Leesfragment: Over dit gevoel is nagedacht - Tyche Beyens

Over dit gevoel is nagedacht van Tyche Beyens is een queeste naar de liefde van vier eind-twintigers, die dat veelzijdige begrip stapsgewijs proberen te ontleden. Het is een liefdesverhaal over voelen in een eeuw waarin zo veel wordt nagedacht. Lees hier het eerste hoofdstuk uit Beyens' debuut. 


Over dit gevoel is nagedacht
Tyche Beyens

ISBN: 978 94 6434 212 3
Prijs: €22,50


EEN GASFLES VERANDERDE ALLES

 

Liefde is niet meer dan de perfecte timing. Het is op exact hetzelfde moment openstaan voor elkaar. Ruimte hebben voor de liefde van een ander. Bereid zijn om de liefde aan een ander te geven.
      Naast de figuurlijke perfecte timing is liefde ook de letterlijke perfecte timing. Zoals mensen er soms jaren over doen om elkaar te vinden. Je kent ze wel, die verhalen van ‘we kenden elkaar al tien jaar, maar het was pas op dat feest of na die gebeurtenis of na die andere relatie dat wij elkaar ook echt vonden’.
      Voor sommigen klinkt dit misschien als een te rationele of te eenvoudige visie op de liefde, want natuurlijk spelen ook persoonlijke voorkeuren, geschiedenissen, astrologische matches, onze opvoeding en hormonen een rol. Maar in een veranderlijke wereld waarin het menselijke lichaam letterlijk elke split second een ietwat andere samenstelling heeft, waarin elke dag plusminus driehonderddertig biljoen van onze cellen worden vervangen door andere, kan je toch niet anders dan stellen dat liefde niet meer is dan de perfecte timing?

 

Omdat hij zo geloofde in die definitie van de liefde stond Nino er bij zijn vrienden om bekend nogal weinig initiatief te nemen als het op vrouwen aankwam. Hij aanvaardde liefde zoals ze in zijn schoot geworpen werd. Voordat hij echt verliefd kon worden, moest iemand hem eerst expliciet de liefde verklaren. Zo dekte hij zich in tegen teleurstelling en blauwtjes. Wie niet waagde, kon ook niet verliezen.
      Twee maanden geleden verklaarde Nino voor het eerst zijn liefde aan iemand nog voor hij wist of het een beetje wederzijds was, of ja, hij zette alleszins de eerste stap. Dat atypische Ninogedrag kostte hem zijn vaste relatie en daarna bijna zijn gezond verstand. Hij had geknoeid met het lot, en dat allemaal om iemand in zijn bed en leven te krijgen.
      Vrienden deden dat regelmatig, knoeien met het lot. Ze gebruikten slechte openingszinnen, nog slechtere dansmoves en datingwijsheden die ze Nino aanraadden, zelfs al mislukten die ook bij hen minstens vier op de vijf keer. Behalve blozende kaken, slapeloze nachten en prikkelbare darmen had hun advies Nino weinig opgeleverd.
      Tot nu dan, want deze ochtend werd hij niet alleen wakker in zijn appartement, een zolderverdieping van een oud herenhuis. Op de plaats waar hij haar al die tijd had gewenst, lag zij: Aisha. Dat had hij enkel en alleen verwezenlijkt door helemaal niets te doen, op wachten na. Twee tergend trage maanden lang.
      Terwijl hij met een grote glimlach op zijn gezicht het laken over haar schouder trok, dacht hij terug aan alle pogingen die hij had ondernomen om haar hier te krijgen. Het was vermoeiend geweest, een beetje beschamend zelfs, maar elke andere afloop was niet de juiste geweest, het was toen gewoon nog veel te vroeg. Liefde is echt niet meer dan de perfecte timing.

 

Toen Nino wakker werd rond een uur of zes, zeven, duurde het een paar seconden voor hij goed en wel besefte dat hij niet alleen in zijn bed lag. Met amper één volwaardige slaapcyclus op de teller vond Nino’s lichaam dat het tijd was om op te staan, maar zijn geest was nog wazig. Toen hij zich omdraaide en de glanzende, donkerbruine bos haar op het witte kussen naast het zijne zag liggen, pompte dezelfde stroom adrenaline door zijn lijf die hem tijdens de werkweek wakker maakte voor zijn deadlines. Meestal kon hij dan nog wel even weer in slaap vallen, maar nu zorgde de brede grimas op zijn gezicht ervoor dat zijn lichaam zich onmogelijk kon ontspannen. Dit was niet alleen adrenaline, dit was een dodelijke hormonencocktail.
      Aisha ademde in een traag en regelmatig tempo. Nino sloop uit bed en liep op zijn tenen naar de keuken, waar hij een espresso in één keer achteroversloeg om de korte nacht te vergeten. Daarna dronk hij nog eentje, wat trager, voor de smaak. Nino’s ochtendritueel.
      Terwijl hij de tijd nam om van die tweede koffie te genieten, wreef hij zijn lange blonde krullen uit zijn gezicht en draaide ze in een dotje. Hij bestudeerde zijn reflectie in het raam en haalde zijn schouders op. Goed genoeg. Allicht had Aisha al knappere mannen dan hem gedatet, mannen die niet zulke buitenproportioneel lange armen, benen en dito neus hadden. Hij hoopte gewoon dat als ze elkaar beter leerden kennen, ze de schoonheid zou zien die in hem zat. En hij de kans zou krijgen haar die schoonheid te tonen.
      Dat ze was blijven slapen, na alles wat er gebeurd was tussen hen, was alleszins al een goed teken. En dan te denken dat afgelopen nacht bijna niet had plaatsgevonden. Hij schudde zijn hoofd uit ongeloof terwijl hij naar het toilet liep, waar hij zo stilletjes mogelijk probeerde te plassen en de vorige dag herbeleefde.


