Dat verliep zoals gebruikelijk redelijk rommelig, want ze moest zich nog omkleden en het eten dat ze zou meenemen bij elkaar zoeken en inpakken. Dat nam wat tijd in beslag: mijn oudste dochter was een en al chaos, ik had het er die middag nog met mijn man over naar aanleiding van haar stapels boeken in het toilet. Ik zei sussend dat Julie meer was dan haar rommel.

‘Is mijn gele broek al gewassen?’ riep ze vanaf de trap. Ik antwoordde dat ze wel gewassen was, maar nog niet droog. Voor ze vertrok zei Julie dat ze gelukkig was dat ze kon gaan fietsen nadat ze een hele middag op een stoel had zitten werken. Zitvlees had ze niet en ze was een echt buitenmens. Haar fiets was haar verlengstuk, het buitenleven haar biotoop.

Ik vroeg welke route ze zou nemen naar de stad. ‘Langs het kanaal,’ zei ze. ‘Wees voorzichtig,’ maande ik haar, ‘want dan moet je drie keer oversteken en je hebt daar geen voorrang.’

Zulke dingen zeggen moeders, ook tegen hun volwassen dochters. Ik maakte me ongerust omdat ze van plan was na het etentje, ’s nachts waarschijnlijk, terug te keren naar huis. Maar aan haar gewoonte om op zondagmorgen samen met haar papa verse broodjes te gaan halen bij de bakker, wilde ze niet tornen. Ze kwam naar huis. Punt.

Julie luisterde naar niemand. Ze deed altijd wat zij zelf het beste vond en wat haar hart haar ingaf. Ze zag nergens gevaar en had een oneindig vertrouwen in de wereld. Over haar ben ik altijd veel ongeruster geweest dan over onze andere twee kinderen.

 

Ik wenste haar een fijne avond met de vriendinnen en weg was ze. Net na haar vertrek, iets voor zeven uur, snapchatte
ze naar haar vriendinnen vanaf de fiets. Dat deed ze voortdurend: foto’s en filmpjes van zichzelf maken en posten, met vrolijke teksten erbij. Een foto van zichzelf op de fiets aan het water met als tekst ‘My happy place’ was haar laatste boodschap.

 

Van wat er later die avond en nacht gebeurde, herinner ik me de grote lijnen maar niet de details. De angst en het ongeloof over haar verdwijning waren te groot. Elise herinnert zich alles heel scherp. Zij was het die samen met haar broer Andreas, mijn jongste zus Heidi en met Thomas, Julies vriend, een grootscheepse zoekactie op touw zette toen bleek dat haar zus om negen uur nog niet was aangekomen in Antwerpen. Kathleen, de gastvrouw van de avond, had mij al ongerust gebeld, maar ik had dit niet gehoord. Mijn telefoon lag blijkbaar elders. Ze had vervolgens de politie ingelicht, die aanvankelijk niet echt gealarmeerd was over een jonge vrouw die een paar uur te laat was op haar bestemming. Maar zij kenden Julie natuurlijk niet. Ze zou altijd iets laten weten als ze onderweg werd opgehouden. Altijd.

 

Wij spraken onszelf in eerste instantie moed in met allerlei scenario’s en veronderstellingen. Misschien was ze ergens in Park Spoor Noord gaan schuilen voor de regen. Misschien was er iets met haar telefoon. Misschien had ze iemand ontmoet met wie ze was blijven praten – Julie kende zoveel mensen. Maar het was ondenkbaar dat ze haar vriendinnen dan niet zou waarschuwen.

 

Tegen middernacht reed Thomas met zijn brommer de route die Julie gefietst moest hebben. Elise kamde samen met haar papa op de fiets de buurt rond het Sportpaleis en Park Spoor Noord uit. Overal zochten ze en deden ze navraag. In cafés en op straat klampten ze mensen aan om te vragen of ze Julie gezien hadden. Zonder resultaat. Ik wachtte ondertussen thuis op nieuws, verdoofd van angst. Mijn vriendin Marlies kwam na mijn telefoontje naar me toe om me te steunen. Onze grootste nachtmerrie was dat Julie ontvoerd zou zijn door mensenhandelaars die haar in de auto gesleurd hadden. Ze kon al lang over de grens zijn. Maar we zouden haar terugvinden. Die hoop gaven we niet op.

