REDACTIONEEL DW B 2018 4

Beste lezers,
 
Ik heb zelden zoveel genoten van een literaire opdracht. Curator Luc Derycke vroeg fotograaf Jef van Eynde negen overleden beeldend kunstenaars te selecteren, van wie hij het atelier heeft gefotografeerd. En mij gaf hij de opdracht evenveel auteurs te vragen om bij die foto’s een tekst te schrijven, zonder de kunstenaar te kennen. Aan wie de ateliers toebehoren blijft ook voor de auteurs geheim tot bij het verschijnen van het boeknummer op 1 december, nu dus. Titel: NON-SITES.
Ik heb me beperkt tot negen leden van de (kern)redactie, met de volgende vraag:
 
Ik stuur je hierbij twee atelierfoto’s.
            Het is de bedoeling dat je een tekst schrijft over een fictief kunstenaar in zijn atelier. Levend of dood. Beroemd of verwaarloosd. Een maniak of een chaoot. Een man of een vrouw. Of een mengeling. In de stad of in landelijk gebied. Vlaams of net niet. Een ijverige kunstenaar of een onvatbaar genie. Primeert het abjecte of het sublieme? Werkt hij/zij bezeten of terloops? Laaft hij/zij zich aan andere kunsten, aan boeken? Is hij/zij een eenzaat of een sociaal dier? Is hij/zij een kunstenaar met een missie? Maatschappelijk of filosofisch bekommerd? Zou je van hem/haar kunnen houden? Zou je zijn/haar model willen zijn?
            Of maak er een zelfportret van. Of een korte biografie. Of een poëticale beschouwing. Of een architecturale analyse. Of een studie van de lichtinval. Het soort penselen of beitels.
 
Wat een feest van de verbeelding! De beeldend kunstenaar maakt zijn werk in het atelier, de fotograaf maakt foto’s van die geheime biotoop, de schrijver schrijft teksten aan de hand van minieme, betekenisvolle aanwijzingen.
            De lezer wordt meegezogen in een choreografie van gemengde tekstgenres, mysterieuze plots en studies van ruimtes, lichaamsdelen, lichtnuances, kleurenpaletten. Hij kan zelf negen keer aan het werk op het canvas van telkens drie kunstenaars, met geheimzinnige associaties, beelden en gedachtesprongen. Tot hij nog net geen vleugels onder de schouderbladen voelt.
 
Hugo Bousset