Toen Nino nog maar een voet zette in dat gruwelijke café waar zijn vrienden hem naartoe hadden gesleept, keek hij al uit naar zijn vertrek. Ze hadden daarvoor drie gezellige cafés bezocht tijdens een kroegentocht, dus Nino kon het niet vatten dat dit de laatste etappe van de avond werd. Hij zei nog tegen zijn vrienden: ‘Ik ga afronden, denk ik’, waarop meteen een glas bier voor zijn neus werd gezet. Voor hij het goed en wel besefte, hing Nino vast aan traktatierondes. Hij moest wachten tot het zijn beurt was zodat ze quitte stonden, maar de rest was hem telkens te snel af.
      Het café dat Nino liever vermeed – het heette ook gewoon Het Café – was een plek waar je normaal gesproken alleen maar verzeild raakte als je op alle andere plekken al was verstoten. Tijdens een gemiddelde nacht vond je er dan ook een bont gezelschap met slechts één gemeenschappelijke noemer: niemand wilde aanvaarden dat het buiten al lang geen nacht meer was. Er hing altijd een indringende rioolgeur, de rolluiken waren steevast afgelaten om het daglicht te weren en er werd uitsluitend muziek gedraaid uit de cd-collectie van de eigenaar. Slechte muziek is soms het enige wapen dat een uitgetelde cafébaas nog rest om klanten te doen vertrekken. En als de muziek hier niet voor zorgde, dan wel de rioolgeur. Tegen de ochtend, zoveel toiletbeurten later, was hij werkelijk ondragelijk. Geen ideale setting voor de start van een grote romance, dat snap je ook wel.
      Nu was het zo’n nacht waarin alle cafébazen in de stad collectief hadden besloten dat het eens niet de spuigaten uit mocht lopen. Dus zakten op een nog redelijk beschaafd uur, vanuit zowat elke mogelijke hoek van de stad, twintigers, dertigers en wat verdwaalde pubers af naar het enige café waar je altijd, de klok rond, op kon rekenen. Zo ook Nino en Aisha.
      Dat Nino van alle prachtige cafés in de stad juist op deze verderfelijke plek haar weer tegen het lijf liep, noem dat maar magie. Aisha zorgde er met één blik voor dat Nino een nieuw favoriet café had. Liefde is niet meer dan de perfecte timing. Probeer het maar te ontkennen.
      Nino’s gezelschap, oude studiegenoten die hij al lang niet meer had gezien, begreep meteen dat de twee een geschiedenis hadden samen.
      ‘Zo’n gezicht heb ik jou nog nooit zien trekken. Wie is dat?’
      Hij slaakte een veel te dramatische zucht. ‘Waar moet ik beginnen…’ Nochtans wist hij heel goed hoe hij dit verhaal zou aanvatten. Al te graag deed Nino het relaas over de memorabele nacht waarin hij Aisha had leren kennen. Het was zijn favoriete anekdote van de voorbije twee maanden geworden: die van het verjaardagsfeest waar bijna een fles heliumgas ontplofte.


