Elk meer een zee Pre-order

€ 17,50

Auteur: dasKULTURforum Antwerpen
ISBN: 9789464340501

Zes Vlaamse en zes Duitse dichters werpen een blik over de Belgisch-Duitse landsgrens en reflecteren over de respectievelijke buren. Ze verrassen de lezer met twaalf originele gedichten, geschreven vanuit eigenzinnige perspectieven en persoonlijke ervaringen. De reis gaat van de Belgische kust via de Westhoek en de Ronde van Vlaanderen naar Keulen, Berlijn en Leipzig. Allemaal in het gezelschap van Bach, Von Humboldt, Van Ostaijen en Jean-Marie Pfaff, maar ook van Louis Seynaeve, Ondineke en Mutter Courage. Kortom: levendig poëtisch grensverkeer. De bundel wordt bezorgd door Ine Van Linthout en Stefan Wieczorek, de vertalingen zijn van Erik De Smedt en Stefan Wieczorek.

Elk meer een zee verschijnt in november 2021 - u kunt het boek nu al pre-orderen. Zodra voorradig, ontvangt u uw bestelde exemplaar.


Over de auteurs van Elk meer een zee

Andy Fierens (1976) trad als dichter talloze keren op in binnen- en buitenland: van thuismatchen in Antwerpen tot festivals in Canada, Zuid-Afrika, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Roemenië en Japan. Zijn debuut Grote Smerige Vlinder (2009) werd bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Nadien verschenen nog de sciencefictionroman Astronaut Van Oranje (2013) en de bundel Wonderbra’s & Pepperspray (2014; Gambaviecher in fetter Tunke, 2016). De afgelopen jaren was hij ook actief als theatermaker. Samen met Michaël Brijs richtte hij het koor De Bronstige Bazooka’s op, waarvoor hij libretto’s schrijft. Hij brainstormde ook mee tijdens de opstartfase van het project Elk meer een zee.

Nora Gomringer (1980) is Zwitserse en Duitse. Ze is dichter, filmmaker en spreekt en schrijft voor radio, televisie en cultuurbijlagen in kranten. Operalibretti, theaterwerk en talrijke samenwerkingen met beeldende kunstenaars maken haar tot een van de veelzijdigste dichters van haar generatie. Haar werk is in vele talen vertaald en werd o.a. met de Carl Zuckermayermedaille (2021), de Ingeborg Bachmannprijs (2015) en de Jacob Grimmprijs (2011) bekroond.

Adrian Kasnitz (1974), geboren aan de Oostzee,
opgegroeid in Lüdenscheid (Noordrijn-Westfalen),
studeerde in Keulen en Praag en leeft als auteur en uitgever in Keulen. Zijn laatst verschenen werk bestaat uit de dichtbundels Kalendarium #1 bis #7 (2015-2021) en Glückliche Niederlagen (2016) en de roman Bessermann (2017).

Stan Lafleur (1968), geboren in Karlsruhe, woont in Keulen. Hij publiceerde al talrijke titels (meest recent: Am Rande der Wahrscheinlichkeit von Mexiko, 2019) en crossgenrewerk van spreekopera’s tot cultuurhistorische internetmozaïeken. Zijn gedichten werden tot dusver in twaalf talen vertaald. In België zijn van hem in de Franse of de Nederlandse vertaling onder meer gedichten verschenen in de lyriekanthologie L’amour aux temps (2008) en in het tijdschrift DW B (2013, uit Lafleurs rheinsein-project).
In Deus ex Machina (2019) verscheen een foto-essay over lyriek in de publieke ruimte.

Ruth Lasters (1979) schrijft romans, poëzie en
opiniestukken. Haar dichtbundel Lichtmeters (2015; Lichtmesser, 2018) werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs. Daarnaast strijdt ze samen met vele anderen tegen het elitarisme binnen het huidige
Belgische onderwijssysteem, wat naar voren komt in haar laatste roman VIN. Ze beschrijft zichzelf als een filantroop op afstand.

Tristan Marquardt (1987) woont in München. Hij publiceerde de dichtbundels scrollen in tiefsee (2018) en das amortisiert sich nicht (2013) en gaf samen met Jan Wagner de anthologie Unmögliche Liebe. Die Kunst des Minnesangs in neuen Übertragungen (2017) uit. Hij is mede-uitgever bij uitgeverij hochroth in München, lid van het poëziecollectief G13 en organisator van talrijke literaire formats, zoals de voorleesreeks meine drei lyrischen ichs in München.

