Leesfragment: Weg van het systeem - Kris Peeters

Weg van het systeem neemt u mee op een verkenningstocht langs adembenemende vergezichten, waar consumenten weer burgers worden, economische correctheid het veld ruimt en het buitenland voortaan ook het binnenland is. Hier lees je het eerste hoofdstuk.


Weg van het systeem
Kris Peeters

ISBN: 9789460019586
Prijs: €25,-

De waanzinnige eenentwintigste eeuw

Natuurlijk zijn we nog maar amper begonnen met het derde decennium van deze eeuw. Een kleine tachtig procent hebben we nog te goed. Maar toch. Als we nu al mogen gokken op succesvolle boektitels na afloop, dan zet ik mijn geld op De waanzinnige eenentwintigste eeuw. Vandaag klinkt dat misschien niet bijster origineel, maar honderdtwintig jaar na Barbara Tuchmans De waanzinnige veertiende eeuw zal het vast wel door de beugel kunnen.
     Niet alleen vanwege de vette knipoog. Ook omdat er inhoudelijk nogal wat parallellen zijn.

 

Het is best wat geweest, zelfs als ik het verhaal alleen maar vertel vanuit het comfortabele, bevoorrechte perspectief van het Westen.
     Het begon al in 2001, alsof de man van de speciale effecten niet kon wachten om de grote middelen uit de kast te halen. Twee vliegtuigen boorden zich in de WTC-torens in New York. De crash van het tweede vliegtuig konden we volgen op televisie, in real time en toch in slow motion, omdat ons brein even niet kon volgen.
     Hadden we hetzelfde een week eerder in de bioscoop gezien, dan hadden we de beelden afgedaan als een ongeloofwaardige B-film.
     Wakker worden in een nachtmerrie, het kon dus. Het was alsof we ons in dat kippenvelverhaal van Gabriel Garcia Márquez bevonden: een man leert te dromen dat hij droomt dat hij droomt dat hij droomt… Elke nacht daalt hij wat dieper af. Om ’s ochtends te ontwaken moet hij opnieuw en opnieuw en opnieuw dromen dat hij ontwaakt. Dat lukt aardig. Tot op een dag de twijfel toeslaat: is hij niet een keer te weinig wakker geworden?1
     Mogelijk zijn wij ook in dat geval. Twee jaar na 9/11 werden we wakker in de Tweede Golfoorlog, de zoveelste van een nog altijd niet geëindigde reeks dominostenen in het Midden-Oosten en ver daarbuiten. Later zou de aanleiding van de oorlog – het bezit van massavernietigingswapens door dictator Saddam Houssein – een verzinsel blijken van het ‘militair-industrieel complex’2. Wat op een bepaalde manier grappig is, want de laatste decennia kregen we voortdurend te horen dat net dat complex een verzinsel was.
     In datzelfde jaar, 2003, werd er voor het eerst melding gemaakt van een nieuw virus dat de naam Severe Acute Respiratory Syndrome, afgekort SARS, kreeg. Afkomstig van vleermuizen en plots overgegaan naar mensen. Dat sprak tot de verbeelding. Eventjes toch. Uiteindelijk bleef het een ver-van-ons-bedshow. Daarom was het voor farmaceuticabedrijven niet interessant: de kans dat de ontwikkeling van een vaccin behalve mensenlevens ook voldoende financieel rendement zou opleveren, was klein.
     Eind 2008 trad de eerste zwarte president van de Verenigde Staten aan. ‘Yes, we can!’ dreunde Barack Obama. Een boodschap van hoop en verzoening, het was eens wat anders. Alleen jammer dat ongeveer gelijktijdig de bank Lehman Brothers op de fles ging en daarmee een wereldwijde cascade van financiële ellende in gang zette. Die trof eerst de banken, daarna hun klanten, vervolgens de overheden die de banken redden en ten slotte de burgers die hun overheden moesten redden. De man die het systeem beloofde te veranderen, werd de president die het redde. Was het een bewuste keuze? Of had hij eenvoudigweg geen keuze?

