Leesfragment: Scheiding van goederen - Roger Van de Velde

Scheiding van goederen is de niet eerder gepubliceerde debuutroman van Roger Van de Velde, de meest bekende ‘onbekende schrijver’ van de Nederlandse letteren. Willem Elsschot spande zich uitermate in om die gepubliceerd te krijgen. Hij vond het verhaal ‘goed, zelfs zéér goed geschreven’. Lees hier een fragment uit Scheiding van goederen


Rijke mensen sterven niet
Roger Van de Velde

ISBN: 9789464341553
Prijs: €21,99


1

Ik geef er mij volkomen rekenschap van, dat ik mij in een roekeloos avontuur waag.

      Een boek schrijft men niet als een onschuldig tijdverdrijf, zoals sommige goedmoedige burgers op lange winteravonden postzegels verzamelen of vreemde talen leren.

      Het schrijven van een boek is een ernstige zaak. Het is niet alleen een kwestie van schrijven. Het is ook een kwestie van talent. Vooral een kwestie van talent zeggen de vakmensen, die het weten kunnen.

      Mijn talent komt niet ter sprake. Ik ben een kantoorklerk bij Delwiche, makelaar in publiciteit. De Muze heeft mij nooit haar geheimen ontsluierd en ik ben méér vertrouwd met commissielonen dan met de klassiekers.

      De mensen die mij niet kennen zullen mij op het eerste gezicht allicht voor een hulpboekhouder of een reiziger in huishoudartikelen nemen. Of in het gunstigste geval voor een ambtenaar van de burgerlijke stand. Maar niemand zal achter mijn colbertje literaire pretenties vermoeden.

      Die me wél kennen, zullen zich ongetwijfeld een breuk lachen wanneer zij eenmaal dit geheim achterhalen. Zij hebben waarschijnlijk overschot van gelijk! Misschien zou ik er beter aan doen een aquarium te houden of konijnen te kweken. Maar wie kan het mij kwalijk nemen dat ik mijn vrije tijd liever wens te besteden aan de conversatie, die men ook wel eens literatuur noemt?

      Er is tenslotte minder aan gewaagd dan aan zoetwatervissen of konijnen. Hoop en al wat papier en potlood. En vele uren van eenzaamheid na mijn dagtaak bij Delwiche, want de winter staat voor de deur.
      Misschien is het juist het vooruitzicht van deze eenzaamheid, dat mij in een vlaag van verbijstering naar het paardenmiddel doet grijpen. Of is het de bezinning die, naar men zegt, met de jaren komt als een zachte nevel? Ik
loop stilaan naar de zestig.
      Och laten wij elkaar geen knollen voor citroenen verkopen. De bezinning en de ouderdom hebben er niets mee te maken. Zelfs het talent niet.
      Ik wil deze strijd eerlijk en zonder strategische spitsvondigheden uitvechten want er zit hierbinnen al lang iets te knagen, dat mij van het hart moet. Zwart op wit.
      Indien mijn zoon ouder was, dan zou al dit geschrijf niet nodig zijn. Ik zou hem op een avond, onder één of ander voorwendsel, naar deze kamer loodsen; hem een borrel en een sigaar aanbieden en het pak ballast van mijn hart schudden. Van man tot man.
      Maar hij is nog bitter jong. Hij loopt nog in korte broeken achter wilde dromen te draven en hij hecht ongetwijfeld méér belang aan de avonturen van Buffalo Bill en de Nobele Onbekende dan aan de handel en wandel van zijn bloedeigen vader, want Delwiche zegt hem blijkbaar niets.

