Leesfragment: Bedelen bij Picasso - Manu van der Aa

De Belg Paul Méral was aan het einde van de Eerste Wereldoorlog tijdelijk wereldberoemd in Parijs. Toch is de kans groot dat u nog nooit van hem gehoord heeft. Daar brengt Manu van der Aa met Bedelen bij Picasso graag verandering in. Hier kunt u alvast het eerste hoofdstuk lezen.


Bedelen bij Picasso
Manu van der Aa

ISBN: 9789460019005
Prijs: €10,-


1
Fifteen minutes of fame

 

Parijs, maandagavond 2 december 1918

De zaal van Le théâtre du Vieux-Colombier zit afgeladen vol voor de generale repetitie van de eerste voorstelling van het nieuwe seizoen. Het theater, genoemd naar de straat waarin het gevestigd is, de rue du Vieux-Colombier op de linkeroever, was sinds maart gesloten omdat velen Parijs waren ontvlucht nadat de Duitsers op 1 februari met hun nieuwe Gotha-bommenwerpers
de stad voor het eerst hadden gebombardeerd. Kort daarna keerden de krijgskansen en sinds de ondertekening van de
wapenstilstand op 11 november is al het oorlogsgevaar in de Franse hoofdstad geweken. Al is ook in Parijs niemand veilig voor
de Spaanse griep, die de wereld in haar greep houdt, veel meer slachtoffers zal maken dan de afgelopen wereldoorlog en die na
de dichter Guillaume Apollinaire op 9 november, eerder deze dag tevens de beroemde toneelschrijver Edmond Rostand – auteur van Cyrano de Bergerac – aan een voortijdig einde hielp.
          Op het moment dat Rostand zijn laatste adem uitblies, bevond André Gide zich in de trein naar Parijs, op de terugweg van een verblijf in zijn landhuis in Cuverville (Normandië). Nu zit hij samen met de dichter Max Jacob, de pianiste en socialite Misia
Sert en de schrijver-uitgever Jean Schlumberger in een loge van het theater dat Jacques Copeau in 1913 heeft opgericht. Schlumberger, Copeau en Gide kennen elkaar goed: in 1908 stonden ze aan de wieg van wat ondertussen zo ongeveer het belangrijkste literaire tijdschrift in Europa is geworden, de Nouvelle Revue Française. Copeau heeft zijn twee vrienden gevraagd om een waakzaam oog te houden op wat er in de Vieux-Colombier gebeurt, terwijl hij in de Verenigde Staten verblijft. Door het uitbreken van de oorlog had Copeau de activiteiten van zijn Parijse theatergezelschap al na één seizoen moeten stopzetten, onder meer omdat verschillende leden van de troep onder de wapenen waren geroepen of naar hun families in de provincie waren teruggekeerd. Zelf kreeg de directeur daarna een uitnodiging van de Amerikaanse bankier Otto Kahn om zijn werk in New York voort te zetten, wat hij in dank aanvaardde. Het beheer van het Parijse theater werd toevertrouwd aan de 40-jarige zangeres Jane Bathori, die samen met haar man een theaterschool had uitgebaat in de gebouwen van de Vieux-Colombier. In het eerste seizoen onder haar bewind (1917-1918) werden er hoofdzakelijk muziekuitvoeringen geprogrammeerd van werk van onder anderen Claude Debussy, Maurice Ravel, Erik Satie en Igor Stravinsky. Zo was de Vieux-Colombier vrijwel de enige Parijse zaal die tijdens de oorlog interessante muziek bracht en daarmee ‘le Tout-Paris’ aantrok. De romancier Roger Martin du Gard getuigde dat de limousines van de welgestelde theatergangers elke avond in lange rijen stonden aan te schuiven.

Programma Le dit des jeux du monde (1918)

[PRIVÉCOLLECTIE]