     De meningen lopen uiteen. Het komt in moeilijke omstandigheden wel vaker voor dat juffrouw TINA, voluit ‘There Is No Alternative’,3  de kamer binnenkomt en alle aandacht opeist. Als er geen alternatieven bestaan, dan is iedereen die er wel in gelooft in het beste geval een naïeve dromer, in het slechtste een valse profeet. En valse profeten mogen, nee moeten met alle middelen bestreden worden. De Griek Yanis Varoufakis kan ervan meespreken. Hij probeerde in 2015 als minister van Financiën tegen de Europese stroom van economisch en financieel weldenkenden op te roeien. Ontgoocheld en geïsoleerd nam hij na nog geen half jaar ontslag.
     Al zijn de gevolgen nog altijd niet helemaal verteerd, officieel liep de kredietcrisis eind 2010 af. Maar tijd om naar adem te happen was er niet. Op 17 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand uit protest tegen de inbeslagname van zijn koopwaar.
     Hadden we het al over dominostenen? Bouazizi’s dood. Tik. Straatprotesten. Tik. De val van de Tunesische regering. Tik. De vlucht van president Ben Ali, kort daarvoor nog met ruim negentig procent van de stemmen ‘herkozen’, naar Saoedi-Arabië – de door onze asfalteconomie gesubsidieerde vergaarbak van alles wat wij in naam van onze ‘normen en waarden’ verfoeien.
     Toen begon het betere werk. Tik, tik, tik… Eén straatventer maakte de Arabische lente. De dominostenen splitsten zich op in verschillende stromen. Een spektakel waarbij we niet wisten waar eerst te kijken. De gebeurtenissen in Tunesië werkten inspirerend voor, vooral, de jongeren in andere Arabische landen. Een stoet van betogingen volgde. En toen die met harde hand werden onderdrukt, kwamen er opstanden en revoluties. Wat niet veerkrachtig is, breekt vroeg of laat. Egypte, Libië, Jemen, Bahrein, Jordanië, Marokko, Algerije, Irak, Oman, de Palestijnse gebieden, Mauritanië, Saoedi-Arabië en Koeweit kregen elk hun deel. En Syrië natuurlijk.
     Al moeten we er voor de eerlijkheid en de hier niet nagestreefde volledigheid bij vermelden dat de meeste van die dominostromen kruisten met stromen die al veel eerder en elders waren vertrokken. Neem de betogingen in Syrië, die in geen tijd ontaardden in een burgeroorlog. Volgens sommigen is die oorlog in essentie de eerste klimaatoorlog, want het gevolg van een abnormale droogteperiode. Die droogte zorgde voor opeenvolgende misoogsten, die op hun beurt leidden tot de migratie van landbouwers naar de steden en toen daar geen manna uit de hemel viel, leidde die tot sociale onrust.4
     Tik, tik, tik... Zullen we verder gaan? Het even vertrouwd worden van de merknaam IS als pakweg C&A of BMW. De installatie van een islamitisch kalifaat. Het was alsof de teletijdmachine van professor Barabas ons terugkatapulteerde naar de middeleeuwen. Of althans een karikaturale versie daarvan.
     Vluchtelingenstromen. Druk op Turkije, Syrië, Libanon, Jordanië… Druk op Griekenland, op Italië. Op Europa. Aan de buitengrenzen. Aan de binnengrenzen. Drommen mensen – op de vlucht voor het ongeluk volgens de enen, gelukzoekers volgens de anderen – probeerden de Hongaarse grens over te steken, in de tegenovergestelde richting van een kwarteeuw eerder. De nooit teleurstellende ironie van de geschiedenis: de vluchtelingen van toen die nu aan de knoppen zaten en zich meedogenlozer toonden dan hun onderdrukkers van toen. Zelfs ijzeren gordijnen kunnen open en weer dicht worden geschoven.
     2015 werd het jaar van wat wij de vluchtelingencrisis zijn gaan noemen. Angela Merkels nuchtere maar toch begeesterende ‘Wir schaffen das’ bleek sterker dan Obama’s ‘Yes, we can!’
     Wilkommenskultur, solidariteit en veel goodwill. Maar in de slipstream ervan ook polarisering, onverdraagzaamheid, de opkomst van extreemrechtse partijen, racistische aanslagen. Het werd bon ton om van de problemen van vluchtelingen een vluchtelingenprobleem te maken, al werd dit af en toe gecorrigeerd door een naar de keel en het hart grijpend beeld van een aangespoeld jongetje op een strand. Dan werden we vriendelijk verzocht om dat vooral te negeren: ‘De emotie mag de ratio niet vertroebelen!’ Sic. De slechte B-film is al lang een C-film geworden. Het scenario is zelfs niet meer consistent met zichzelf.
      Tik, tik…Welke richting gaat dit uit?
      Tijd voor een andere metafoor. Dominostenen mogen dan de samenhang der dingen duidelijk maken, als metafoor hebben ze ook hun beperkingen. Ze laten ons denken dat elke steen maar één steen kan raken. En dat stenen nooit eens in de andere richting kunnen vallen. Ten onrechte wekken ze de illusie van overzichtelijkheid. Ze doen ons denken dat de dingen maar een kant op kunnen evolueren en dat die kant van in het begin vastligt – dat, met andere woorden, er niets meer valt te veranderen eens de eerste steen gevallen is. Als dat zo was, dan was de eerste steen de big bang en konden we allen met gekruiste armen de loop der gebeurtenissen gadeslaan.
     Zo is het gelukkig niet. Krijg er evenwel maar eens vat op.
     Sinds 2015 lijkt het alleen nog sneller te gaan. Er was dat ene euforiemoment: het klimaatakkoord van Parijs. Al durfden velen, gewend geraakt aan ontgoochelingen, amper blij te zijn. Bang om als cynici te worden weggezet, durfden ze niet hardop sceptisch te zijn.
     Ze kregen wel gelijk. Tegen de permanente achtergrond van sneuvelende weerrecords (de warmste, de natste, de droogste, de hevigste…) en versneld smeltende gletsjers en ijsbergen, waren er de terreuraanslagen in Parijs, Barcelona, Berlijn, Londen, Nice, Brussel... In die laatste stad maakten we voor het eerst kennis met het begrip lockdown. De aanwezigheid van gewapende militairen, die met hun camouflagegroen opvallen in het grijze straatbeeld, werden we verrassend vlug gewoon. De lijn tussen normaal en abnormaal bleek dunner dan gedacht.
     En nog was het niet gedaan. Of het nu de Amerikanen of de Russen waren die hem in het Witte Huis stemden, met Trump werd onvoorspelbaarheid de enige voorspelbare factor in de internationale politiek.
     Macht in het kwadraat: dankzij de sociale media eigende de eerste macht zich de vierde toe. Die laatste verweerde zich. De Panama Papers, vrucht van een internationale samenwerking van journalisten, onthulden de fiscale spitstechnologie van multinationals en de megafortuinen die er het resultaat van zijn. Helaas: de wijdverbreide mantra dat ‘we’ moeten besparen, werd er nauwelijks door geraakt. Er bestaan ook dominostenen die helemaal nergens tegenaan vallen, dat was ik nog vergeten te vermelden. Obscure bankrekeningen van een ander zijn nu eenmaal abstracter dan concrete prijsverhogingen.