      De laatste maal wanneer ik hem zag bekeek hij mij stomverbaasd en bijna achterdochtig toen ik voorzichtig polste of hij wel gelukkig was met zijn moeder.
      Gelukkig?
      Hij scheen enkele ogenblikken met zichzelf te beraadslagen over de draagwijdte van dat zonderlinge woord, monsterde mij met een bedenkelijke rimpel in het voorhoofd en pareerde dan de onverhoedse aanval met een achteloos schouderophalen; om dan zijn belangstelling weer geheel te wijden aan het rietje in zijn grenadine.
      Ik heb niet verder aangedrongen. Het heeft toch geen zin en hij zou misschien denken dat ik hem valstrikken span.
      Dat is nu alweer drie maanden geleden.
      Wij ontmoeten elkaar op lange termijn volgens een welomschreven, wettelijke kringloop. Elk trimester wordt hij door zijn moeder franco, netjes gewassen en gekamd, aan de ingang van het middenstation afgeleverd. Voor tijdelijk gebruik.
      Ik neem hem mee naar de dierentuin want hij voelt zich in mijn gezelschap nog best op zijn gemak tussen de leeuwen en de rinocerossen. Soms zakken wij, ter afwisseling, al eens af naar de voetbal en met de Sinksendagen slenteren wij langs de foor want bij deze gelegenheid moeten de heersers van de jungle het afleggen tegen het grote mysterie van de kermistenten.
      Het gebeurt wel eens dat ik mij stellig voorneem hem te ontvoeren. Ik heb in stilte geheime plannen gesmeed om met hem de wijk te nemen naar Parijs of verder nog, naar een beschaafd land waar het vaderlijke gezag nog wordt erkend.
      Maar het is telkens een vlucht zonder uitkomst, want bij elk wederzien groeit de vervreemding tastbaar achter het scherm van een voorzichtige hoffelijkheid.
      Hij neemt beleefd zijn schoolmuts van het hoofd; hij spreekt altijd met twee woorden en als er bijna schot komt in de onderhandelingen, dan blaast hij plotseling weer alle bruggen op met een onverschillig schouderophalen.

      Soms tracht ik hem te lijmen met stapels ijsroom maar hij slokt alles ijskoud op en vraagt naar meer, zodat ik met de angst op het lijf zit dat hij bij zijn moeder beklag zal maken over buikkrampen, wanneer ik hem vijf uur later netjes, in zijn oorspronkelijke staat weer aflever aan de ingang van het middenstation.
      Dat kan zo niet blijven duren.
      Zijn voorbeeldige beleefdheid en zijn stoïcijnse berusting in de koehandel vreten mij telkens dieper in het hart.
      Hij gaat ongenadiger met mij te werk dan Buffalo Bill met zijn buffels. Ik zal beschimmelen en sterven en hij zal misschien niet eens verpinken. Ik zal voor hem een vage herinnering zijn in driemaandelijkse afleveringen en
hij zal nooit weten dat ik als een kind geweend heb van vreugde, toen ik hem negen jaar geleden voor de eerste maal in mijn armen nam.
      Daarom wil ik dit boek schrijven. Met mijn kantoor handen die gewoon zijn facturen in te vullen en met mijn schamele verbeelding, die altijd over commissielonen is blijven struikelen.
      Dit is mijn verantwoording en tevens mijn enige verontschuldiging.
      Jawel, het is een roekeloos avontuur. Maar wat heb ik in dit leven gedaan, dat niet roekeloos was?
      Mijn beste Max, sta mij toe dat ik u vertrouwelijk bij de arm neem. Dit is meer dan een boek. Het is een belijdenis, geschreven zonder talent maar met een karrenvracht goede wil.
      Het is geen avonturenroman. Het is ook geen drama. Ik wil u alleen iets vertellen over doodgewone dingen. Over de vreugde en het leed en de stommiteiten van twee mensen die het goed meenden, maar die het beste deel van hun leven hebben vergald.
      Over de tranen van uw moeder, die gij altijd moet liefhebben, mijn jongen, en over de verbittering van uw vader, die gij nooit hebt gekend.
      Ik hoop dat gij later, wanneer Buffalo Bill en zijn Sioux hun strijd uitgevochten zullen hebben in uw onstuimige hart, deze bladzijden zult lezen met aandacht en een koninklijke vergevingsgezindheid.
      Lees ze bij voorkeur met een borrel en een sigaar, Max, en let niet te veel op de taalfouten.

 


