Literaire kritieken

Vanaf het voorjaar van 2017 positioneert DW B zich nog steviger middenin het literaire debat. We blijven inzetten op gedegen teksten waarin critici de tijd nemen en de ruimte krijgen om zich op geheel eigen wijze te verhouden tot belangrijke literaire werken. Er is maar één verschil met het verleden: we drukken de kritieken niet meer af op papier maar plaatsen ze direct online op www.dwb.be. Zo zingt DW B ook digitaal mee in het polyfone koor dat de literaire kritiek is - met haar eigen, voldragen stem.

 

Voor de literaire kritieken die voor 2017 in de DW zijn verschenen kunt u terecht op de archiefwebsite.

Volg daarvoor deze link: dwbarchief.be

 

 


 

 

De ongekroonde rockster van het Vlaamse theater. Over ‘Stuk van mijn leven’ van Arne Sierens

Auteur: Daan Borloo - januari 2020

Arne Sierens, Stuk van mijn leven. Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, nog te verschijnen.

Download deze tekst in pdf hier

Laten we het even hebben over de lamentabele staat van het Vlaamse toneelrepertoire. Verschoning: het Vlaamse toneelrepertoire is very much alive and kicking — het aanbod aan originele theaterteksten die op allerhande scènes worden ontwikkeld en verbeeld, is gigantisch, uitdagend en divers — maar behalve in de beslotenheid van de zaal, in het hier en nu van elke voorstelling, gebeurt er bitter weinig mee.
            In een opiniestuk voor De Standaard kaart theaterauteur Stijn Devillé dit 'repertoireprobleem' treffend aan: ‘Ieder stuk dat hier wordt gecreëerd, lijkt er een te zijn voor single use only [en dat lijkt] vooral het gevolg te zijn van een economisch principe van verbranding.’ Toneelstukken zijn wegwerpproducten geworden, betoogt Devillé, temeer omdat er geen ensembles meer zijn die het repertoire levend kunnen houden. Acteurs zijn flexwerkers geworden ‘die als havenarbeiders in de shop hopen op afroep aan de slag te kunnen. En wie niet wordt afgeroepen, begint met de moed der wanhoop zelf: zelf schrijven, regisseren, spelen, produceren, verkopen, zonder projectsubsidie, maar met een beetje “dop”’.
            Het is een nijpende kwestie die wellicht nog nijpender zal worden nu de investeringen van de Vlaamse regering in de verschillende cultuurdomeinen stelselmatig en in snel tempo slinken. Nochtans hecht diezelfde Vlaamse regering, als we tenminste het Vlaams regeerakkoord mogen geloven, veel belang aan canonvorming om ‘complexloos’ te kunnen omgaan ‘met wie we zijn en waar we vandaan komen’. Is het zorgvuldig omgaan met en faciliteren van een groot, uitdagend en divers repertoire dan niet de eerste stap?
            Welaan, als het van bovenaf niet komt, dan doen we het zelf! Dat is althans wat de Gentse theatermaker Arne Sierens (1959) gedacht moet hebben. Sierens blinkt al zijn hele carrière uit in doe-het-zelverij en gaat gezwind door op dat elan, ook wat repertoirezorg betreft: zijn oeuvre is nog steeds springlevend. Sierens' stukken worden veelvuldig bewerkt en (her)opgevoerd, zowel door amateurgezelschappen als door Sierens zelf. Zijn remake van De broers Geboers (1998) is ondertussen anderhalf jaar oud en in februari gaat Mouchette in première — een herwerking van zijn succesvoorstelling uit 1990, waarvoor hij destijds de Taalunie Toneelschrijfprijs won.
            Hoewel Sierens' stukken in de loop der jaren ook daadwerkelijk gepubliceerd zijn bij gerenommeerde uitgeverijen als Vrijdag en IT&FB, geeft hij sinds kort ook een schare teksten uit in eigen beheer en via printing on demand. Zijn website verwijst je heel makkelijk door naar Amazon, waar je De broers Geboers als paperback kunt aanschaffen voor iets meer dan vijf euro. Op die manier blijft Sierens de beste ambassadeur van zijn eigen teksten.
            Hij bracht ook Stuk van mijn leven uit via die formule. Het is een neerslag van ‘de momenten die de wegen in zijn leven hebben getekend en bepaald’. Sierens ontwikkelde dit Stuk op de bühne en brengt de tekst ook af en toe live, als een autobiografische solo, onder andere op de laatste editie van Theater Aan Zee in Oostende of in cafés, zoals de Ventura, stamkroeg van het Gentse culturele veld.
            Stuk van mijn leven is in de eerste plaats een egodocument. Als er één ding is waarop je Arne Sierens in de loop van dit boek (of daarbuiten) niet zult betrappen, dan is het wel valse bescheidenheid of artificiële nuance. Sierens is muzikaal, niet museaal: zijn hele levenswandel en werkethiek zijn ingegeven door begeesterde intuïtie en een buitensporige energie, en dat merk je ook in deze atypische memoires. De lezer wordt niet bij het handje genomen, maar mee in het bad getrokken. Je leest niet louter over Sierens, je wordt Sierens. Iedereen is Arne en Arne is bijlange niet iedereen. Een tekenend voorbeeld:
 
Het RITCS.
Mijn opleiding als theaterregisseur.
Wat kan ik daarover zeggen?
 
