Leesfragment: Russisch voor beginners - Dominique Biebau

Met Russisch voor beginners won Dominique Biebau de Knack Hercule Poirotprijs voor de beste thriller en de Gouden Strop. Lees hier het een fragment uit deze spannende literaire thriller.


Russisch voor beginners
Dominique Biebau

ISBN: 9789460017766
Prijs: €17,95


1992 - Saartje

 

Iemand is iets vergeten.
         Ze is amper zes maanden, ze kent haar eigen naam nog niet, maar ze voelt het als een stuk ijzerdraad dat in haar vel prikt. Er klopt iets niet.
         Iemand is iets vergeten, slechts één ding uit een lijst van wel dertig die op een dag gedaan moesten worden, en haar
wereld, klein en onopgemerkt, dooft uit als een dunne verjaardagskaars. 
         Het autozitje zit als een schelp om haar heen. Het beschermt haar niet. Niet hiertegen. Ze voelt de hitte toenemen. Ze slaat naar de zon met kleine vuisten, maar die slaat terug met harde stralen. Ze weent. Het geluid, eerst luid en dierlijk, daarna dof als pantoffels op een houten vloer, wordt zwakker tot het uitdooft in het witte, zuiverende licht.
         Buiten rijdt en holt de wereld voorbij. Ze probeert te kijken, rekt haar nekje, om te zien waar de geluiden vandaan komen, geluiden zijn immers goed, altijd de voorbode van handen die strelen, dingen goedsteken, tranen wegvegen, de geur van mama. De gordels trekken haar schoudertjes naar beneden. Ze zit vast. Vast in het veiligste kinderzitje dat de winkel te bieden had.
         Ze kent het woord ‘ironie’ nog niet, een van de vele dingen die ze nooit zal leren. Niet de hoofdsteden van Europa, niet hoe je vlechtjes maakt, of bellen blaast in lauw sop, niet hoe je ladders uit nylonkousen haalt. Ze zal niet ouder worden dan een cijfer na een nul. De lucht schroeit. Haar keel voelt als droge as. Het leven lekt weg als uit een kapotte luchtmatras. Haar hart slaat een korte dodenmars. Ze valt, als in een bad vol zwarte zijde.
         Later zullen er teddyberen zijn. Bloemen. Kaartjes en kaarsjes. Nu niet.


1998 - Diederik

 

Iedereen komt ooit zijn Laatste Grot tegen. Dat weet elke speleoloog. Je bent een stelsel aan het verkennen en plots gebeurt het. Zonder enige waarschuwing of voorteken. De duisternis, die daarnet nog iets vertrouwds had, zelfs iets beschermends, staart je met duizend ogen aan. Wachtend en loerend. Je wordt bang. Je beseft plotseling welke enorme massa’s aarde en steen je
omringen. Hoe weinig er nodig is om het fragiele evenwicht tussen de aardlagen te verstoren, om van deze plek je stenen graf te
maken. Je loopt zo hard je kunt. Je probeert niet te schreeuwen. Je komt nooit meer terug.

Het is enkele van mijn vrienden overkomen. ’s Ochtends doken ze als onverschrokken, gehelmde helden een grot in en ’s avonds
waren ze een bibberend wrak, een veiligheidsdeken over hun schokkende schouders geslagen. Misschien is dit mijn Laatste Grot.


2010 - Maarten

 

Vast.

Een van de chirurgen draagt een hemd met korte mouwen. Ik haat hem. Er is iets verschrikkelijk verkeerd in deze wereld als dokters in korte mouwen hun diagnoses stellen. Geneeskunde, echte geneeskunde, vereist lange mouwen. Het gaat tenslotte om iets ernstigs. Het gaat tenslotte om leven en dood. Mijn leven en dood.

Ze praten over mij. De hoofdarts noemt een percentage. Het getal is veel te laag.

Ik mis de regen. Nooit gedacht dat ik dat ooit zou zeggen. Regen hoorde vroeger gewoon bij de kleine ongemakken van het leven, zoals ingescheurde nagels of geplastificeerde kaartjes die ze tussen je autoruit schuiven. Maar nu... Ik had beter moeten kijken, de druppels op mijn armen moeten laten vallen, de geur moeten opsnuiven, die laatste keer toen ik buiten was. Nu is alles droog. Volgens het weerbericht wordt er een record gebroken. Alweer. Straks valt de wereld in poeder uiteen. Aarde. Planten. Mensen. Nog even en de wind veegt alles in een felle stoot op, verspreidt ieders leven over een droge wereld.

Gelukkig is zij er. Straks, als iedereen weg is en de kamer in duisternis vervalt, komt ze langs. De vrouw die op Lore lijkt.

Ik weet niet of ze echt is of dat ik me haar gewoon inbeeld. Meestal staat ze met haar rug naar me toe gekeerd. Dat helpt ook niet echt. Ik weet wat ze van plan is. We hebben lang genoeg dezelfde gedachten gehad om te weten wat de ander denkt. Soms legt ze haar handen op mijn baxter, knijpt erin als in een overrijpe peer. Ook zij noemt een cijfer.

Ik schrijf dit boek in mijn hoofd, een opsomming van de feiten zoals ik ze me herinner. Iets anders heb ik toch niet te doen. Bewegen kan ik niet. Mijn stembanden blijven stil. Dus praat ik in mezelf, tegen mezelf. Ik ben mijn eigen hoofdpersonage.

Ik vind het moeilijk mezelf voor te stellen, zoals dat aan het begin van een boek de gewoonte is. Ik heb nooit begrepen hoe mensen zichzelf in enkele woorden weten te omschrijven als ‘een veertigjarige elektricien met zin voor humor die van kinderen houdt’. Misschien komt het omdat ik niet echt een vak heb, een passie. Ook fysiek is het moeilijk om iets zinnigs over mezelf te zeggen. Ik ben groot, maar voel me paradoxaal genoeg kleiner dan gemiddeld. Tot mijn achttiende klopte dat ook. Ik was mijn hele middelbaar de kleinste van de klas. Pas rond mijn eindexamens kreeg ik de gestalte die ik nu heb. Een meter negentig. ‘Een laatgroeier,’ noemde mijn moeder me. ‘Je bent precies de bange leeuw uit De Tovenaar van Oz,’ formuleerde een vriendin het ooit. ‘Bang voor zijn eigen kracht.’ Zelf is ze al lang vertrokken maar haar uitspraak zindert nog na.

Zelfs mijn haarkleur verandert door het jaar heen. In de zomer is het blond, gebleekt door de zon, maar ‘s winters zijn mijn haren eerder bruin. Ik weet nooit of ik gechoqueerd dien te reageren op blondjesmoppen of niet. Heel verwarrend allemaal. Ik heb ook geen puisten of andere opvallende kenmerken. Ik kan iedereen zijn.

Het doet er ook allemaal zo weinig toe.

Op zeven jaar tijd worden alle cellen van het menselijk lichaam vernieuwd. Elke zeven jaar worden we opnieuw geboren. Dit verhaal gaat over mensen die als dusdanig niet meer bestaan. De hersenen die de misdaad beraamden, de spieren die hem uitvoerden, de cellen en weefsels... allemaal zijn ze al lang verdwenen. 

Dit is een bekentenis. Niet over wat ik heb gedaan, maar over wat ik heb nagelaten te doen.


Meer leesfragmenten