Nino werd door zijn vriend Bram uitgenodigd om voor zijn dertigste verjaardag samen met enkele andere vrienden iets te drinken aan de rivier die dwars door de stad stroomde. Ook dit is geen al te sprookjesachtig decor, maar er is wel één groot verschil: met zoveel mensen bij elkaar komen mocht toen eigenlijk nog niet. Een besmettelijke longziekte deed al een jaar de ronde. In afwachting van een vaccin moesten mensen verplicht afstand nemen van elkaar en je mocht slechts in beperkte sociale bubbels vertoeven. Daarom stonden Brams genodigden aanvankelijk allemaal rechtop, klaar om elk een andere richting uit te lopen mocht de politie hun pad kruisen.
      Het was daar, aan de overkant van een mensencirkel die de door de overheid toegelaten hoeveelheid overschreed, dat Bram Nino aan Aisha voorstelde. Meer dan zijn voornaam wisselde hij niet met haar, maar hij kon nadien zijn ogen niet meer van haar afhouden. Als je hem toen had gezegd dat ze diezelfde nacht nog een kus zouden delen, en dat in een periode waarin elke vorm van intimiteit werd beschouwd als een regelrechte misdaad tegen de mensheid, zou Nino uit ongeloof zijn beginnen te gieren. Maar na enkele uren stonden ze plots tegenover elkaar. Toen Aisha vervolgens in kleermakerszit op de grond plofte, besloot hij hetzelfde te doen.
      Hij wist niet hoe het kwam, maar Aisha deed hem denken aan het buurmeisje dat hem als dertienjarige talloze slapeloze nachten had bezorgd.
      ‘Je lijkt op iemand die ik ken.’
      ‘Wat zeg je?’ Ze schuifelde dichterbij tot haar dijbeen zachtjes het zijne raakte. Elektriciteit.
      Hun beperkte gezelschap was misschien wel met een mens of vier boven de toegestane hoeveelheid, maar enkele meters verderop dansten tweehonderd tieners op ABBA’s Lay All Your Love On Me, honderdzesennegentig mensen te veel dus. Het enige wat Nino daaraan raakte, was dat de zestienjarigen van nu al publiekelijk naar ABBA durfden te luisteren. Op die doorbraak had zijn generatie moeten wachten tot hun zesentwintigste.
      Aisha en Nino keken samen naar de mensenmassa en zij haalde haar schouders op: ‘Na al die maanden zonder schuren en muziek, vind ik dat die jongeren echt gewoon mogen doen wat ze willen.’
      ‘Ja, ik heb het ook gehad met al die regels.’
      Wat maakte het ook uit. Over de tonen van ABBA heen kon hij Aisha nog juist voldoende verstaan om te begrijpen dat ze werkte als kinesist in een praktijk die gespecialiseerd was in kinderen en jongeren, dat ze een grijze kat had en dat ze net zoals hij graag reisde. Wat hem vooral opviel, was hoe bescheiden Aisha sprak over haar laatste reis, de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella, die ze samen met enkele vrienden te voet had afgelegd om geld in te zamelen voor het goede doel.
      ‘Indrukwekkend? Goh, ja. Dit jaar was het een lange tocht. De vorige jaren deden we kortere afstanden, hoor.’
      ‘Vorige jaren?’
      ‘We doen dat elke zomer, maar kiezen telkens een ander land en een ander goed doel.’
      Ze hadden ze allebei al lang niet meer gemaakt, die verre en lange reizen, wat niet van hun gewoonte was. Verlangend
beschreven ze om de beurt de landen waar ze al geweest waren en wat je ter plaatse zeker moest doen. Het was alsof hij met haar op reis was, op plaatsen die hij nooit eerder had bezocht maar die hij bijna kon ruiken. Tot Aisha zei: ‘Maar mijn favoriete land is toch wel Slovenië.’
      Hij knikte instemmend. ‘Dat land heeft alles.’
      En zij zo te zien ook. Alsjeblieft, Aisha, leg alsjeblieft al je liefde op mij.
      Even later debatteerde de groep over wat de volgende stop van de avond werd. Nino, die zichzelf had voorgenomen vroeg in bed te kruipen na de gebrekkige slaap van de afgelopen nachten, hoopte op de kracht om de tijd te doen stilstaan. Hij had nog niet genoeg van haar, maar hij zou haar nooit krijgen zonder iemand anders weg te duwen. Het slimste wat Nino kon doen was nu naar huis vertrekken, voor hij iets deed waar hij spijt van zou krijgen.
      Tien minuten later volgde Nino de groep naar het appartement van de jarige Bram, op een steenworp verwijderd van het water. Hij was niet de enige die naast Aisha probeerde te wandelen: er waren kapers op de kust. Ze leken haar allemaal al te kennen van vroeger en deden een beroep op binnenpretjes. Nino wandelde alleen, leek geen schijn van kans meer te maken, maar hij had wel genoeg kansen om te verdwijnen zonder dat iemand het zou merken. Toch deed hij dat niet.
      De discoverlichting in de woonkamer ging aan, die werd blijkbaar nooit naar beneden gehaald, en de jarige Bram, een beloftevolle regisseur, voerde een nieuwe lading drank aan voor de feestvierders. Hij stopte Nino een blikje bier toe en sloeg vervolgens zijn arm om Nino’s schouders.
      ‘Dat is een mooie vrouw, hè.’ Hij knikte met zijn hoofd in de richting van Aisha.
      ‘Heel mooi, maar dat mag ik misschien niet zeggen…’
      ‘Kom, zeg, leef een beetje.’
      Nog voor Nino kon reageren, wandelde Bram resoluut naar haar, terwijl ze omsingeld werd door vijf mannen. Hij vroeg haar hem te volgen naar de keuken om ballonen op te blazen met de fles heliumgas die daar nog ergens rondslingerde.
      Omdat Bram er niet in slaagde de fles te openen volgens de instructies, begon hij er maar wat aan te frutselen. Plots begon de fles te tollen door de ruimte, met een oorverdovend gepiep tot gevolg – niet bepaald ideaal voor een illegaal huisfeest. Aisha, die naast de op hol geslagen gasfles stond, spurtte naar de slaapkamer waar een raam openstond. Nino, die niet ongevoelig was voor een vrouw in nood, volgde haar zonder te aarzelen. De rest van de genodigden stond in de trappenhal, klaar om het pand te evacueren. Bram zelf bleef achter in de keuken, waar hij intussen ineengekrompen en met de slappe lach op de grond lag (hij dacht dat helium hetzelfde was als lachgas). 