     In Frankrijk werden de gele hesjes geboren uit de verontwaardiging over de toestanden die Thomas Piketty wetenschappelijk had onderbouwd in zijn bestseller Le Capital au XXIe siècle. Ze kregen navolging elders in Europa. Maar zoals eerder met de indignados bij de bankencrisis, sloeg de beweging kapot op de populistische illusie dat alle verontwaardigden er altijd hetzelfde over denken.
     De Britten verruilden hun spreekwoordelijke flegma voor een dolle rit in een rollercoaster die eindigde met de Brexit – een zachte of een harde, maandenlang was het the question. Vandaag weten we dat ook de zachte een harde is.
     Zich onafhankelijk verklaren om beter te kunnen omgaan met de toegenomen afhankelijkheid. Het is pretty special, maar lang niet uitzonderlijk. In een razendsnel globaliserende wereld plooiden almaar meer landen zich terug op zichzelf, en dus het vertrouwde, onder de geruststellende impuls van de nationalistische trom roerende autocratische leiders. Van Rusland over Brazilië, de Filipijnen en de Verenigde Staten tot Hongarije en Turkije – elk wilden ze hun eigen boontjes doppen, zelfs al kwamen die feitelijk uit Kenia.
     Intussen schrijven we 2019. Zweden, dat ons in de twintigste eeuw nog de legendarisch zorgeloze Pipi Langkous had bezorgd, leverde nu – troostende vlechtjes niet te na gesproken – het exacte tegendeel daarvan: Greta Thunberg.
     De tiener ontpopte zich tot de klimaatvariant van Mohammed Bouazizi. Al spijbelend zette ze het klimaat op de agenda – onder meer in België, waar het klimaatbeleid de inzet werd van de verkiezingen. Dat werd voor de gelegenheid door politieke partijen en serviele media vertaald naar de behapbare vraag of ‘de’ Belg (een gemeenzame veralgemening ter aanduiding van de vijftien procent beste verdieners) zijn ‘zuur verdiende’ salariswagen zou mogen houden.
     Ja dus. In de plaats ervan kwamen er besparingen in onder meer de culturele sector, de sociale sector en de jeugdsector. Dat was geen woordbreuk, want er was tijdens de campagne niks over gezegd. Het ging tenslotte over de redding van de salariswagen (en een beetje over wijnkelders en zeldzame boekenverzamelingen). 
     En toen kwam 2020. België had nog altijd geen federale regering, maar dat wende. Hier en daar klonk er wel wat bezorgdheid over een tot twaalf miljard euro oplopend begrotingstekort. Dat er bespaard zou moeten worden, klonk het waarschuwend – maar dat hadden we eerder ook al gehoord. Idem voor die andere evergreen, dat de tijd van cadeaus nu wel voorbij was. Gelukkig legde niemand de link met de, al naargelang de berekeningswijze, twee tot drie miljard die de salariswagens ons jaarlijks kosten. Er was dus niet veel om ons echt ongerust over te maken.
     Aan de andere kant van de wereld ging Australië brandend het nieuwe jaar in. De klimaatverandering werd akelig concreet, maar het nieuwjaarsvuurwerk in Sydney ging door. Ook in tijden van onzekerheid zijn er nog zekerheden.
     De Australische premier bleef zweren bij zijn prioriteitenlijstje: eerst de economie, dan water, de rest komt later. Ook klimaatgerelateerd, maar evenmin van die aard om bij ons veel rimpeling te veroorzaken: de sprinkhanenplaag van oudtestamentische proporties in Oost-Afrika.
     In Idlib, een uithoek van Syrië, werden honderdduizenden mensen in het nauw gedreven, geplet tussen Poetin en Assad aan de ene kant en Erdogan aan de andere kant. Wie er toch uit raakte, verzamelde daarmee weinig credits en kwam letterlijk tussen Turken en Grieken terecht, die elkaar alleen maar vonden in een gemeenschappelijke afkeer. Ze strandden als Niemand in niemandsland, verstoken van de zegeningen van de Westerse waarden en normen waarop ze domweg hadden gerekend.
     Voor verontwaardiging daarover was er geen tijd. Er was de vraag of Anderlecht play-off I zou halen. En of Joden beledigen in carnavalsoutfit als ‘cultureel werelderfgoed’ kan worden beschouwd. Zoals gezegd: ik vertel deze geschiedenis vanuit Westers perspectief.
    Het is best mogelijk dat Oeigoeren, Rohingya, Oekraïeners, Irakezen, Afghanen, Venezolanen, Brazilianen, Mexicanen, Egyptenaren, Congolezen, Noord-Koreanen of bewoners van Hongkong, Fukushima of de bezette Palestijnse gebieden zich de voorbije twintig jaar over andere dingen druk maakten.
     Of neem de Chinezen. Die hadden zich er, gedurende twee decennia van ongekende economische groei, op toegelegd te bewijzen dat kapitalisme beter functioneert zonder democratie – zeker als die economische groei wat ongemakken met zich meebrengt zoals luchtverontreiniging en de daaruit voortvloeiende gezondheidsperikelen. Mondmaskers werden de eenentwintigste-eeuwse versie van het twintigste-eeuwse Maopakje. Alomtegenwoordig en verbazend gelijkmakend waren ze zowel bedoeld om de gevolgen te milderen als om te vermijden dat de oorzaken zouden worden benoemd.
     In sommige middens werd met een mengeling van afgunst en fascinatie gekeken naar wat in China gebeurde, zelfs als het in de feiten om catastrofes ging. Zo vernamen we dat het Chinese Nieuwjaar, traditioneel de aanleiding voor massale volksverhuizingen, deze keer in mineur werd gevierd omdat er een geheimzinnig virus was opgedoken. Een virus afkomstig van een wet market, waar wilde dieren worden verhandeld voor menselijke consumptie, zo lazen we. We stelden er ons een prachtige prent uit De Blauwe Lotus bij voor – iets met omvallende manden en een in een steegje wegvluchtende Mandarijn.
     Met ver- en bewondering namen we kennis van de doortastende aanpak van de Chinezen in stad en provincie Wuhan. Hoe ze in nauwelijks tien dagen een nieuw ziekenhuis bouwden: chapeau!
     Zo’n dictatuur is toch een stuk efficiënter dan dat tijdrovende democratisch gebakkelei van ons, dachten we bij onszelf. Of we zeiden het hardop, erbij vermeldend dat je dat tegenwoordig in die ‘politiek correcte’ democratie van ons niet meer mag zeggen. De nieuwe helden van het Vrije Woord: zij die vrank en vrij zeggen wat er allemaal niet meer gezegd mag worden. De praeteritio is de stijlfiguur van de ingebeelde dictatuur.


