DW B, het literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, is na De Gids het oudste literaire tijdschrift uit het Nederlandse taalgebied. Onder hoofdredactie van Hugo Bousset is DW inmiddels een laboratorium voor de kruisbestuiving van literatuur en andere kunstvormen, zowel op papier als digitaal en met een regelmatig aanbod van podiumactiviteiten. Door literatuur, beeldende kunst, fotografie, architectuur en andere kunsten met elkaar in contact te brengen hoopt het tijdschrift elk van die kunsten tot een voortdurende staat van vernieuwing en verwondering te brengen.

DW is bovendien een van de grootste literaire tijdschriften. In de redactie werken talenten als Arnoud van Adrichem, Charlotte van den Broeck, Elma van Haren, Koen Peeters, Yves Petry, Maud Vanhauwaert en Peter Vermeersch mee aan voortdurende kwaliteit, relevantie, revelatie en innovatie.

VERSCHENEN:

DW B 2019 3 
Het literair klimaat 2010-2019
 

In de 21e eeuw is de periode van de grote literaire bewegingen én stromingen voorbij, zo hoor je wel eens rondzingen. Geen poëticale of polemische schermutselingen maar maatschappelijke discussies beheersen mee het literair klimaat van vandaag, zeggen anderen. Liever dan onder elkaar over literatuur te debatteren, zoeken auteurs hun positie en identiteit in de wereld buiten het boek.

Hoe heeft de Nederlandstalige literatuur zich tussen 2010 en 2019 ontwikkeld, in een cultuur die steeds dieper beïnvloed wordt door andere media en door het vrijemarktmodel? Hoe stellen de jonge auteurs van dit moment hun kompas af om in dit landschap te navigeren? Wat is de relatie tussen commercie en literatuur bij de intrede van Griet Op de Beeck? Welke impact had de oprichting van Das Magazin? En wie zijn de beste millennialdebutanten?

Het literair klimaat 2010-2019 presenteert in tien essays voor het eerst een overzicht van toonaangevende ontwikkelingen in de Nederlandstalige literatuur van dit decennium. De samenstellers zijn LAURENS HAM en SVEN VITSE. Met bijdragen van onder meer GEERT BUELENS, JEROEN DERA, SANDER BAX, YRA VAN DIJK en ESTHER OP DE BEEK.

 

NU ONLINE:

Bezwerend beschrijven. Bram Lambrecht over Naar het gras van Bernard Dewulf

'De meeste gedichten in Naar het gras houden het midden tussen herkenning en vervreemding. Op het eerste gezicht doen ze anekdotisch aan en schetsen ze een scène in een vertrouwd, vaak huiselijk decor (de slaap- of schrijfkamer, de stad, de tuin) en op een herkenbaar moment in de tijd (de avond, de ochtend of de nacht, een zomerse middag). De deiktische bijwoorden ‘hier’ en ‘nu’ duiken herhaaldelijk op en suggereren niet alleen een obsessie met tijdruimtelijke ijkpunten, maar vestigen ook de aandacht op het moment en de ruimte van het schrijven – of het lezen.'

-

Zo onbemeten ruim is de horreur. Geertjan de Vugt over Anneke Brassinga's Verborgen tuinen

'De epifanie als sleutel tot de geest? Misschien is het al te gewaagd dit in de poëzie van Brassinga te lezen. Zelf heeft ze eens een sterk onderscheid tussen poëzie en mystiek getrokken, toen ze schreef dat mystiek ‘een vorm van naaktheid is tegenover het ontbreken van wat zich ooit absoluut aanwezig heeft gemaakt, zonder enige poëzie, en al helemaal niet speels.’'

Overleven in niemandsland. Liesbeth D'Hoker over De Aardappelcentrale van Atte Jongstra

'Met De Aardappelcentrale, een schelmenroman die zich afspeelt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, voltooit Atte Jongstra, na Groente (1991) en Worst (2014), wat hij zelf de klassieke drieslag van de Hollandse maaltijd’ noemt – ‘piepers, groente en vlees. In opgeteld drie boeken, die in wezen niets met eten te maken hebben.’'

-

Zout van goud. Bart Vervaeck over Zout van Marc Reugebrink

'Er zijn verhalen die we menen te kennen. Zo weten we dat de zeespiegel stijgt, dat zuiver water steeds zeldzamer en duurder wordt en dat de industrialisering de natuur vaak bedreigt. Maar de nieuwe roman van Marc Reugebrink, die over deze bekende, zelfs modieuze verhalen gaat, is zo verrassend en ontregelend dat je na de lectuur van Zout met heel andere ogen naar de vertrouwde werkelijkheid kijkt.'

-

Het monster van de romankunst. Kim Gorus over Marie Kessels' Veldheer Banner 

'Marie Kessels heeft van het lichamelijke, en van lichamelijke ongemakken in het bijzonder, een centraal thema in haar werk gemaakt. Zo verkent Een sierlijke duik (1993) de pijnlijke poses van een naaktmodel, of bespreekt Ruw (2009) de ervaringen van een recent blind geworden vrouw. In haar laatste roman, Veldheer Banner, beschrijft fotografe Dana Stromberg haar ontmoetingen met Saul Banner, een aan parkinson lijdende professor filosofie.'

-

Jonge wolven XXI. Een nieuw literair oogpunt. De objectgerichte blik in De zon als hij valt van Joost Oomen

'Toen ik vanochtend de gordijnen opende, zag ik een dik pak sneeuw de straat bedekken. Het was een uur of zes. De meeste mensen moesten nog naar hun werk vertrekken, dus van autobanden en voetsporen was nog niets te zien. Even toonde de wereld wat hij zonder ons kon zijn. In deze briefwisseling wil ik het met jullie over De zon als hij valt van Joost Oomen hebben, een novelle waar de mens ook naar de achtergrond verdwijnt.'

Taal als rollend rotsblok. Jens Meijen over Wessel te Gussinklo's De hoogstapelaar 

'Wessel te Gussinklo heeft altijd al zijn eigen pad bewandeld. Hij neigt niet naar zaken die tegenwoordig hip zijn, heeft geen boodschap aan hedendaagse conventies en populaire literaire vormen; hij hoeft geen simpele dagboekzinnetjes, geen thrillerachtige plottwists, geen klimaatrevolutie, geen onverholen politiek getoeter, geen essayistische autofictie, niks van dat alles. Dat blijkt eens te meer uit zijn nieuwste werk, De hoogstapelaar, waarin te Gussinklo’s anti-modieuze literaire koppigheid bijzonder verfrissend proza oplevert.'

-