      Voor je iets verkeerds denkt over Nino, laat wel wezen: hij was gevoelig voor alle mensen in nood, niet alleen voor vrouwen. Hij was het type man dat je belde om tegels uit te breken bij een renovatie of om je honderdzeventien planten water te geven tijdens je vakantie. Iemand die altijd tijd maakte om te helpen, nood of geen nood.
      Toch was het geen totaal onbaatzuchtige daad om Aisha achterna te gaan en gerust te stellen, als dat was waar ze nood aan had tenminste. Hij zag hier in de eerste plaats een kans. Bij het open raam deelden ze een moment van stilte.
      Aisha ademde diep in. Ze lachte: ‘Ik dacht even dat ik doof was.’
      ‘Gaat het?’
      ‘Ja, ja, ik ben gewoon geschrokken.’
      ‘Snap ik, ik heb ooit een paar weken met een piep in mijn oor rondgelopen, dat is de hel.’
      ‘Dat zal wel… Ik hoop dat Bram oké is. Hij stond er het dichtste bij.’
      ‘Zal ik iets te drinken halen en checken of alles in orde is?’
      ‘Graag! Dank je wel.’
      In de keuken, waar Bram ondertussen weer rechtop stond maar nog steeds aan het lachen was, kreeg Nino een stomp.
      ‘Goeie meet cute geregeld van mij, hè?’ Bram grijnsde vol trots.
      ‘Huh, meet cute?’
      ‘In romantische komedies, een meet cute? Het moment waarop twee mensen elkaar voor de eerste keer ontmoeten op een grappige of leuke manier. Later worden ze een koppel en vertellen ze over dat moment tegen anderen.’ Hij knipoogde.
      ‘Wacht, heb jij dat allemaal in scène gezet?’
      Maar Bram was alweer verdwenen. Intussen was hij in de woonkamer begonnen aan zijn volgende scène, met enkele nieuwe acteurs in de hoofdrol.
      Toen Nino terugkeerde naar de slaapkamer, stond Aisha nog steeds bij het open raam. Het was er stil. Hij zette de blikjes bier geruisloos neer op de vensterbank.
      ‘Dank je.’
      Ze klonken, dronken allebei een slok en keken elkaar lang en diep in de ogen. Je zou dit het perfecte moment voor een kus kunnen noemen. Of dat was het toch zeker, toen Nino vooroverboog en ze beiden hun ogen sloten. Totdat Nino die van hem abrupt weer opende en een stap naar achteren zette.
      Aisha zei lacherig: ‘Je mag me kussen, hoor.’
      Waarop Nino zei, nee, riep: ‘Ik heb een vriendin!’
      ‘Je hebt…?’
      ‘Ja, we wonen samen! En we hebben een cavia.’
      Het kwam er even snel uit als kots. ‘Ik wil je echt kussen, geloof me, maar dat gaat dus niet.’
      Nino keek Aisha angstig aan, maar dit alles leek vooral zijn hart te breken, niet het hare.
      ‘Dan gaan we dat niet doen, hè. Geen probleem!’ Aisha schudde haar volle bierblikje heen en weer. ‘Deze is er te veel aan. Ik heb genoeg gedronken.’ Ze stond op en liep de kamer uit.
      Nino volgde haar met hangende schouders naar de woonkamer. Brams geregisseerde moment was voorbij en Aisha deed haar jas aan en nam afscheid, ze was moe. Ondertussen zag Nino dat alle andere mensen die hij kende op het feest ook al vertrokken waren. Zo subtiel mogelijk porde hij Aisha in haar zij.
      ‘Welke richting moet jij uit?’
      Dat Aisha hem niet vroeg welke richting hij uit moest, deerde hem niet. Nino was sowieso van plan een stukje om te rijden zodat hij nog iets langer bij haar kon zijn. Hij voelde zich ongemakkelijk na zijn flater en wilde het goedmaken nu het nog kon. Ze liepen al jaren rond in dezelfde stad, omringd door dezelfde mensen, en nooit eerder waren ze elkaar tegengekomen. Het zou lang kunnen duren voor ze elkaar terugzagen, misschien zou het zelfs nooit meer gebeuren.
      Hij reed vastberaden zijn straat voorbij en volgde Aisha tot aan het volgende verkeerslicht, daar moest hij echt wel een andere richting uit. Nino kon het niet laten om haar nog een laatste keer langer dan nodig in de ogen te kijken.
      ‘Ik vond het leuk je te ontmoeten,’ zei hij.
      ‘Ja, ik ook.’
      ‘Sorry voor… Sorry.’
      ‘Maakt niet uit. Slaapwel.’
      ‘Slaapwel, Aisha.’
      Hij boog voorover om haar een kus op de wang te geven.
Zij deed hetzelfde. De rest is geschiedenis, biologie, elk vak dat je ooit op de middelbare school hebt gehad. Pure synchronie zorgde ervoor dat ze hun gezichten naar elkaar toe draaiden, hun lippen elkaar op exact hetzelfde moment raakten, en precies toen sprongen alle verkeerslichten in elke richting van het kruispunt op groen. Nino zag het vanuit zijn ooghoek – een duidelijk signaal dat hier iets magisch en gevaarlijks gebeurde. Nino wist het nu absoluut zeker: liefde is niet meer dan de perfecte timing.
      Thuis lag hij de hele nacht te tobben in bed. Zou hij Cathérine, die naast hem lag, vertellen wat er gebeurd was of niet? Het was tenslotte slechts een zoen. Die dingen konden gebeuren. Zeker na een periode waarin ze elke dag met z’n tweetjes opgesloten zaten op zeventig vierkante meter.
      Maar dat was een slecht excuus. Het was misschien wat eentonig met z’n tweeën, maar ze hadden tenminste elkaar gehad. Zoveel mensen moesten die periode alleen doorstaan. Daarnaast veranderde er toch niet zoveel aan hun routine: voor de pandemie speelde hun relatie zich ook al voornamelijk af binnen de vier muren van hun appartement. Cathérine vond het immers leuker om thuis te blijven. ‘Als je buitenkomt is alles zo duur en druk,’ zei ze vaak. Als hij afsprak met vrienden, bleef ze liever thuis. Deden ze iets met twee, ook. Het was bovendien niet zo dat Nino met betere alternatieven op de proppen kwam, en als binnenblijven haar zo blij maakte, waarom dan ook niet. Tot het natuurlijk de enige optie werd.
      ‘Voor mij moet het leven van voorheen niet terugkomen,’ zei Cathérine tegen hem toen ze, voor de zoveelste avond op rij, hun date night op de bank doorbrachten. Cathérine floreerde terwijl Nino zich voelde verwelken als een uitgedroogde kamerplant.