Ons vertrouwen in de aanpak van de Chinese Communistische Partij verminderde niet toen het snelbouwziekenhuis zo lek bleek als een zeef – zowel voor regenwater als voor virussen. Bijna anderhalf miljard inwoners op een dag in lockdown zetten, je moet het maar doen. Dat er daarvóór minstens twee kostbare weken verloren gingen doordat de alarmslaande artsen monddood werden gemaakt, weinigen maakten er een punt van.
     We gingen ervan uit dat het Sars-CoV-2-virus veilig en wel in quarantaine zat. Samen met miljoenen Chinezen weliswaar, maar dat was niet ons probleem.
     En bovendien: zelf deden wij het toch ook goed? Op info-coronavirus. be, een website van onze federale overheidsdienst Volksgezondheid, stond begin februari 2020 te lezen: ‘De kans dat de ziekte zich verder in België kan verspreiden is heel klein. Ons land heeft zeer goede procedures voor het opsporen en behandelen van virussen.’5
     Dat hebben we sindsdien geleerd: een heel kleine kans is ook een kans. En ook: onze procedures voor het opsporen van virussen waren toch niet zo goed als we dachten. Het ontbreken van genoeg en voldoende betrouwbare testkits zou in de maanden die volgden een constante zorg worden. Meer nog zou constante zorg een constante zorg worden. 