Vanavond zal er voor het eerst sinds 1914 weer een soort van theatervoorstelling plaatsvinden in de Vieux-Colombier, een totaalspektakel met de raadselachtige titel Le dit des jeux du monde, naar het gelijknamige dramatische gedicht van de jonge auteur Paul Méral, dat in mei 1918 verschenen was. De muziek is van de nog zo goed als onbekende, pas aan het Parijse conservatorium afgestudeerde Zwitser Arthur Honegger, die hiermee zijn eerste karakteristieke compositie aflevert. Le Figaro en andere kranten hebben het nieuwe theaterwerk al ruim van tevoren aangekondigd en wervend omschreven als ‘curieus’ en ‘een ware poging tot theatervernieuwing’.
          De voorstelling opent met een lichtspel: driehoeken van verschillende kleuren verschijnen en bewegen door elkaar. Een koor levert commentaar en zingt: ‘De wereld komt tot leven. Ontwricht door de zee daveren bergenmassa’s. Wouden groeperen zich maar krijgen nauwelijks vorm…’ Na enkele minuten verschijnen de eerste dansers op het podium. Ze zijn gemaskerd en verkleed als zon en bloem. De zon is omhoog getakeld en draagt een lange witte jurk, met als gezicht een spiegel waarop licht wordt geprojecteerd. Het decor blijkt uitsluitend uit lichtvlakken te bestaan. Er wordt gezongen, gedanst en er is een onzichtbare commentaarstem. Het kamerorkest, gedirigeerd door Walther Straram, maakt gebruik van ongewone
instrumenten, zoals de ‘bouteillophone’ – een reeks opgehangen flessen die als een xylofoon bespeeld worden. Bepaalde scènes worden alleen door percussie begeleid. Tot ontsteltenis van het publiek verklanken schreeuwende cello’s op een gegeven moment een vrouw in erotische extase, wat beantwoord wordt door een mannelijke trompet. Andere gemaskerde personages, allemaal gehuld in extravagante kostuums van Guy-Pierre Fauconnet, zijn onder meer een schaduw, een zwemmer, een groene man en een rat. Eén niet al te enthousiaste recensent meent zelfs een kikker gezien te hebben, maar vermoedelijk verwees hij naar de op en neer springende groene man. Zij dansen op balletten van Fauconnet onder leiding van Jeanne Ronsay, die zelf onder meer de rol van de rat – die de dood symboliseert – voor haar rekening neemt. Marcel Herrand danst behalve de zon en de schaduw onder andere de rollen van de zwemmer en de groene man. Er zijn drie koortjes, die onder leiding staan van Louise Lara van de prestigieuze Comédie Française en een vaste waarde is in het Parijse theaterlandschap.

Arthur Honegger

[PRIVÉCOLLECTIE]

De meeste aanwezigen, critici incluis, begrijpen er niets van. Enkelen vinden het geweldig en applaudisseren uitbundig, terwijl
anderen hun afkeer luidkeels laten blijken of de zaal gewoon verlaten en ‘A Charenton!’ roepen, daarmee verwijzend naar het
bekende psychiatrische ziekenhuis. Het doet de recensent van het gezaghebbende maandblad Mercure de France denken aan de herrie tijdens de première van Stravinsky’s Le Sacre du Printemps op 29 mei 1913, al is een politie-interventie nu niet nodig geweest. Ondertussen proberen zijn collega’s het verhaal te doorgronden. Een van hen meent vagelijk het scheppingsverhaal te ontwaren. Volgens een andere heeft de auteur ‘verdomd’ veel moeite gedaan om iets simpels heel ingewikkeld te verwoorden, maar wat? De toelichting in de programmabrochure is even cryptisch als de toneeltekst zelf. In ieder geval gaat iedereen naar huis met het gevoel getuige te zijn geweest van iets unieks. Max Jacob is in de wolken en schrijft een dag later aan zijn vriend Florent Fels dat het spektakel vol zit met vondsten en nieuwigheden. De couturier en kunstverzamelaar Jacques Doucet is het daarmee eens en beweert een paar dagen na de voorstelling dat hij in twintig jaar ‘niets zo belangrijks, en ondanks alle gebreken, niets zo vernieuwends’ heeft gezien en dat iedereen die in kunst geïnteresseerd is het moet gaan kijken.
          Het Parijse publiek krijgt daartoe die week nog vier kansen: na de officiële première op 3 december volgen er in eerste instantie nog voorstellingen op 5, 7 en 8 december. De meeste besprekingen verschijnen na de voorstelling van 8 december. Het stuk moest het dus hebben van de mond-tot-mondreclame, wat na de bewogen avant-première vast geen probleem zal zijn geweest. Dat beroemdheden als de Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck, de Franse componist Maurice Ravel en modernistische kunstenaars als Pablo Picasso, Jean Cocteau en Fernand Léger in de zaal werden gespot, droeg alleen maar bij tot de hype. De speelperiode werd zelfs verlengd en het stuk werd in een andere bezetting nog zeven keer opgevoerd. De twaalfde en laatste voorstelling van Le dit des jeux du monde vond plaats op 24 december. Van de redelijk concrete plannen om met het stuk op reis te gaan, eerst naar Londen en Zürich, later naar België en Nederland, kwam verder niets.