 

De ochtend na het feest werd hij vroeg wakker met een kriebel in zijn buik. Een onbekend gevoel. Had hij spijt van de kus? Hij wist het niet, hij kon dit gevoel niet ontcijferen. Pas nadat hij zijn tweede koffie van de ochtend op had, realiseerde hij zich wat het was. Dit voelde aan als een soort preventieve spijt, voor mocht hij dit alles gewoon laten passeren. Hij zou het zich zijn hele leven beklagen.
      Ze zeggen dat als je later terugblikt op je leven, één ding onontkoombaar is, en dat is spijt. Je kan er dus maar beter van jongs af aan mee leren leven en je keuzes er niet te hard door laten beïnvloeden. Hoewel sommige keuzes de juiste lijken op het ene moment, blijken ze achteraf gezien toch soms de foute te zijn. Spijt hoort nu eenmaal bij het leiden van een leven, waarbij voor het openen van een deur, andere deuren gesloten moeten worden en nog andere voor altijd gesloten zullen blijven.
      Nino, normaal zo bedachtzaam, had een eerste stap gezet die hij nog nooit in zijn leven had durven te zetten. Hij was bewust verkeerd gefietst waardoor hij met een andere vrouw dan zijn vriendin had gekust. Dat was atypisch voor hem, hij die soms een uur met zijn jas al dichtgeknoopt voor de deur stond te treuzelen omdat hij niet zeker wist of hij wel naar buiten wilde. Tot Cathérine hem terug de bank op trok.
      Iets beëindigen was niet Nino’s sterkste kant. Het paste niet bij zijn levensfilosofie en nog minder bij zijn fobie voor eindes. De relatie met Cathérine was niet perfect, maar ze hielden wel van elkaar. Bij Cathérine voelde hij zich warm en veilig.
      Hij kende Aisha amper, maar er was een fantastische kus, een memorabele meet cute en een energie die hij al in jaren niet meer had gevoeld. Bovendien stuurde ze hem al een bericht.
      Toegegeven, dat gebeurde pas nadat hij haar op alle mogelijke socialemediakanalen had toegevoegd, gereageerd had op een van haar foto’s en haar een bericht had gestuurd om zich te excuseren voor zijn wangedrag, al had hij het wel ‘heel leuk’ gevonden.
      Zijn aanpak was misschien nogal ondoordacht, het voelde bijna als een out-of-bodyervaring, maar ze zeggen dat als iets juist voelt, je ervoor moet gaan. Toch? Man, het voelde goed, dat initiatief nemen in de liefde! Is dit wat hij zijn hele leven had gemist?
      Van dat energetische gevoel bleef niets meer over toen Cathérine even later geeuwend de keuken binnen strompelde: ‘Goeiemorgen liefje, hoe was het feestje?’