 

We kunnen de scenarist van de eenentwintigste eeuw veel verwijten, maar niet dat hij/zij/x er de spanning niet in houdt. Er gaat geen dag meer voorbij zonder cliffhanger.
     Dat brengt ons bij de vraag of het niet stilaan tijd wordt dat we het scenario opnieuw naar ons toe trekken.
     Zijn we gedoemd om ons krampachtig vast te klampen aan een afbrokkelende klif en telkens als de rots van zekerheid tussen onze vingers verpulvert wanhopig te klauwen naar de volgende? Is bang blijven bengelen echt ons beste toekomstperspectief? Of is er een kans op een zachte landing, een mogelijkheid om veilig voet aan de grond te zetten en van daaruit onze tocht verder te zetten?
     In wat volgt wil ik enkele pistes verkennen, in het volle besef dat ook scenarioschrijvers geen goden zijn en dus gebonden aan beperkingen. En dat de hoofdrol dan misschien toch niet voor ons is weggelegd.


Noten

  1. Een bekentenis: ik hoorde het verhaal decennia geleden op Radio 1, toen nog BRT1, in het heerlijke zondagavondprogramma ‘Het einde van de wereld’. Daarna heb ik het kortverhaal verwoed gezocht, maar nooit gevonden. Heb ik het verhaal alleen maar gedroomd?
  2. Term voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse socioloog Charles Wright Mills in zijn boek The Power elite (1956), bekend geworden doordat president en oudgeneraal Eisenhower er in zijn afscheidsrede (1961) voor waarschuwde. Met de uitdrukking werd de verstrengeling van de belangen van industriëlen, militairen en politici bedoeld.
  3. There Is No Alternative’, één van de favoriete argumenten van de Britse eerste minister Margaret Thatcher in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
  4. Alma De Walsche, geciteerd in STRONKS MARTIJN, in: SCHUILENBURG MARC & VAN TUINEN SJOERD (red.), 2019, p. 59.
  5. Reconstructie. Hoe het coronavirus zo lang een ‘gewone griep’ kon blijven’ in De Morgen, 4 april 2020.

Meer leesfragmenten

Leesfragment: Lissabon - Bart Stouten

In het slotdeel van zijn essaytrilogie, dat een apologie is van de poëzie in zijn leven, dringt Bart Stouten zijn slaapbewustzijn binnen. Dit boek is voor mensen die een 'ander' Lissabon willen ontdekken. Lees hier een fragment.

Lees meer »

Leesfragment: Rebels - Ann Peuteman

Oude mensen zitten het liefst in hun luie stoel voor tv met een dekentje over hun knieën. Met dat beeld voor ogen bedenken we constant allerlei theorieën en projecten om hun leven zo comfortabel mogelijk te maken. Daarbij vergeten we keer op keer aan die ouderen zelf te vragen of dat wel echt is wat ze willen. In Rebels gaat Ann Peuteman in gesprek met rebellen op leeftijd. Elk op hun eigen manier verzetten ze zich tegen betutteling, doen ze er alles aan om gehoord te worden en vertikken ze het om oud te worden. Hier lees je het woord vooraf van Rebels. Het verzet van 75-plussers.

Lees meer »