Leesfragment: De buitenkant van Meneer Jules - Diane Broeckhoven

In De buitenkant van Meneer Jules (2001) schrijft Diane Broeckhoven over liefde en verlies. Wanneer Alice het levenloze lichaam van haar man terugvindt, reflecteert ze aan de hand van haar herinneringen over hen en hun verleden. Lees hieronder de eerste pagina's van de roman.


De buitenkant van Meneer Jules
Diane Broeckhoven

ISBN: 9789460016905
Prijs: €10,00


Het tijdloze halfuurtje tussen wakker worden en opstaan omhult Alice als een vertrouwd kledingstuk. Ze drijft in een denkbeeldige baarmoeder, dobbert een nieuwe dag tegemoet. Haar lichaam voegt zich ontspannen in de warme plooien van het bed, haar spieren en gewrichten zijn gewichtloos, haar geest leeg. De geur van Jules – een vleug verdampte alcohol, nootmuskaat en oude man – ligt als een donkere schaduw achter haar rug. Gewoontegetrouw zorgt hij in de keuken voor het ontbijt, zijn enige aandeel in het huishouden zolang ze zich kan herinneren. Iedere ochtend om klokslag acht uur begint hij aan zijn ritueel. Alice staat op als het aroma van verse koffie de geuren van het bed overstijgt en als ze haar zegeningen lang genoeg geteld heeft. Ze krabbelt vanuit haar lighouding overeind en voelt hoe haar vel rond haar heupen en dijen knelt als een te strak aangespannen elastiek. Haar geslonken borsten zoeken beschutting tegen haar ribben. Ze weet dat de ongemakken van het eerste uur met kleine scheuten tegelijk zullen verdwijnen, zodat ze tegen het middaguur weer in haar lijf van vroeger zit. Min of meer.

Het had gesneeuwd. Alice keek door het raam en zag de straat beneden wit oplichten. Ze sloeg haar ochtendjas om haar schouders in een poging de warmte van het bed gevangen te houden in de blauwe badstof. De band trok ze strak om haar middel en ze stak haar handen in de zakken. Bea, de benedenbuurvrouw, stond in het gelige schijnsel van een straatlantaarn het voetpad voor het appartementenblok sneeuwvrij te maken. ‘Uitslover,’ dacht Alice. Ze bleef staan en luisterde naar het afwisselend ruisen en schrapen van bezem en spade, een fanfare in de verte die maar niet dichterbij kwam. Ze rilde en ging op de geur van de koffie af.
     ‘Het heeft gesneeuwd, Jules,’ zei ze tegen het achterhoofd van haar man dat boven de rugleuning van de bank uitstak. Meestal zat hij in de keuken op haar te wachten, aan een volgens zijn strikte patroon gedekte tafel. Jules antwoordde niet en dat ontlokte haar een glimlach. Hij zat vast weemoedig naar de sneeuw te staren, denkend aan vroeger, toen er nog echte winters waren. IJzig en guur. Traag kwam ze dichterbij, afgeremd door haar stijve knieën. In een opwelling liet ze haar hand even op zijn dunne haar landen. Ze liep, behoedzaam haar voeten neerzettend, om de lederen bank heen en ging naast haar man zitten. Dat hij van zijn eigen huisregels afweek om door de muur van glas het sneeuwlandschap in zich op te nemen, stemde haar mild. Ze kreeg daardoor zelf onverwacht een stukje vrijheid cadeau. Ze moest niet meteen in het gareel.
     Ze schoof dichterbij en voelde de warmte van zijn schouder tegen de hare. Heel even boog ze haar hoofd opzij, tot de ruwe stof van zijn vest haar wang prikkelde. ‘Het is licht en donker tegelijk,’ zei ze en glimlachte tegen hun spiegelbeeld in het grote raam.
     Jules antwoordde niet. Onbeweeglijk bleef hij naast haar zitten, zijn handen op de scherpe vouwen van zijn broek. In de keuken hoorde ze de laatste druppels water door het koffiezetapparaat vallen, gevolgd door de finale van stomen en zuchten. In de luidruchtige stilte die daarop volgde, drong de werkelijkheid tot haar door.
     ‘Jules!’
     Haar stem schoot met kracht uit haar keel, een vogel die verschrikt uit de struiken opfladderde. Ze schudde en sloeg haar man, maar kreeg geen beweging in het starre lichaam.
     ‘Jules!’
     Weer een vogel. Een kleine en behoedzame. Hij reageerde niet. Hij bewoog log mee toen ze hem bij
zijn schouders greep met haar vingers als klauwen gekromd. Jules was dood. Ze kon het niet geloven maar ze moest wel. Hij was gestorven tijdens haar gelukzaligste moment van de dag, haar baarmoederhalfuurtje. Maar eerst had hij zijn plicht gedaan. Hij had de tafel gedekt en koffie gezet.

Het kwam haar zo vreemd voor dat ze naast hem gezeten had en niet beter had geweten dan dat hij leefde. Ze had tegen hem gepraat, denkend dat hij op zou staan, samen met haar naar de keuken zou gaan en aan de gedekte tafel zou gaan zitten. Die gedachte kalmeerde haar. Jules zou pas echt dood zijn als zijn sterven bij haar was doorgedrongen tot op het bot. Nu klopte de waarheid nog slechts aan de buitenkant, in haar zenuwuiteinden. Ze zweefde als motregen via haar poriën naar binnen. ‘Voor de achterblijvers is het erg,’ fluisterde ze en de oppervlakkigheid van die belachelijke uitspraak stelde haar even gerust. Ze legde haar nog bedwarme hand op de zijne, die koel aanvoelde. Maar niet koud.