 

Enkele dagen later was het zover: Nino liet Aisha weten
dat hij definitief gebroken had met Cathérine.


      N: Hey Aisha. Mijn lief en ik zijn uit elkaar, het ging eigenlijk al lang niet zo goed tussen ons. Als je dus zin hebt om eens af                te spreken… Ik vond het echt leuk zaterdag en ik zou je graag nog eens zien. x

 

Tot zijn grote verbazing las Aisha het bericht zonder te antwoorden. Nino staarde gedurende een uur naar zijn gsm. Hij zette zijn wifi drie keer uit en aan, misschien was er iets mis met de verbinding waardoor haar enthousiaste antwoord niet aankwam tot…

 

      A: Oei. Heftig. Neem je tijd maar. Misschien is het niet zo’n slim idee om dan al meteen te daten? Ik ben niet zo van de                        rebounds.

 

Plots besefte hij hoe belachelijk luchtig en naïef zijn bericht was geweest. In een vlaag van paniek reageerde hij dat hij haar allesbehalve zag als een rebound, en dat hij Aisha nooit zou gebruiken om zijn relatie met Cathérine sneller te verwerken. Integendeel, hij had zelfs het zeldzame gevoel dat wat Aisha en hij hadden weleens heel speciaal zou kunnen zijn. Dat wat zij hadden al speciaal was.

 

      A: Ik vond het ook tof om je te leren kennen. We komen elkaar wel weer tegen als de timing beter zit. Houd je goed.

 

Na het gesprek dertig keer te herlezen, was hij zeker: hij had haar weggejaagd. Toen het er na eenendertig keer herlezen niet beter op werd, verwijderde hij al hun berichten als deel van de ‘schone lei’ waar hij aan zou beginnen.

 

Hij zou in het appartement blijven aangezien hij er al woonde toen hij Cathérine drie jaar eerder leerde kennen. Ondertussen hadden ze wel samen het aftandse meubilair uit Nino’s studententijd vervangen door meer volwassen aankopen. De maand die hierop volgde vulden Cathérine en Nino dus met meubels verdelen en afscheidsknuffels geven, waarbij zij hem regelmatig aankeek met de droefste ogen die hij ooit had gezien.
      Ze verdeelden hun laatste gemeenschappelijke bezit, het servies, toen Cathérine in de kast keek en haar hoofd schudde.
      ‘Neem de kopjes maar, jij mag ze houden.’
      Ze had ze nochtans allemaal zorgvuldig uitgekozen, want ze vond dat ze zo mooi pasten bij het kleurenpalet van de bordjes die Cathérine wel claimde.
      ‘Zeker?’
      Ze kruiste haar armen. ‘Dat zijn espressokopjes, Nino.
Ik drink geen koffie, ik drink thee?’
      ‘Juist… Sorry.’
      Ze liet haar armen vallen, reikte naar zijn hand en kneep erin. ‘Maar jij… Ben jij echt zeker?’
      ‘Ja. Ik ben zeker.’ Dat was niet waar, hij was van helemaal niets zeker. Wat ook niet hielp was dat Cathérine, die tot nu toe zo begripvol had gereageerd, eindelijk klaar was voor de rouwfase die ze in eerste instantie had overgeslagen: woede.
      Ze tilde haar laatste doos met spullen op die voor de deur stond. ‘Proficiat. Je hebt gewonnen.’ Ze stapte naar haar auto.
      ‘Wat heb ik gewonnen dan?’
      ‘Je hebt je vrijheid terug.’
      ‘Cathérine, zeg dat niet…’
      ‘Jij wilde meer naar buiten, toch? Wel, nu heb je mij buiten gekregen. Bijna hetzelfde! Je hebt gewonnen.’
      Nino voelde zich allesbehalve een winnaar. ‘Cathérine, dat is echt niet waar!’
      ‘Nee, klopt. Je blijft een fucking loser.’ Ze stak haar middelvinger op en stapte in.
      ‘Komaan, dat is echt kinderach–’ De auto vlamde weg.
      Hij had zijn relatie inderdaad stopgezet om vrij te kunnen daten met Aisha, maar die liet nauwelijks iets van zich horen. Als ze al iets stuurde, wat ze overigens nooit uit zichzelf deed, reageerde ze niet op zijn woordgrapjes en stelde ze alleen ja-neevragen. Ze was noch geïnteresseerd in zijn rebound zijn, noch geïnteresseerd in een vriendschappelijk gesprek. Nino begon zich dus elke dag wat meer te schamen voor zijn gedrag op en na de avond met de gasfles, en voor hoe hij die kus in godsnaam zo anders had kunnen ervaren dan zij.
      De enige hoop die hem nog restte, was dat hij Aisha weer tegen het lijf zou lopen, zoals ze had gesuggereerd. Om daar geen jaren op te moeten wachten, wandelde Nino regelmatig door de buurt waar hij afscheid van haar had genomen na hun eerste ontmoeting. Verder sprak hij geregeld af met de andere aanwezigen op het gasflesfeest, in de hoop Aisha zo ‘toevallig’ te treffen.
      Nino had de liefde altijd beschouwd als iets wat je overkwam. Nu probeerde hij wanhopig iets te laten gebeuren. Helaas leken zijn beschamende plannetjes niet te slagen, en niet veel later kwam de finale doodsteek. Via Bram kwam Nino te weten dat Aisha de nacht van hun kus zoveel had gedronken dat ze zich hun afscheid nauwelijks nog herinnerde.
      ‘Sorry makker, jij had misschien gehoopt op meer?’
      Nino had geen zin om toe te geven op wat hij allemaal hoopte. Hij ontmantelde het pijnlijke moment met een hilarische mop die Bram deed schaterlachen.
      Toen hij weer thuis was, aanschouwde Nino zijn halflege appartement. Hij tuurde naar de stapel werk op zijn bureau die hij de afgelopen maand had verwaarloosd. Naast het bureau stond de kooi van de cavia, die Cathérine zo graag wilde maar uiteindelijk toch niet meenam omdat haar nieuwe huisgenoot ‘allergisch’ was voor knaagdieren. Hij zuchtte, tilde het trillende beestje op en streelde het. Tegen de cavia kon hij wel zeggen wat hij bij Bram niet over zijn lippen kreeg.
      ‘Dat was de “liefde op het eerste gezicht” waar iedereen altijd over spreekt, maar die was dus niet wederzijds.’
      Hij zette de cavia weer neer.
      ‘Ga ik haar nog zien, denk je? Waarschijnlijk pas binnen jaren, wanneer mijn gevoelens voor haar al lang verleden tijd zijn en we allebei iemand anders hebben.’ Dat sombere vooruitzicht maakte hem moedeloos, en zijn cavia bood ook geen antwoorden.

