REDACTIONEEL

DW B 2020 2

 

Beste lezers,
 
Het redactioneel zal dit keer niet handelen over de focus van deze DW B: ‘Het oerboek. Portretten van de schrijver als jonge lezer’. Daarover leest u best de heldere en indringende inleiding van curator Arnoud van Adrichem.
 
Het gaat meer over het belang van (papieren) literaire tijdschriften in een digitale en podiumgerichte culturele context, en de rol die DW B in het literaire leven van onze beste auteurs heeft gespeeld en nog speelt. Het verlangen om na al die jaren eens een status questionis op te stellen, heeft ook te maken met het terechte voornemen van Literatuur Vlaanderen om een nieuw tijdschriftenreglement op te stellen. We kijken daarnaar uit, want het vorige, dat van de periode 2017-2020, was ronduit rampzalig.
 
We werken op twee manieren. In het midden van dit nummer vindt u de katern ‘Vijfentwintig getuigenissen over DW B in onzekere tijden’, met interventies van auteurs die het kruim van de actuele Vlaamse literatuur uitmaken – hoewel er ook een paar in België wonende Nederlandse schrijvers aan het woord komen. Het is ongelooflijk aangenaam, en ook ontroerend, om te lezen hoe DW B het literaire bestaan van al die generaties (tot de jongste) mee tot stand heeft gebracht. We danken kernredacteur Koen Peeters voor de grote rol die hij bij de realisatie van dit unieke document heeft gespeeld. U zal niet bedwelmd worden door de geur van het wierookvat, maar geconfronteerd met uit het hart gegrepen, scherpe getuigenissen.
Maar hieronder vindt u ook een meer theoretisch kader om het belang van literaire tijdschriften en DW B in het bijzonder aan te tonen. Is er nog behoefte aan? Het antwoord is vijf keer ‘ja’.
           
  1. Kunnen papieren literaire tijdschriften nog evenveel invloed hebben in een tijd waarin het digitale en het podium veel aandacht krijgen? Deze vraag suggereert dat de bloei van een nieuw medium ten koste gaat van bestaande media. Dat is niet zo. Als de tijdschriftenredacties slim zijn, maken ze voor elk thema, elke focus of invalshoek gebruik van drie media:

 

Het papieren blad dat meer dan vroeger moet inzetten op het boek-als-object, mooi vormgegeven, een hebbeding om te koesteren. Papier blijft magisch. Ook en vooral jonge schrijvers vinden online publiceren als het ware een trapje lager, en hun teksten zijn gedoemd om te verdwijnen, zo vinden ze telkens weer.

De website waarop dingen gebeuren die op papier niet kunnen: bv. teksten met hyperlinks, podcasts, en ook literaire kritieken met interactie.

Het podium dat steeds multidisciplinair wordt opgevat, met beeld, muziek, dans, poëzie.

 

  1. Goeie literaire tijdschriften functioneren als een wipplank voor de beste talenten van jonge schrijvers, die dan vaak worden opgepikt door uitgevers. De uitgevers hebben graag een ‘streng maar rechtvaardig’ tijdschrift dat jong talent kiest, begeleidt en coacht, liever dan als gekken te moeten verdwalen in duizenden internetteksten. In De magmakamer werden recent zeventien jonge auteurs ontdekt uit 342 inzendingen.

    En vanaf 1993 zien we steeds nieuwe generaties in de redactie van DW B. De meesten vindt u terug in de ‘Vijfentwintig getuigenissen’.

    Als je de namen van al die getuigende auteurs leest, zie je DW B goed functioneren als ontmoetingsplek waar plannen worden gesmeed, vriendschappen gesloten, samenwerkingen afgesproken.

    Het aloude DW B (gesticht in 1855), dat tot onze canon behoort en een groot bereik heeft – ook buiten de literaire incrowd -, blijkt zich steeds te vernieuwen, net zoals De Gids in Nederland het tijdschrift is waar debutanten per se gepubliceerd willen worden.

  1. In de ‘Vijfentwintig getuigenissen’ zit heel wat variatie qua generatie, gender en origine. Die diversiteit is ook merkbaar in de gekozen thema’s zoals recent nog Vrouwelijke Arabische stemmen, een imaginaire reis langs acht Arabische landen aan de Middellandse Zee. Eind dit jaar verschijnt een boeknummer over De Muur, al wat mensen scheidt: de muren tussen volkeren, religies, ideologieën, rassen … Ook de boeknummers over Brussel (Atlas Brussel) en Oostende (Kamer in Oostende) krioelen van de superdiversiteit.

 

  1. Gespecialiseerde literaire essayistiek komt in krant en weekblad tegenwoordig minder uitgebreid aan bod. DW B publiceert online 20 à 30 kritieken per jaar. Redactieleden leiden jonge critici op, om een uitgebreide rubriek te maken met leesbare en empathische teksten (zie www.dwb.be), geschreven door jonge wolven en ook bekendere critici.

 

  1. Dan is er nog de cross-over tussen beeldende kunst en literatuur. DW B brengt topkunstenaars in contact met dichters en schrijvers. Tekst en beeld inspireren elkaar, zonder te zoeken naar te expliciete ‘rijmen’. Er kwamen ‘special editions’ tot stand, sterk vormgegeven door MER. Paper Kunsthalle, met literair werk bij kunstenaars zoals Berlinde de Bruyckere, Koenraad Tinel, Luc Tuymans, Paul Robbrecht, Dirk Braeckman enzovoort.En in elk regulier nummer debuteert een jonge plastisch kunstenaar. 

    En in elk regulier nummer debuteert een jonge plastisch kunstenaar.

 
Bovenstaande oefening en ook de katern met vijfentwintig getuigenissen: we doen het maar één keer. Maar het moest ons even van het hart: waarom bestaan we? Dromen we wat, of vinden de schrijvers zélf dat DW B een onmisbare, strenge maar geliefde schakel is in de literaire biotoop, en zelfs in hun bestaan?
 
Hugo Bousset