Louise de Larapidie de L’Isle, dite Madame Lara

[PRIVÉCOLLECTIE]

Het is opvallend dat in de recensies vooral veel aandacht uitgaat naar de tekst van Paul Méral. Waar de dans en de muziek op redelijk wat bijval en zelfs grote lof kunnen rekenen, krijgt de jonge auteur meer dan eens de volle laag. De Mercure de France kan de intenties van de auteur wel raden, maar stelt dat er een genie als Goethe nodig is om die uit te voeren. Jammer genoeg is Méral niet geniaal en zou het zelfs voorbarig zijn hem enig talent toe te dichten, wat de recensent illustreert door een ‘idioot couplet’ aan te halen. Hij vertelt voorts dat het stuk eindigt met: ‘En de wereld blijft leven!’, waarop het publiek in lachen zou zijn uitgebarsten. ‘Dat was nochtans een diepzinnige uitspraak, al heeft Méral dat waarschijnlijk niet met opzet gedaan’, zo besluit hij sarcastisch. Louis Chadourne heeft het in L’Europe Nouvelle over de povere verbeelding van de auteur en zijn tekort aan genie en talent. Hij verwijt theaterdirectrice Jane Bathori een gebrek aan goede smaak en een te grote welwillendheid jegens de auteurs, want hij vindt ook de muziek maar niks: ‘een monotone en pijnlijke kakofonie’. Chadourne prijst wel de poging van Méral en zijn medewerkers om iets nieuws te brengen, maar, helaas: ‘de weg naar de artistieke en literaire hel is geplaveid met goede intenties’. Max Viterbo gaat het verst met zijn suggestie om een hek voor het podium te plaatsen om het publiek te beschermen tegen de gekken op het toneel. Opmerkelijk is verder dat meerdere recensenten gewag maken van
tumult tijdens de voorstellingen. Honegger schreef aan zijn ouders dat élke voorstelling tumultueus was verlopen en dat er soms zo luid werd geschreeuwd, gefloten en geapplaudisseerd dat de tekst en de muziek nog nauwelijks hoorbaar waren. Af en toe zou er zelfs gevochten zijn.
          Tot maanden na de laatste opvoering werd er over het stuk geschreven, gepraat en gediscussieerd, tot in de Britse Poetry
Review toe. Louise Lara gebruikte het in mei 1919 nog als voorbeeld in een lezing over de moderne theaterbeweging. Voor vele
van de betrokkenen fungeerde het succès de scandale van Le dit des jeux du monde als springplank naar een succesvolle carrière: zo groeide Arthur Honegger uit tot een wereldberoemd componist wiens muziek voor Le dit des jeux du monde nog steeds wordt uitgevoerd, en verwierf Marcel Herrand faam als acteur, regisseur en theaterdirecteur. Fauconnets veelbelovende carrière als schilder en kostuumontwerper werd in de kiem gefnuikt: hij stierf begin 1920, amper 38 jaar oud, kort voor de eerste opvoering van Jean Cocteaus ballet Le boeuf sur le toit, waarvoor hij de kostuums had ontworpen. Walther Strarams loopbaan kende in november 1928 zijn hoogtepunt toen hij de première van Ravels Boléro mocht dirigeren in de opera van Parijs. Alleen voor Paul Méral, de verguisde auteur van de theatertekst, bleef het bij de spreekwoordelijke fifteen minutes of fame, al heeft hij wel gepoogd om iets van zijn leven te maken. Pogingen die door zijn eigen schuld – alcoholisme, gokverslaving, mythomanie en oplichterij – faliekant afliepen. Dit is het verhaal van een man wiens levensloop volgens de Nederlandse criticus Menno ter Braak een nieuw argument was ‘tegen de intelligentie als zelfstandige waarde’.


Meer leesfragmenten

Leesfragment: Lissabon - Bart Stouten

In het slotdeel van zijn essaytrilogie, dat een apologie is van de poëzie in zijn leven, dringt Bart Stouten zijn slaapbewustzijn binnen. Dit boek is voor mensen die een 'ander' Lissabon willen ontdekken. Lees hier een fragment.

Lees meer »

Leesfragment: Rebels - Ann Peuteman

Oude mensen zitten het liefst in hun luie stoel voor tv met een dekentje over hun knieën. Met dat beeld voor ogen bedenken we constant allerlei theorieën en projecten om hun leven zo comfortabel mogelijk te maken. Daarbij vergeten we keer op keer aan die ouderen zelf te vragen of dat wel echt is wat ze willen. In Rebels gaat Ann Peuteman in gesprek met rebellen op leeftijd. Elk op hun eigen manier verzetten ze zich tegen betutteling, doen ze er alles aan om gehoord te worden en vertikken ze het om oud te worden. Hier lees je het woord vooraf van Rebels. Het verzet van 75-plussers.

Lees meer »