 

De jaren werden uiteindelijk slechts enkele weken. Zijn gevoelens voor Aisha waren nog even sterk, dat voelde hij meteen toen hij haar gisterenavond terugzag in Het Café. Die nacht werd er niet alleen een diep oerverlangen van hem ingelost, maar Nino kreeg ook bevestigd dat hij niet te veel fantasie had omdat hij zoveel voelde voor Aisha na de befaamde gasflesnacht. De hoop dat er meer tussen hen in de lucht hing dan enkel N2O was niet ongegrond.
      Slechts luttele minuten na een eerste ongemakkelijke begroetingskus op de wang, stonden ze in de rij voor het toilet toen ze elkaar aankeken, zwegen, en weer op exact hetzelfde moment kusten. Ze lieten elkaar niet meer los en na een paar uur zweten, zoenen en dansen in de nabijheid van hun gezelschap, vroeg ze: ‘Kunnen we naar jou?’
      Ze lieten elkaar enkel los voor de fietstocht, maar verstrengelden zich meteen weer nadat hij de deur van zijn appartement achter zich had dichtgegooid. Tussen de hal en de woonkamer legden ze een pad aan van kleren, dat eindigde voor de sofa, waar hij haar op wierp. Ze wisselden geen woord en precies daarom was het de meest intense seks die Nino in jaren had gehad. Het voorspel dat bijna twee tergende maanden had geduurd bleek ook zo zijn effect te hebben. Hij kon zijn handen niet van haar afhouden. Haar sterke benen omklemden zijn heupen, zijn lippen bleven als een magneet op de hare gedrukt.
      Pas uren later, met zijn lange armen om Aisha heen geslagen, liet hij haar lippen los. Ze vielen bekaf in slaap. Het was de eerste keer in zijn hele leven dat Nino het niet vervelend vond om te lepelen met iemand wanneer hij eigenlijk liever wilde slapen. Een dessertlepel en pollepel, toevallig naast elkaar verzeild geraakt in de besteklade.