 

Elise en de vriendinnen plaatsten een oproep op Facebook, met een foto van Julie en een beschrijving van de kleren die ze die avond droeg. Die post werd binnen de kortste keren 170.000 maal gedeeld. Het feit dat er massaal mee gezocht werd, zette wat meer druk op de politie. Maar veel schot in de zaak kwam er toch niet. In de loop van de nacht kwamen twee agenten naar ons huis en ze liepen met een zaklamp door de tuin. Misschien zat ze wel in het tuinhuis, veronderstelden ze. Terwijl we niet eens een tuinhuis hebben. Of misschien was ze wel bij haar oma en opa die bij ons in de buurt wonen. Met een dichtgeknepen keel moest ik mijn moeder bellen en zo neutraal mogelijk vragen of Julie soms bij hen was langsgegaan. Nee dus. De agenten vroegen of ze haar kamer mochten zien en of ze in haar dagboek mochten lezen. Daar stonden vooral door haarzelf geschreven gedichten in. Het was zo onwezenlijk dat wij plots de hoofdrol speelden in iets wat op een horrorfilm leek. Geen minuut hebben we geslapen die nacht, we leefden op adrenaline en op hoop. De hoop om haar terug te vinden was onze drijfveer.

 

Op zondagmorgen kwam de zoektocht echt goed op gang. Thomas maakte samen met Elise, Andreas en Heidi een plattegrond van de omgeving waar ze geweest kon zijn en van de buurt waar het laatste signaal van haar gsm was opgevangen. Die werd in zones verdeeld zodat we gericht in groepjes konden zoeken. Honderden flyers met Julies foto werden geprint door de vader van Thomas, die ze op zijn scooter rondbracht. In de gietende regen gingen we die overal in de buurt posten en ophangen. De hele familie, onze vrienden en die van onze kinderen, buren, mensen die we niet kenden... van overal doken vrijwilligers op die mee wilden zoeken. Nog altijd zijn we verbaasd en vooral enorm dankbaar voor de verbondenheid en saamhorigheid die toen spontaan ontstond. Het heeft ons op de been gehouden tijdens die vreselijke dagen en nog lang daarna.

 

Erik werd tijdens de zoektocht op straat geïnterviewd door de regionale televisiezender atv, die lucht gekregen had van Julies verdwijning. Het is de enige keer dat we ons aan de pers getoond hebben. Ik was bij dat interview aanwezig, maar ik kan niet in het openbaar spreken en bovendien was ik veel te geëmotioneerd om iets te kunnen zeggen. Mijn man voerde het woord en ik keek ondanks mijn vermoeidheid en paniek met bewondering naar hem op. De manier waarop hij rustig zijn verhaal deed, was indrukwekkend. Op die momenten was het me weer helemaal duidelijk hoe goed wij bij elkaar passen en hoe we elkaar aanvullen: hij is de ratio en ik ben het hart.

 

Child Focus werd ingeschakeld: de organisatie houdt zich bezig met het opsporen van verdwenen kinderen en jongeren tot vierentwintig jaar. Daar viel Julie nog net onder. De zoektocht, waar meer dan honderd mensen aan deelnamen, was in volle gang. Iedereen hoopte iets te vinden, maar tegelijkertijd vreesde iedereen daar ook voor. Op zondagmiddag waren Eriks zus en haar man op zoek in de zone rond de Theunisbrug bij het Sportpaleis, een plek die er in de regen en de kou nog troostelozer uitziet dan anders. Ze hadden een onbehaaglijk voorgevoel en voelden op een of andere manier aan dat er op deze plek iets gebeurd was. Zij beklommen samen een met gras overgroeide en met vuilnis bedekte trap en keken naar beneden. Op het talud in de diepte zagen ze de Adidasschoenen en de opvallende groene parka liggen die Julie bij haar vertrek had gedragen en die bij de Facebookoproep op een foto te zien waren. Elise moest die jas, die eigenlijk de hare was, identificeren omdat ik het niet kon. En nog altijd had ik hoop: dit zijn wel haar kleren, dacht ik, maar ze is het niet zelf. Vreemd genoeg verscheen er op dat moment, om half vijf ’s middags, een grote regenboog over het Albertkanaal. Regenbogen brengen licht op duistere plekken en
momenten, wordt gezegd.

