Vrouwelijke Arabische stemmen

 

Een literaire reis langs
de Middellandse Zee

 

Sigrid Bousset & Iman Humaydan

 

 

In het Nederlandse taalgebied is het vaak vergeefs zoeken naar vertaalde literatuur uit de Arabische wereld. Nochtans is die politiek-maatschappelijk onophoudelijk in beweging, zeker sinds de turbulente pogingen tot een Arabische lente, de daaruitvolgende hoop en wanhoop, de soms verhevigde censuur, de langzaam veranderende positie van de vrouw en de emigratie van vele Arabische auteurs naar Europa, ook naar België. In het licht van al die veranderingen kan het niet anders dan dat er veel geschreven wordt: het gaat niet enkel om blogs, standpunten en pamfletten maar ook om literatuur.
            Ons verlangen om sterke literaire teksten uit de Arabische wereld, meer bepaald die van schrijvende vrouwen in kaart te brengen, deed ons besluiten om een bloemlezing te maken met vrouwelijke Arabische stemmen. We werken al vele jaren samen in verschillende constellaties en de afstand tussen onze verblijfplaatsen in Parijs en Brussel is niet groot.
            Als curatoren van dit boeknummer besloten we om daarom een imaginaire literaire reis te maken langs acht Arabische steden aan de Middellandse Zee, te beginnen in Marokko en eindigend in Syrië. We zouden telkens een proza-auteur en een dichter vragen om een tekst aan te bieden waarin de betreffende stad voelbaar is als setting, als plek van aankomst, van vertrek, als thuisstad of tijdelijke verblijfplaats, als lieu de mémoire, als bron van heimwee en melancholie, of juist van vernieuwing, vitaliteit en hoopvolle verwachting.
            De verzameling teksten die nu in dit DW B-nummer is samengebracht, is het resultaat van een maandenlang boeiend zoekproces, met vele gesprekken, afwegingen, evoluerende en nieuwe inzichten tijdens elke fase: het selecteren, vertalen, componeren en finaliseren. Het is dan ook met trots dat we een unieke en veelzijdige verzameling van sterke vrouwelijke Arabische stemmen de wereld insturen, in de hoop dat ze lezers kan bekoren en uitgevers en literaire mediatoren aanzet om op dit elan verder te gaan.
            Belangrijke vaststelling: het gaat om zestien stemmen uit de periode na de Arabische lente. Deze vrouwen hebben revoluties gekend, ze hebben hun steden en regimes zien veranderen. Ze maakten zelf vaak deel uit van deze verandering. Ze schrijven vanuit hun wereld, hun biotoop in volle transitie. In sommige gevallen, helaas, vanuit een vernietigde wereld, een biotoop die verdwenen is. Wat betekent het voor deze Arabische vrouwen, van wie de meesten in hun landen zijn blijven wonen, om – vaak voor het eerst – te worden gehoord in het Westen?
            We zouden deze zestien schrijvende vrouwen de spirituele dochters kunnen noemen van Fatima Mernissi: de vooraanstaande Marokkaanse sociologe die in 2015 overleed en cruciaal was in de ontwikkeling van de vrouwelijke stem in de patriarchale moslimwereld. Haar beroemde boek Achter de sluier: de islam en de strijd tussen de seksen (1975) leverde haar de bijnaam de ‘Simone de Beauvoir van de Maghreb’ op. In haar oeuvre en handelen verkent ze de relatie tussen macht, gender en islam en slaat ze bruggen tussen het Westen en de Arabische wereld. Het introduceren van de literaire stemmen van deze vrouwen in het Westen ligt voor ons in het verlengde van de onvermoeibare en tegelijk uiterst zorgvuldige wijze waarop Mernissi contexten creëerde waarin vrouwen hun stem konden laten horen in de openbaarheid.
            De meeste auteurs die we hebben gekozen leven in de landen waar ze zijn opgegroeid. In die landen zijn ze weliswaar verhuisd, van het platteland naar de stad of van de ene naar de andere stad, maar ze zijn er steeds gebleven. Slechts enkelen onder hen zijn vertrokken, omdat het niet anders kon. De Syrische Rosa Yassin Hassan verblijft nu in Hamburg, de Egyptische Iman Mersal in Alberta (Canada) en de Palestijnse Ibtisam Azem in New York. De medecurator zelf emigreerde tijdens de burgeroorlog van Beiroet naar Parijs. Allen bekleden ze in hun nieuwe steden overigens functies aan de universiteit.
            Hun verhalen en gedichten bieden een veelkantig beeld van de Arabische landen aan de Middellandse Zee. Westerse clichés worden soms bevestigd of ontmanteld. In vele steden heerst een weelderige, zinnelijke sfeer met geuren, kleuren, smaken, maar daaronder sluimeren verborgen drama’s, geweld en onoverkomelijke taboes. De verschuivingen in de biotopen van deze vrouwen gaan vaak gepaard met politiek en patriarchaal geweld. Dat geweld wordt niet expliciet uitgeschreeuwd, maar is impliciet voelbaar in de teksten, soms melancholisch, soms krachtig en ironisch, zoals in de poëzie van de Egyptische Iman Mersal. Het gaat om zoekende stemmen, om vrouwen die opnieuw bodem moeten zien te vinden in deze turbulente transities. Daarbij komen verschillende generaties vrouwen aan bod, en dus ook verschillende houdingen tegenover de patriarchale wereld waarin ze zijn opgegroeid. In sommige teksten voel je als lezer een volkomen bevrijding, voor anderen blijft de man een richtinggevend kompas, een beschermende factor. Hoe het ook zij, de teksten zijn veelal doordrongen van zachtheid en mededogen, ze richten zich op hoe te overleven in deze veranderde contexten, hoe relaties te herbekijken, hoe om te gaan met verlies na het geweld. Ze geven uitdrukking aan herinnering, aan menselijke relaties, aan het leven.
            Vele van de verhalen worden getekend door een verlangen naar een nieuw bestaan, gepaard met melancholie en de herinnering aan wat verloren is. Of de auteurs nu vertrokken zijn of niet, de weemoed is overal voelbaar. De vrouwen zoeken in hun herinnering naar de steden van hun jeugd, verdwenen steden of onzichtbare steden. Plekken van betekenis laten ze niet achter; ze houden ze levend in hun narratieven, in hun schriftuur. Is dit een typisch vrouwelijke benadering? Is hun associatieve, intuïtieve en soms erotische stijl een Arabische variant van Julia Kristeva’s écriture féminine?
            Voor de Syrische Rosa Yassin Hassan, die als jong meisje verhuisde van het kuststadje Latakia naar Damascus, hebben steden een ziel, die bestaat uit de achtergebleven stukjes ziel van de inwoners en hun verhalen: ‘De ziel van de plaatsen kan mij niet verlaten, net zoals onze zielen steden niet kunnen verlaten. Nog steeds leven de ambiguïteit en de duidelijkheid in mij, de vochtigheid van de zee en de droogte van de hoofdstad, de naïviteit van het dorp en de ervarenheid van de stad. Het belangrijkste is dat een pijnlijke wrede heimwee nog steeds regelmatig bij mijn ziel aanklopt. En daar kan ik niet aan weerstaan.’
 
De prozateksten werden vertaald door Helge Daniëls. De poëzie werd gedeeltelijk vertaald door Nisrine Mbarki, gedeeltelijk door Jalila Hida, met een finale redactie van onze hand. Onze dank gaat naar hen uit, net als naar de Palestijns-Antwerpse auteur Fatena Al-Ghorra voor haar suggesties bij de finale keuze van de poëzie.