Nino zette de kop koffie neer op het nachtkastje naast haar. Haar wenkbrauwen gingen zachtjes op en neer door het geluid en nog voor ze haar ogen opende, trok ze Nino terug het bed in. Ze begonnen weer te kussen, minutenlang.
      ‘De koffie wordt koud.’
      ‘Dat vind ik niet erg.’
      ‘Koude koffie drinken? Dat is echt niet oké. Dat mag de achtste hoofdzonde zijn.’
      Ze lachte niet en trok zijn T-shirt uit. Ze vreeën nog eens en dan opnieuw, en dat allemaal weer zonder woorden.
      Na de tweede ronde staarden ze, hun lichamen weer verstrengeld als tijdens de nacht, naar het plafond. Aisha vroeg naar de oorsprong van een paar grote zelfgemaakte landschapsfoto's die aan de muur hingen. Ze gingen wat dieper in op enkele van hun reizen, zoals zijn uitwisselingsjaar in Argentinië en haar maanden in Costa Rica, waar ze was beginnen te surfen. Door te praten over hoe ze allebei Bram kenden, ontdekten ze dat ze nog meer gemeenschappelijke vrienden hadden. Daarna vroeg hij naar haar plannen van de dag.
      ‘Ik ga koffiedrinken met een vriend, rond twaalf uur.’ Ze keek naar haar horloge. ‘Ik ga dus stilaan vertrekken.’
      ‘Ik moet ook nog wat dingen regelen, zoals een kast ophalen die ik tweedehands op de kop heb kunnen tikken.’ Hij wees naar de hoopjes kleren naast het bed. ‘Mijn ex heeft de kast gekregen.’
      ‘Alles oké voor de rest met…?’
      ‘Met mijn ex? Ja, het gaat wel. Niets dramatisch. We hebben niet veel contact meer.’ Hij hield het zo vaag mogelijk om de magie van de ochtend niet te doorprikken.
      Er viel een stilte.
      ‘Nino, ik weet niet wat je verwacht van… dit?’ vroeg ze uiteindelijk.
      Het was zo’n soort vraag waarvan je voelt dat de vraagsteller ze eigenlijk het liefst zelf wil beantwoorden.
      Nino haalde diep adem en zei daarna bedachtzaam: ‘Ik weet het niet. Ik heb jou graag, maar ik kom natuurlijk nog maar pas uit een relatie, dus ik wil rustig zien waar we landen.’ Dat is diplomatisch, dacht hij. Niet te ongeduldig zijn. ‘En jij?’
      ‘Ik ben opgelucht dat je er hetzelfde over denkt. Je berichten van twee maanden geleden…’ Ze porde hem in de zij. ‘Ik had die anders geïnterpreteerd.’
      ‘Oei? Haha… Hoezo?’
      ‘Ik dacht dat jij iets serieus wilde omdat je je relatie had stopgezet en zo. Dat je dat voor mij gedaan had…’
      ‘Oh nee, het ging al langer niet goed.’
      ‘Ja, dat stuurde je inderdaad, maar toen wilde je direct afspreken. En ik ben niet op zoek naar iets serieus, dat wilde ik gewoon even zeggen. Maar jij dus ook niet.’
      ‘Nee! Ik ook niet.’ Nino’s mondhoeken trilden. ‘En… waarom jij niet?’
      Aisha haalde diep adem. ‘Het afgelopen jaar was heftig op liefdesvlak. Ik zou de komende tijd willen…’ Ze maakte haar zin niet af.
      Hij had op de valreep dan toch één imperfectie bij haar gedetecteerd, als je dit al zo kon noemen.
      ‘Maar ik ben toch blij dat we dit gesprek hebben gehad. Voor iemand verwachtingen zou gaan krijgen.’
      Nino was opgelucht dat ze lepeltje-lepeltje lagen. Zo kon Aisha niet zien dat zijn adamsappel hevig op en neer bewoog op het moment dat hij zijn speeksel en hoop inslikte.
      Ze zei: ‘De timing zit voor mij gewoon echt niet goed.’


Meer leesfragmenten

Leesfragment: Breydel - Lisa Demets

In Breydel brengt Lisa Demets de geschiedenis achter de succesvolle branding van de Brugse familie Breydel. Middeleeuwse kronieken vormen de rode draad in dit verhaal over de weg naar de macht van de beroemdste Brugse beenhouwersfamilie in de veertiende en vijftiende eeuw. Lees hier het eerste deel van de inleiding.

Lees meer »

Leesfragment: Over dit gevoel is nagedacht - Tyche Beyens

Over dit gevoel is nagedacht van Tyche Beyens is een queeste naar de liefde van vier eind-twintigers, die dat veelzijdige begrip stapsgewijs proberen te ontleden. Het is een liefdesverhaal over voelen in een eeuw waarin zo veel wordt nagedacht. Lees hier het eerste hoofdstuk uit Beyens' debuut. 

Lees meer »

Leesfragment: NOU EN - Patrick Van Gompel

In NOU EN gaat Patrick Van Gompel onverdroten op zoek naar de ziel en het karakter van de Nederlanders. Hij baseert zich hiervoor op tientallen interviews met spraakmakende BN’ers en gewone noorderburen. Hij vult dit aan met een rijke voorraad aan liedjes, boeken, cabaret en media. Lees hier het eerste hoofdstuk uit Van Gompels boek over het land van kaas en klompen.

Lees meer »

Leesfragment: We worden er niet jonger op - Michel Follet

We worden er niet jonger op is het vervolg van het in 2021 verschenen relaas Wanneer zien we u terug? over twee eigenzinnige negentigplussers in een woonzorgcentrum. Veel lezers herkenden zich in de petites histoires vol tragiek en humor. Nooit zwaarmoedig, wel realistisch en vaak onverbloemd. Lees hier het voorwoord van het nieuwste boek van Michel Follet.

Lees meer »