Carmien Michels (1990) is schrijver en performer. In 2016 werd ze Nederlands en Europees kampioen Poetry Slam. Sindsdien toert ze de wereld rond in vele talen. Ze debuteerde met de roman We zijn water (2013), die op de shortlists van de Vlaamse Debuutprijs en De Bronzen Uil stond. Daarna verschenen Vraag het aan de bliksem (2015) en haar poëziedebuut We komen van ver (2017). In 2021 komt haar eerste verhalenbundel Vaders die rouwen uit.

Ulrike Almut Sandig (1979) is geboren in Großenhain
(Saksen) en woont vandaag in Berlijn als schrijfster en performance-dichteres. Meest recent verschenen haar roman Monster wie wir (2020) en het muziekalbum Landschaft (2018) van haar gelijknamige poëziecollectief, dat filmkunst, poëzie en muziek combineert. Haar gedichten zijn meermaals verfilmd en bekroond, o.a. met de Leonce en Lena-Prijs in 2009. Ze werden inmiddels al in vijftien talen vertaald.

Max Temmerman (1975) schreef op korte tijd vier dichtbundels. Zijn poëzie werd veelvuldig
genomineerd, vertaald, gebundeld en gebloemleesd.
Het audioboek De meeste mensen die ik ooit ben geweest bevat een selectie van vijftig gedichten uit zijn eerste drie bundels, in Duitsland verscheen een selectie onder de titel Die Geduld der Gärten (2019) en in Spanje verscheen begin 2021 de bloemlezing Todo esto sucédio un martes por la mañana. In 2020 debuteerde Temmerman als schrijver met de geprezen roman Coniferen (genomineerd voor De Bronzen Uil Debuutprijs), een zelfverklaarde ode aan Georges Simenon. Hij brainstormde ook mee tijdens de opstartfase van het project Elk meer een zee. In het buitenland voelt Temmerman zich in de eerste plaats Belg.

Charlotte Van den Broeck (1991) is dichter en
schrijver. Voor haar poëzie mocht ze de Herman de Coninck Debuutprijs ontvangen en de driejaarlijkse
Paul Snoekprijs voor de beste Nederlandstalige
bundel. Haar werk werd vertaald naar het Duits (o.a. Nachtdrift, 2021), Frans, Engels, Spaans, Afrikaans en Servisch. In 2019 verscheen haar prozadebuut Waagstukken, een essayistische queeste naar tragische architecten en hun laatste bouwwerken.

Maud Vanhauwaert (1984) is dichter, performer en docent Woordkunst aan het Koninklijke Conservatorium van Antwerpen. Voor haar poëziedebuut Ik ben mogelijk (2011) kreeg ze de Vrouw Debuutprijs, voor haar bundel Wij zijn evenwijdig (2014) de Hughes C. Pernathprijs en de
Publieksprijs van de Herman De Coninckwedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiekelijk te maken. In 2018 en 2019 was ze stadsdichter van Antwerpen, in mei 2020 verscheen het boek Het stad in mij, dat werd bekroond met de Jan Campertprijs. Soms zou ze een xylofoonspeler willen zijn, zodat ze elke dag hout kon afkloppen.

Christoph Wenzel (1979) woont in Aken en schrijft poëzie en essays. Tot nu toe publiceerde hij vier dichtbundels, waarvan de meeste recente lidschluss (2015) is. Een nieuwe bundel is in voorbereiding voor 2022. Hij ontving o.a. de Alfred Gruberprijs, een Rolf Dieter Brinkmannbeurs en de Dresdener Poëzieprijs. Samen met Stefan Wieczorek is hij hoofdredacteur van het Nederlands-Vlaams-Duitse poëzietijdschrift
Trimaran en redigeerde hij de bloemlezing Polderpoesie. Jonge poëzie uit Vlaanderen en Nederland (2016). Hij schrijft en leest af en toe essays voor de radio (WDR) en stelt voor het Literaturbüro NRW de online poëziebloemlezing Flusslaut op Instagram samen.