Tweede laureaat poëzie

Gedichten

Pieter van de Walle

 

 

 

Rotor/Stator
 
 
je kan alleen
de berg op turen
de silhouetten van de molens
houden aan
 
bij elke thuiskomst word je kleiner
je blijft ingepakt als boodschappen
staan in de hal, je schoenen aan
je waanzin in je regenjas
 
het is niet nodig
je te verzetten
maar het went
en het doet
alles met je
 
ik zou hier uren kunnen blijven, denk je
en nog zou ik niets van een standbeeld hebben
dat belang: hard als de schaduw van de berg
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Interfase
 
 
bij elke fractie
elke daling
bed ik mezelf
dieper in
 
het zal een winter zonder sneeuw zijn:
de vogels, de mist, het ijkpunt en de overgang
 
op de scheiding van twee vloeistoffen
de jouwe en de mijne, beeft een cirkel
 
hoe kouder, hoe onwaarschijnlijker het is
dat ons netwerk loskomt: onze vezels
 
ik denk erover na
ijskoud geluk te hebben
zoals niemand dat
ooit had
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ogives
 
 
te koud
ben ik
de gewelfde dagen
het rantsoen: zonder te moeten
 
later
in de witte ochtend
het uitschot
van mij: slaap, winter
 
torens op de hoeken
van het paviljoen, de tuin
is weg, ik resoneer
de verte in, mijn handen
 
haal adem
als een punt in potlood
sparrenhout
de randen van de dag, mijn handen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweede laureaat poëzie van Babylons Interuniversitaire Literaire Prijs 2018.