Max Blecher

Net als diens hoofdpersoon leed Max Blecher (1909-1938) vanaf zijn 19e  aan ruggenmerg-tbc en was tot een liggend leven in een korset van gips veroordeeld. Op zijn ziekbed schreef hij drie autobiografische romans die hun plaats in het Roemeense pantheon hebben gekregen. Na de val van de communistische dictatuur in 1989 werd Blecher in Roemenië herontdekt, ook via vertalingen in het Duits, Engels, Frans, Pools, Spaans en Tsjechisch.

Vertaler Jan H. Mysjkin is meerdere malen bekroond, o.a. voor de eerste integrale vertaling in het Nederlands van De graaf van Montecristo van Alexandre Dumas.

Over Gelittekende Harten:

‘Vijfduizend patiënten met bottuberculose liggen in Berck in het gips en wachten op hun genezing. De gruwelijke ziekte kiest bij voorkeur gewrichten uit – wervels, heup, knie – die meteen worden geïmmobiliseerd. De zieken liggen languit in hun karretjes en bedden, verloren in dagdromen, verzonken in eindeloze lectuur of onthecht in de oneindige contemplatie van de onmetelijkheid van de oceaan.’ In deze autobiografische roman schetst Max Blecher van binnenuit de wereld van terminale patiënten. Zijn alter ego, Emanuel, komt in een wereld terecht die niet meer aan de levenden toebehoort, en nog niet aan de doden – het is de wereld van de ‘ondoden’, in het kuuroord Berck-sur-Mer, de ‘stad der verdoemden’. - Piet Kaptein

' Blecher werd weleens vergeleken met Franz Kafka, twee auteurs die over extreme vormen van vervreemding schreven. Zijn beeldspraak doet denken aan de wereld van Salvador Dali. Droom en werkelijkheid lijken door elkaar te lopen, maar de ergste nachtmerrie is bij Blecher altijd gewoon dagelijkse werkelijkheid, datgene wat hij om zich heen ziet.'
-  Cobra

'duidelijk is dat Max Blecher alleen al vanwege Gelittekende harten niet voor niets heeft geleden.' - Tzum