Leesfragment: boeren - Erik Vlaminck

In het theaterstuk boeren vechten mensen tegen een wereld die ze niet kunnen vatten. Passie voor de boerenstiel botst met klimaatzorg en de klauwen van grootkapitaal. Broederhaat en broederliefde vechten om balans. Ook die ene vrouw die er niet is, speelt een rol. Kom hier alvast in de sfeer van het platteland en lees de proloog van boeren.


boeren
Erik Vlaminck

ISBN: 9789460019067
Prijs: €10,-


Proloog

 

In januari 2019 zaten twee acteurs samen op café. Zo ongeveer verliep hun gesprek:


Hans: Een scène met een boer – vijftig jaar, of zo – die zich in zijn eigen schuur verhangen heeft en die wordt omarmd door een andere vent; zijn eigen broer. Daar moet dat stuk mee beginnen.

Gert: Plezant voor ‘t publiek… 

Hans: Die twee zijn samen opgegroeid. De ene heeft de boerderij overgenomen, de andere is vertrokken. Pas op: die twee hebben elkaar nooit aangeraakt. Ze komen uit een gezin waar niemand iemand aanraakt. Kent ge dat, zo’n manier van leven?

Gert: Van horen zeggen.

Hans: En nu die ene zich heeft verhangen, raakt de andere hem aan. Hij moet wel. Hij kan niet anders. Maar ge ziet dat hij het er lastig mee heeft. Ik zeg het: met die scène moet dat stuk beginnen. Boenk erop!

Gert: En dan wordt dat zo’n stuk waar het publiek, in de loop van de voorstelling – stillekesaan – te weten komt wat er allemaal achter zit. Heel origineel.

Hans: Boerenmiserie. De botsing tussen de problemen met het klimaat en de moderne landbouw.

Gert: Het klopt natuurlijk wel: de boeren kunnen geen kant meer op. Ze zijn aan handen en voeten gebonden: wetten, regeltjes, de banken, de klimaatactivisten...

Hans: En de druk van hun eigen familie. Ge kunt u nietvoorstellen hoe zwaar de druk van eigen familie kan wegen.

Gert: Een heel belangrijk onderdeel van de Vlaamse canon is de druk van uw eigen familie. Wat weegt het zwaarst, denkt ge: een kilo pluimen, een kilo lood of een kilo druk van uw eigen familie?

Hans: We gaan toch geen stuk over de Vlaamse canon maken…

Gert: Dat helpt wel om subsidies te krijgen.

Hans: Als het zo simpel was.

Gert: Vergeet het. Vertel voort over dat stuk dat er nooit gaat komen.

Hans: Twee broers die uit een boerengezin komen… Twee broers die elkaar niet kunnen uitstaan, maar die elkaar tegelijkertijd niet kunnen missen. En die ene, die op de boerderij gebleven is, heeft geen vrouw.

Gert: Da’s logisch. En daarom gaat hij elke zaterdag naar een dancing. Om daar een lief te zoeken. Hij rijdt daar op zijn velo naartoe. Op de velo waar hij 35 jaar geleden al mee naar het dorpscafé reed. En naar de dorpsfuiven.

Hans: Het schijnt dat dat echt bestaat, zo’n mannen…

Gert: … Met velospelden aan zijn broekspijpen. En op zo’n fiets met een stuur dat lichtjes naar beneden buigt. Met drie versnellingen die ge op de buis moet bedienen. 

Hans: Die mens kan de kop niet boven water houden. Hij kan het niet verteren dat hij er niet in slaagt om de boerderij – die van zijn vader en zijn grootvader geweest is – overeind te houden. Hij kan het niet verteren dat hij niet kan wat zij wel konden. Zijn grond en zijn beesten zijn een deel van zijn lijf. Het zweet en de adem van zijn voorouders zit in de spleten van de muren en in de balken van zijn boerderij.

Gert: We zullen een vrouw moeten zoeken om de rol te spelen van de vrouw die er niet is.

Hans: Maar ze is er niet.

Gert: Juist daarom, bij Het Toneelhuis of het NTGent gaan ze daar dan gegarandeerd iemand voor zoeken.

Hans: Ge doet wat ge wilt, maar ik zou liefst de rol spelen van de broer die boer gebleven is.

Gert: Ja, de rol van die vrouw zie ik u niet spelen. Maar die boer gaat gij ook niet spelen. Dat is mijn rol.

Hans: Ja maar, godverdomme.

Gert: Maak u niet druk, dat stuk gaat er toch niet komen. Uw verhaal is veel te zwaar. Ge krijgt zoiets niet verkocht. Gewoon de realiteit laten zien, dat krijgt ge niet verkocht. De mensen willen hun eigen leven en verdoemenis niet op de scène zien.

Hans: Daarom moet er ook humor in zitten.

Gert: Oké. We lossen dat op door midden in dat stuk een mop te vertellen. Dan kunnen we op de verkoopfiche zetten dat er humor in zit. Dan staan de culturele centra direct aan schuiven. En hebt ge al iemand in gedachten om dat stuk te schrijven?

Hans: Chris de Stoop, misschien… Die heeft een paar jaar geleden een boek geschreven over de miserie waar de boeren in zitten. En over de ambras die ze hebben met de mannen van Natuurpunt. Hebt ge dat gelezen, dat boek?

Gert: Ik niet, ik lees geen boeken, maar ik heb mijn vrouw erover horen klappen. Wacht… Wat was de titel van dat boek ook weer?

Hans: Ja, nu kom ik er natuurlijk ook niet op. Dat is toch straf, als ge met twee zijt en een van de twee kan ergens niet op komen, dan komt de andere er ook niet op. Soit, ik vrees dat Chris de Stoop ons stuk niet gaat willen schrijven; hij is er zelf te veel bij betrokken. De meeste mensen weten dat niet, maar dat boek ging wel over zijn eigen broer.

Gert: We kunnen Tom Lanoye vragen. Dan komt er gegarandeerd volk, want Lanoye zorgt ervoor dat alle gazetten erover schrijven en hij zal er op televisie wel iets over vertellen waar iedereen zijn broek van afzakt. Desnoods laat hij zijn eigen broek zakken.

Hans: Tom Lanoye gaan wij nooit ofte nooit kunnen betalen. Misschien kunnen we die gast vragen die de brieven van Dikke Freddy schrijft.

Gert: Het valt te proberen. Hoewel.

Hans: Hoewel, wat?

Gert: Klein register, die gast. Hebt ge daar al theater van gezien? Altijd dezelfde soort figuren. En ge zit direct met verteltheater.

Hans: Dit is mijn hof!

Gert: Wat is uw hof?

Hans: Dit is mijn hof, zo heet dat boek van Chris de Stoop.



Meer leesfragmenten