DW B, het literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, is na De Gids het oudste literaire tijdschrift uit het Nederlandse taalgebied. Onder hoofdredactie van Hugo Bousset is DW inmiddels een laboratorium voor de kruisbestuiving van literatuur en andere kunstvormen, zowel op papier als digitaal en met een regelmatig aanbod van podiumactiviteiten. Door literatuur, beeldende kunst, fotografie, architectuur en andere kunsten met elkaar in contact te brengen hoopt het tijdschrift elk van die kunsten tot een voortdurende staat van vernieuwing en verwondering te brengen.

DW is bovendien een van de grootste literaire tijdschriften. In de redactie werken talenten als Arnoud van Adrichem, Charlotte van den Broeck, Elma van Haren, Koen Peeters, Yves Petry, Maud Vanhauwaert en Peter Vermeersch mee aan voortdurende kwaliteit, relevantie, revelatie en innovatie.

VERSCHENEN:

DW B 2019 2
DE MAGMAKAMER
 

Curatoren CHARLOTTE VAN DEN BROECK en JEROEN DERA gaan op zoek naar literair vulkanisme.

Helse ondergrondse hitte stuwt smeltend gesteente omhoog. Dat verblijft vervolgens in de magmakamer. Wanneer de druk daar te groot wordt, barst de vulkaan uit. Bij een eruptie worden gloeiende sintels en as de lucht ingeblazen, of er ontstaan hete lavastromen. De curatoren hebben uit 342 inzendingen van debuterende schrijvers een selectie gemaakt waarin jonge, nog ondergrondse stemmen uitbarsten, met veel vuur en rumoer. MALIKA SOUDANI, ARNO BOEY, BENJAMIN DE ROOVER, BOB VANDEN BROECK, DORIEN DE WIT, DAVID HUYGHE, JAN DAEMS, JOOST OOMEN, BETÜL ŞEFIKA, WOUT WAANDERS, DEWI DE NIJS BIK, ANNE-SOPHIE DE MEY, FEMKE ZWIEP, WILLEMIJN KRANENDONK, MONA THIJS, FREDERICK POTGIETER, SANAM SHERIFF.

Jonge schrijvers breken door: JENS MEIJEN, GIUSEPPE MINERVINI en HANS DEPELCHIN.

Nog jongere auteurs worden ontdekt: de winnaars van Babylons Interuniversitaire Literaire Prijs WILLEM DE PESSEMIER en  ELIANNE VAN ELDEREN, en van Editio Debutantenschrijfwedstrijd IRIS ROGGEMA.

Debuteren telkens opnieuw: JOHAN DE BOOSE en ATTE JONGSTRA.

Beelden in het nummer zijn van ARNE WASTYN.
 

NU ONLINE:

Overleven in niemandsland. Liesbeth D'Hoker over De Aardappelcentrale van Atte Jongstra

'Met De Aardappelcentrale, een schelmenroman die zich afspeelt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, voltooit Atte Jongstra, na Groente (1991) en Worst (2014), wat hij zelf de klassieke drieslag van de Hollandse maaltijd’ noemt – ‘piepers, groente en vlees. In opgeteld drie boeken, die in wezen niets met eten te maken hebben.’'

-

Zout van goud. Bart Vervaeck over Zout van Marc Reugebrink

'Er zijn verhalen die we menen te kennen. Zo weten we dat de zeespiegel stijgt, dat zuiver water steeds zeldzamer en duurder wordt en dat de industrialisering de natuur vaak bedreigt. Maar de nieuwe roman van Marc Reugebrink, die over deze bekende, zelfs modieuze verhalen gaat, is zo verrassend en ontregelend dat je na de lectuur van Zout met heel andere ogen naar de vertrouwde werkelijkheid kijkt.'

-

Het monster van de romankunst. Kim Gorus over Marie Kessels' Veldheer Banner 

'Marie Kessels heeft van het lichamelijke, en van lichamelijke ongemakken in het bijzonder, een centraal thema in haar werk gemaakt. Zo verkent Een sierlijke duik (1993) de pijnlijke poses van een naaktmodel, of bespreekt Ruw (2009) de ervaringen van een recent blind geworden vrouw. In haar laatste roman, Veldheer Banner, beschrijft fotografe Dana Stromberg haar ontmoetingen met Saul Banner, een aan parkinson lijdende professor filosofie.'

-

Jonge wolven XXI. Een nieuw literair oogpunt. De objectgerichte blik in De zon als hij valt van Joost Oomen

'Toen ik vanochtend de gordijnen opende, zag ik een dik pak sneeuw de straat bedekken. Het was een uur of zes. De meeste mensen moesten nog naar hun werk vertrekken, dus van autobanden en voetsporen was nog niets te zien. Even toonde de wereld wat hij zonder ons kon zijn. In deze briefwisseling wil ik het met jullie over De zon als hij valt van Joost Oomen hebben, een novelle waar de mens ook naar de achtergrond verdwijnt.'

Taal als rollend rotsblok. Jens Meijen over Wessel te Gussinklo's De hoogstapelaar 

'Wessel te Gussinklo heeft altijd al zijn eigen pad bewandeld. Hij neigt niet naar zaken die tegenwoordig hip zijn, heeft geen boodschap aan hedendaagse conventies en populaire literaire vormen; hij hoeft geen simpele dagboekzinnetjes, geen thrillerachtige plottwists, geen klimaatrevolutie, geen onverholen politiek getoeter, geen essayistische autofictie, niks van dat alles. Dat blijkt eens te meer uit zijn nieuwste werk, De hoogstapelaar, waarin te Gussinklo’s anti-modieuze literaire koppigheid bijzonder verfrissend proza oplevert.'

-

Hoe word ik een drijvend huis. Liesbeth D'Hoker over Nachtouders van Saskia de Coster

'Aan de lancering van Saskia de Costers nieuwe roman Nachtouders ging een heuse hashtagcampagne vooraf: 'Ik ben een #nachtouder – who is with me?’ twittert De Coster. Haar uitgeverij Das Mag, die sterk inzet op de promotie van zijn auteurs, verspreidt getuigenissen van bekende koppen over hun falende ouderschap en koppelt er een oproep tot een eigen mea culpa aan vast. We kunnen niet om het belang van identificatie in de receptie van cultuur heen, dat heeft Das Mag goed begrepen. Zou De Coster zich in haar tiende worp schaamteloos overgeven aan emo-fictie van de ploetermoeder, de zuchten waar radeloze mama’s een blog mee vullen? Met mensen die net een kind kregen, weet je het immers nooit.'

-

Grand Hotel Europa is Ilja Leonard Pfeijffers nieuwste spiegelpaleis

'Nu Grand Hotel Europa genomineerd is voor de Libris Literatuurprijs, terwijl Pfeijffer die ook al voor La Superba ontving, rijst de vraag of dat eigenlijk wel kan: dezelfde auteur opnieuw dezelfde onderscheiding in ontvangst laten nemen voor een boek dat hij in feite al een keer neergepend heeft.'