2

Het is nodig dat ik u eerst iets vertel over nonkel Oscar, want hij is eigenlijk de schuld van alles.
      Gij hebt nonkel Oscar nooit gekend en gij zult hem waarschijnlijk nooit leren kennen. Des te beter.
      In zijn glorietijd was er van u nog geen sprake en thans ligt hij op een mansarde met suikerziekte. De dokter geeft hem maximum nog drie jaren.
      Op voorwaarde dat hij zich niet aan buitensporigheden bezondigt en dat hij elke dag zijn spuitjes krijgt.
      In afwachting wil ik u enkele zakelijke ophelderingen geven over mijn stamboom, want anders vindt gij nooit uw weg in die doolhof.
      Het verbond tussen mijn ouders werd gezegend met
drie kinderen. Oscar was de oudste, ik was de jongste en
daartussen liep nog een zuster, onze Irma, als een toevallige
vergissing.
      Oscar is altijd de wildzang en het zwarte schaap geweest in onze familie.
      De onrust zat hem in het bloed. Hij was pas meerderjarig toen hij zich als hulpkok liet aanmonsteren op een schip dat naar Scandinavië voer.
      Hoe hij het aan boord heeft gelegd om die Poolreizigers te overtuigen van zijn gastronomische capaciteiten is
voor ons een raadsel gebleven.
      Op dat ogenblik begreep ik weinig van het drama, want ik was toen pas zestien jaar.
      De reden waarom hij zijn geluk zo ver ging zoeken ben ik overigens nooit te weten gekomen.
      Wat hem naar die vreemde landen lokte of wat hem van hier deed vluchten, is waarschijnlijk één van de oorzaken waarom hij naderhand door mijn vader ongenadig van de lijst werd geschrapt.
      In feite werd hij zelfs niet eens meer beschouwd als een bestanddeel van de familie. Als er bij gelegenheid toch over hem werd gesproken, dan was het slechts in vage termen en als het ware met een behoedzame schroom als van iemand die op één of ander slagveld aan stukken werd gereten of in een aardbeving plotseling door afgronden werd verzwolgen.
      Men heeft hem blijkbaar zeer kwalijk genomen dat hij mijn vader zonder enig ceremonieel aan zijn lot heeft overgelaten in de schoenwinkel, die voorbestemd scheen om volgens familiale hiërarchie van vader op zoon uit te groeien tot een onsterfelijke legende.
      Het verraad van Oscar heeft de legende spoedig ondermijnd. In de daaropvolgende oorlogsjaren kwijnden wij stilaan weg tussen de stapels bottines en gewatteerde dameslaarzen, die al tot de Napolitaanse geschiedenis behoorden.
      In september 1917 sloot mijn vader, met de dood in het hart, de poorten van dit museum en wij verhuisden naar een grijs huis in een stille straat, waar hij in vrede stierf, zonder dat de naam van Oscar over zijn lippen kwam. Sinds de afvaart van dat Poolschip was Oscar voor hem een afgehandelde zaak en hij bleef koppig in zijn overtuiging tot de laatste snik.