Natuurlijk hadden ze over sterven gepraat, hun angst gedeeld om tot menselijke wrakken te verworden. Jules werd altijd kregelig als ze zei dat ze dement zijn helemaal niet rampzalig vond. Het leek haar een zorgeloos bestaan. Geen geregel meer aan je hoofd, zusters die geduldig het laatste restje leven in je lepelden, je vriendinnetjes van de kleuterschool en je eerste stiekeme vrijers die onverwacht over de vloer kwamen. Vooral met dat laatste kon ze hem op stang jagen. Hij was haar eerste vrijer geweest, hij had haar ingewijd in het leven en de liefde. Zelfs vijftig jaar later duldde hij geen grappen over zogenaamde rivalen. ‘Denk eens aan de achterblijvers in plaats van aan jezelf,’ zei hij dan. ‘Stel dat je mij niet meer zou herkennen. En Herman niet, en de kleinkinderen.’
     Tja, dat was dan het probleem van de achterblijvers, dacht ze. Maar die totaal op zichzelf gerichte gedachte sprak ze niet uit. Het leek haar zo vredig om op de drempel van de dood in een mistbank te verdwijnen, waar herinneringen langzaam vervaagden en geluiden uitstierven. Ze vond het uitdoven van het leven op deze manier zelfs romantisch. Het einde van een Franse film waarin de kleuren braken in een pastelkleurig vergezicht. Fin! Er waren momenten geweest dat ze er hevig naar verlangde Jules niet te herkennen. Maar hij was gebrandmerkt in haar huid. Hij zou nooit onzichtbaar voor haar kunnen worden.

Plotseling sterven, zonder pijn, zonder angst, dat zou zijn keuze zijn als er te kiezen viel. Een duw van een reusachtige hand in je rug, geen kans meer om je schrap te zetten. Het gevoel dat een vlieg moet hebben in die fractie van een seconde dat de dubbelgevouwen krant boven zijn vege lijf wordt opgeheven. Dat vond Alice pas erg voor de achterblijvers. En onbeschoft, om zonder enig voorteken uit het leven te verdwijnen.
     Als ze dan toch niet dement mocht worden van Jules, dan opteerde ze voor een mooi en diepzinnig doodsbed. Niet te lang, niet te kort. Pijn en mensonterende lijfelijkheden als luiers en blauwverkleurde ledematen verdrong ze. Ze zou in een warme nachtjapon tussen vers gestreken lakens liggen, met een zilvergrijze spoeling in haar haar en gemanicuurde nagels. Ze zou alles tegen Jules kunnen zeggen wat ze vijftig jaar had opgekropt. Dat ze hem haatte en dat ze van hem hield. Dat ze soms had willen weglopen en dat ze blij was dat ze was gebleven. Dat ze vrij had willen zijn en zich met alle vezels aan hem gebonden wist. Dingen die je niet tegen elkaar zegt in het decor van dagelijkse beslommeringen. Ze zouden elkaars hand vasthouden en elkaar vergeven. Alles. Zijn kaakgewricht zou maar heel even bewegen onder zijn slap geworden huid, een teken voor haar om in te binden. Maar in deze ultieme omstandigheden zou hij zich beheersen. Hij zou niet kwaad worden en haar geen verwijten maken. Hij zou haar rustig laten sterven. Haar al missen voor ze krachten verzamelde voor haar laatste adem.


Meer leesfragmenten

Leesfragment: Iconen - Erik Vlaminck

Iconen geeft een ontluisterende inkijk in de gang van zaken in een psychiatrisch centrum in het Vlaanderen van de jaren zeventig. De roman toont een kluwen van machtsmisbruik en van onmenselijke bejegening. Amper vijftig jaar later dreigen de vergeetputten van toen vergeten te worden. Lees hier de eerste hoofdstukken uit de nieuwe roman van Erik Vlaminck.

Lees meer »

Leesfragment: Met de helm geboren - Dominique Deruddere

In Met de helm geboren. Memoires van een filmmaker vertelt Dominique Deruddere met een smeuïge en onnavolgbare vaart hoe hij opgroeide in de woelige jaren zestig en hoe hij aan de slag gaat met scenario’s, camera’s, castings en uiteindelijk de productie van de verhalen die hij wil brengen. Lees hier een fragment.

Lees meer »

Leesfragment: Kwaad bloed - Tine Bergen

Leuven, donderdagavond. Zeven studenten zitten opgesloten in de gemeenschappelijke keuken van hun kot. Zes leven. De zevende, Vinz, is dood. Zijn beste vriend Serge heeft gezworen dat iedereen pas naar buiten mag als de moordenaar zichzelf bekend heeft gemaakt.Kwaad bloed, de nieuwe thriller van Tine Bergen, beschrijft een bloedstollende confrontatie in een studentenhuis. Begin hier alvast met lezen.

Lees meer »

Leesfragment: Crohnisch optimisme - Antonia Mezzina

In Crohnisch optimisme vertelt Nina haar verhaal over leven met de ziekte van Crohn. Ondanks de ongemakken probeert ze positief om te gaan met haar aandoening. Ze leert het hoofd bieden aan de geniepige kwaal en wil met haar relaas steun bieden aan lotgenoten. Lees hier het voorwoord van de auteur.

Lees meer »

Leesfragment: Lissabon - Bart Stouten

In het slotdeel van zijn essaytrilogie, dat een apologie is van de poëzie in zijn leven, dringt Bart Stouten zijn slaapbewustzijn binnen. Dit boek is voor mensen die een 'ander' Lissabon willen ontdekken. Lees hier een fragment.

Lees meer »