 

Het feit dat er nu concrete aanwijzingen waren – ‘een referentiepunt’ in vaktermen − deed het onderzoek in een stroomversnelling terechtkomen. Ik herinner me dat ze me vroegen of ik iemand van slachtofferhulp wilde spreken en dat ik protesteerde. Was ik een slachtoffer? Ik dacht het niet. Nog niet. Op dat moment was ik er nog altijd van overtuigd dat we onze dochter levend zouden terugvinden.

 

Op maandag 6 mei rond half vijf ’s middags werd het levenloze lichaam van onze lieve Julie uit het Albertkanaal gehaald. Alain Remue van de Cel Vermiste Personen kwam ons dat samen met iemand van slachtofferhulp vertellen in de sporthal van de Antwerp Giants. De mensen die deelnamen aan de zoektocht mochten er schuilen voor de regen, konden er een kop koffie drinken en gebruik maken van het toilet. Er werden praktische zaken gecoördineerd, flyers verdeeld en in plastic mapjes gestoken. Het was een plek om even tot onszelf te komen, stoom af te blazen, emoties te ventileren. Op het moment dat we het
slechte nieuws te horen kregen, was er zo’n honderdvijftig man aanwezig. Ze zaten binnen of stonden buiten in de
regen. Wachtend. Hopend. Biddend. Vloekend.

 

De bedrijvigheid en het grote aantal politiewagens dat plots in de omgeving opdook, voorspelde dat de ontknoping nabij was. En die bleek dus veel verschrikkelijker dan we ooit hadden kunnen bedenken. Mijn jongste dochter Elise werd compleet hysterisch. Julies vriend gooide stoelen en tafels om. Mijn man omhelsde stilletjes en verslagen de ontredderde vriendinnen. Maar naast de ontlading, het ongeloof en de woede was er zoveel liefde en zoveel verbondenheid. Voor en met elkaar, voor en met Julie. Dat heeft me op de been gehouden. Dat houdt me nog altijd op de been. Iedereen troostte iedereen. We hebben elkaar vastgehouden. We hebben samen gehuild.

Mijn eigen toestand op het moment dat we het verschrikkelijke nieuws hoorden, kan ik nog het beste omschrijven als ‘bevroren’. Ik rilde van de kou en van ongeloof. Ik zocht constant de hand van Erik. Ik kon het niet geloven maar ik moest wel. Julie. Ons zonnetje...


Meer leesfragmenten

Leesfragment: Lissabon - Bart Stouten

In het slotdeel van zijn essaytrilogie, dat een apologie is van de poëzie in zijn leven, dringt Bart Stouten zijn slaapbewustzijn binnen. Dit boek is voor mensen die een 'ander' Lissabon willen ontdekken. Lees hier een fragment.

Lees meer »

Leesfragment: Rebels - Ann Peuteman

Oude mensen zitten het liefst in hun luie stoel voor tv met een dekentje over hun knieën. Met dat beeld voor ogen bedenken we constant allerlei theorieën en projecten om hun leven zo comfortabel mogelijk te maken. Daarbij vergeten we keer op keer aan die ouderen zelf te vragen of dat wel echt is wat ze willen. In Rebels gaat Ann Peuteman in gesprek met rebellen op leeftijd. Elk op hun eigen manier verzetten ze zich tegen betutteling, doen ze er alles aan om gehoord te worden en vertikken ze het om oud te worden. Hier lees je het woord vooraf van Rebels. Het verzet van 75-plussers.

Lees meer »