      Twee jaar later volgde mijn moeder hem op die eenzame reis, met korte, droge kuchjes.
      Astma zei de dokter, maar dat was het niet.
      In het album dat ergens in het salon moet liggen, zult gij een vergeelde familiefoto vinden, mijn jongen. De man met de Bismarckknevel is uw eerbiedwaardige grootvader. Als ge lang en aandachtig kijkt, ruikt hij eigenlijk naar kalfsleder.
      Toen kwam Oscar terug.
      Al die jaren had hij geen teken van leven gegeven en plotseling, zonder enige introductie, stond hij op de drempel, met een wilde ringbaard en een beetje sjofel in zijn geruite kostuum.
      Hij rook naar haring in de plaats van kalfsleder.
      Maar hij had nog altijd dezelfde losse gebaren en die onrustige blik in zijn ogen.
      Wanneer ik hem vertelde dat vader en moeder gestorven waren, ging hij even naar de wc.
      Maar vijf minuten later kwam hij terug en informeerde naar het stuk van de notaris.
      Sinds die dag werd Oscar als bij stilzwijgende overeenkomst mijn voogd bij de genade Gods.
      Zijn machtsgreep was een formaliteit want uw tante Irma, die thans nog altijd een lingeriewinkel houdt in Tilburg, was er inmiddels met een Hollander vandoor gegaan en de familie oordeelde blijkbaar dat wij stevig genoeg uit de kluiten gewassen waren om een onafhankelijk bestaansrecht op te eisen in de jungle. Er was in ieder geval niemand die van annexatie sprak.
      De familie had gelijk.
      Oscar voerde het commando met het onaantastbare gezag van zijn eerstgeboorterecht en de ervaring van zijn Scandinavisch avontuur, dat hij angstvallig uit conversatie weerde maar dat uiteraard ontzag inboezemde.
      Met het ‘stuk’ van de notaris geraakten wij trouwens zorgeloos op gang want het bleek dat de stapels bottines en gewatteerde dameslaarzen destijds meer hadden opgebracht dan wij durfden te vermoeden.
      Het ‘stuk’ was echter niet onuitputtelijk.
      Na een jaar hielden wij krijgsraad met Irma en besloten met een roerende eensgezindheid het grijze huis in de stille straat te verkopen aan een majoor-op-pensioen.
      Daarmee brak voor de eerste maal een schakel in ons
verbond.
      Oscar vond een toevlucht in de keuken en het bed van een matrone met een spaarpot en ik verzeilde in een goedkoop pension voor deftige heren en studenten.
      Van dat ogenblik af liepen onze wegen geleidelijk uiteen. Het gebeurde dat ik Oscar in geen weken zag en als wij elkaar tegen het lijf liepen, was het nog meestal toevallig want hij werd altijd door een of ander lokaas opgejaagd, terwijl ik rustig mijn broeken versleet op de kruk van een publiciteitskantoor. Bij Delwiche in de Wisselstraat.
      Soms dacht ik dat hij weer naar Scandinavië was vertrokken. Maar dan kwam hij, na maanden windstilte, weer opdagen in een gloednieuw kostuum, met een dure sigaar in zijn mond en met een aanstekelijke glimlach.
      Die sporadische verschijningen waren gewoonlijk even onstuimig als onverwacht. Ik geloof dat hij geplaagd werd door gewetenswroeging omdat ik van mijn schamele kantoorwedde amper genoeg had om mijn hemden elke vier weken in de was te geven. Of was het alleen maar een soort van tijdverdrijf?
      Zijn bezoeken waren in ieder geval telkens de aanleiding tot rumoerige escapades, die gewoonlijk vroeg in de morgen eindigden met een hese Vlaamse Leeuw of een krijgshaftig geuzenlied, als een hymne aan de schele hoofdpijn waarmee wij naderhand voor onze zonden gestraft werden.
      Die heroïsche tijd is nu al lang voorbij, Max.
      Ik herinner mij niet eens meer de woorden van de Vlaamse Leeuw en het duurt nu al meer dan zeven jaren dat Oscar op zijn mansarde naar adem ligt te snakken.
      Ik vertel u deze bondige biografie opdat gij zoudt weten dat ik reeds vroeg alleen met de stier in de arena werd gejaagd en ook opdat gij de omstandigheden zoudt begrijpen waarin ik uw moeder leerde kennen.
      Het was inderdaad in deze troebele periode van mijn
leven en dankzij de bemiddeling van Oscar, dat het late wonder gebeurde waaruit gij als een tweede wonder zijt
opengebloeid.
      Verontschuldig de poëtische vlucht van die laatste volzin, Max, en drink nog eens van uw borrel.
      Gij zult het nodig hebben!


Meer leesfragmenten

Leesfragment: Breydel - Lisa Demets

In Breydel brengt Lisa Demets de geschiedenis achter de succesvolle branding van de Brugse familie Breydel. Middeleeuwse kronieken vormen de rode draad in dit verhaal over de weg naar de macht van de beroemdste Brugse beenhouwersfamilie in de veertiende en vijftiende eeuw. Lees hier het eerste deel van de inleiding.

Lees meer »

Leesfragment: Over dit gevoel is nagedacht - Tyche Beyens

Over dit gevoel is nagedacht van Tyche Beyens is een queeste naar de liefde van vier eind-twintigers, die dat veelzijdige begrip stapsgewijs proberen te ontleden. Het is een liefdesverhaal over voelen in een eeuw waarin zo veel wordt nagedacht. Lees hier het eerste hoofdstuk uit Beyens' debuut. 

Lees meer »

Leesfragment: NOU EN - Patrick Van Gompel

In NOU EN gaat Patrick Van Gompel onverdroten op zoek naar de ziel en het karakter van de Nederlanders. Hij baseert zich hiervoor op tientallen interviews met spraakmakende BN’ers en gewone noorderburen. Hij vult dit aan met een rijke voorraad aan liedjes, boeken, cabaret en media. Lees hier het eerste hoofdstuk uit Van Gompels boek over het land van kaas en klompen.

Lees meer »

Leesfragment: We worden er niet jonger op - Michel Follet

We worden er niet jonger op is het vervolg van het in 2021 verschenen relaas Wanneer zien we u terug? over twee eigenzinnige negentigplussers in een woonzorgcentrum. Veel lezers herkenden zich in de petites histoires vol tragiek en humor. Nooit zwaarmoedig, wel realistisch en vaak onverbloemd. Lees hier het voorwoord van het nieuwste boek van Michel Follet.

Lees meer »