Een school kan slecht zijn.
Maar bekijk dat dan als een muur
waar ge u tegen afzet.
Maar als de muur van karton is,
ge zet u af, RANG,
uw voet schiet erdoor.
Dat was een lege doos. Saai.
 
Elke morgen, dat was vroeg opstaan,
vertrekken van huis naar het station,
op het perron gaan staan,
de trein naar Brussel die arriveert,
de deuren die openen:
‘Nee, ik heb geen goesting vandaag.’
De deuren gingen toe
en de trein vertrok.
Gedurende die vier jaar,
bleef ik gewoon op het perron staan,
twee keer per week.
 
Zowel de bruisende schrijfstijl als bladspiegel zijn vintage Sierens en werken activerend. Als theaterauteur heeft hij een idioom ontwikkeld waarbij de ritmiek van elke regel de onzichtbare boog van het geheel onder stoom zet, als bij de lyrics van een punksong. Het einde van elke regel is een cliffhanger, de start van een nieuwe regel altijd een nieuw begin. Sierens heeft zijn theaterteksten ook nooit als affe artefacten bedoeld of beschouwd, maar als ‘fysieke partituren’ waarmee in het steeds verschuivende hier en nu aan de slag moet worden gegaan. Opnieuw: muzikaal, eerder dan museaal.
            Behalve die dynamische autobiografie is Stuk van mijn leven echter ook een poëtische neerslag van het naoorlogse Vlaanderen. Behalve de lotgevallen van één enkele theatermaker beschrijft het ook — veelal tussen de lijntjes — de lotgevallen van een Gentse generatie. De babyboomers, met al hun sturm und drang naar verandering, lijken toch vooral gevangen te zitten in conservatieve concepten, eeuwenoude geplogenheden en sociale immobiliteit. Er was in die periode ontzettend veel om zich tegen af te zetten, zoals de oubollige theatertraditie, die quasi uitsluitend de leefwereld van de beau monde representeerde. Hilarisch is de passage waarin Sierens Der Rosenkavalier samenvat, een stuk waarvoor De Munt hem wou engageren:
 
Dat speelt zich af in Wenen,
het gaat over heel rijke mensen
ten tijde van Mozart.
Er is ergens in een paleis een feest.
De baron kondigt aan
dat hij wil trouwen met Sophie.
Volgens de traditie moet er wel eerst
een boodschapper bij Sophie gaan,
met een zilveren roos in de hand,
als voorstel voor een verloving.
Er wordt gestemd:
Octavio gaat dat doen.
Dus Octavio op weg naar Sophie,
een zilveren roos in de hand.
Hij klopt op haar deur.
Sophie doet open: VLADABOEM,
direct smoorverliefd op mekaar.
In alle scènes die volgen,
niemand van Wenen gaat akkoord,
aria's en duetten vol gezaag en geklaag.
Alles op muziek van Richard Strauss.
Doek toe. Dan zitten geeuwen.
 
Sierens slaat het aanbod af en heeft zich in de jaren die volgden op de kaart gezet als chroniqueur van ‘gewone lieden’, geïnspireerd door Chikamatsu Monzaemon, een Japanse theaterlegende die geen koningen ‘maar boekhouders, wasvrouwen, muzikanten, vissers, kleermakers, hoeren, boodschappers, schrijnwerkers en coiffeurs’ tot helden en hoofdpersonages doopte. Uit Sierens' manifest:
 
Ik ben afkomstig uit een wijk,
een arbeiderswijk,
een buurt vol debielen en schlemielen,
a fucking tribe of losers en ratés.
(...)
Ik moet al die mensen redden.
Die wanhopigaards die mij zo pakken,
die zogenaamde parasieten en profiteurs,
ik wil die tot leven brengen in mijn theater.
Ik wil er goden en godinnen van maken,
heilige mannen en heilige vrouwen,
in een stijl vol bewondering voor hen,
vol contrasten en stupide kanten,
vol poëzie, ongelooflijk geestig
en bloedserieus tezelfdertijd.
 
Sierens geeft in Stuk van mijn leven ook een inkijk in zijn werkproces — met al dan niet vaststaande creatieve wetmatigheden als ‘De eerste dag dat ik begin, kijk ik met mijn spelers naar een film’ en ‘Een tekst is niet het begin, maar het einde van het maakproces’. Hij laat in dit boek ook een karrenvracht aan foto's los die doen wegdromen naar de rock-'n-roll van zijn theatermethodiek. Elke zin is gemarineerd in niet aflatend enthousiasme en de filosofie van ‘altijd blijven gaan’. Alleen al daarom is Stuk van mijn leven een aanrader voor jonge en minder jonge creatieven en al dan niet Vlaamse theaterauteurs. Geloof in je repertoire en draag het uit! De samenleving zal er wel bij varen.
 
 
 
 
BIBLIOGRAFIE
 
Arne Sierens, Stuk van mijn leven. Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, nog te verschijnen.

Comments