Leesfragment: Joséphine - Anne-Laure Van Neer

Wat als je kon kiezen wanneer en hoe je sterft? Anne-Laure Van Neer heeft met Joséphine een meeslepend verhaal over leven, dood en vrije keuze geschreven - met veel tongue in cheek. Lees hier een voorproefje.

Joséphine
Anne-Laure Van Neer

 

ISBN: 9789464341119
Prijs: €22,50


Gustaaf was vredig en ook snel gestorven.

      De leden van de Thanatosclub waren in opperbeste stemming tijdens de koffietafel, die plaatsvond  in de refter van de serviceflats en het woonzorgcentrum Den Groenen Hof. Het nieuwe recept voor de cake met belladonnabesjes was een succes gebleken.

       ‘Mag ik de ham?’ vroeg de Kolonel, die een derde broodje met een dikke laag boter smeerde. We waren op een leeftijd gekomen waarop de dreiging van slagaderverkalking niet meer opwoog tegen lekker eten.

       ‘Er is straks nog taart,’ waarschuwde ik hem.

      Het vaste menu van Uitvaartdiensten Van De Put bestond uit broodjes met ham en kaas, gevolgd door taart. En koffie. Uiteraard. Dat hoorde bij een koffietafel.

       ‘Is het gewone eetbare taart?’ vroeg Ida, die een kruimel uit haar mondhoek veegde.

       ‘Sst. Niet hier.’ Voor de zekerheid legde ik een vinger op mijn lippen, zodat ze zou begrijpen dat dit de tijd noch de plaats was om het onderwerp aan te snijden.

      Discretie was een van de grondregels van onze club.

      Mijn blik gleed naar de tafel naast ons waar de werknemers van Den Groenen Hof samenzaten. Tim, de directeur, keuvelde samen met zijn vrouw, het verplegend personeel en een secretaresse. Gelukkig leek niemand Ida’s opmerking te hebben gehoord.

       ‘Laten we het glas heffen op Gustaaf. Een ware held,’ zei de Kolonel terwijl hij een glas sherry omhooghield. Germaine, Ida, Brigitte, Roger, de Kolonel en ik hieven onze glazen in de lucht.

       ‘Thanatos…’ fluisterde de Kolonel.

       ‘Tot in de kist…’ vulde de rest van het gezelschap aan.

      We klonken en dronken op deze geslaagde uitvaart.

      Dat Gustaaf een nieuw recept wilde uittesten voor de Thanatosclub was inderdaad niets minder dan een heldendaad. Er waren eerder al pogingen ondernomen, waarvan de resultaten desastreus bleken. Eugenie had nog weken in coma gelegen na het eten van taxusbeignets. Hoewel haar lichaam het uiteindelijk begaf, werd het recept niet opgenomen in het register van de club wegens niet dodelijk genoeg.

      We moesten ergens een grens trekken.

       ‘Joséphine, u zorgt ervoor dat de cake van Gustaaf wordt opgenomen in de lijst?’ zei de Kolonel, die zich weer een glas sherry inschonk.

       ‘Uiteraard, Kolonel. U kan op mij rekenen.’ Ik hield het receptenboek bij, dat was mijn taak als ondervoorzitter en penningmeester van de Thanatosclub.

      Germaine boog zich voorover en fluisterde: ‘Ik wil graag laten optekenen dat ik de koekjes met belladonnabesjes wens in plaats van de taxusmilkshake.’

      Ida legde haar broodje neer, nam een zwart schriftje uit de zak van haar schort en begon ijverig te schrijven.

       ‘Dat staat genoteerd,’ zei ze.

      Ik keek om me heen, maar niemand scheen zich druk te maken over onze bezigheden. ‘Misschien moeten we dit bij een volgende vergadering regelen, dan hebben we vast wat meer privacy.’ Ik knikte ostentatief naar de nabije tafels in de hoop dat Ida de boodschap zou begrijpen. Blijkbaar hadden we verschillende opvattingen over wat discretie inhield.

      De mensen om ons heen waren grotendeels bewoners van Den Groenen Hof. Hoewel sommigen onder hen zelfs niet zouden opschrikken als een toeterende trein vlak naast hen zou razen, hadden de meesten nog voldoende gehoor om onze gesprekken op te vangen. De activiteiten van de Thanatosclub moesten strikt geheim blijven. Dat was noodzakelijk voor het overleven van de vereniging.

      De Kolonel, die voorzitter was, knikte. ‘Dat lijkt me inderdaad veiliger, Joséphine. Dergelijke aantekeningen en opmerkingen houden we best voor tijdens de vergaderingen, wanneer er geen omstanders zijn.’

      Tim Van Kerkhoven, de directeur van Den Groenen Hof, kwam samen met zijn echtgenote naar ons toegelopen.

       ‘Ida, het boekje, weg!’ zei ik. Om de aandacht af te leiden van het boekje, wuifde ik hartelijk naar Tim en zijn vrouw. Ida stak het schriftje veilig weg in haar schort.

       ‘En hoe gaat het hier?’ vroeg Tim, die de handen op de rugleuning van de stoel van Germaine liet rusten.

       ‘We zullen Gustaaf missen.’ Brigitte tuitte haar opgespoten lippen en duwde haar losse dot weer in vorm. Brigitte, 77 jaar, secretaris van de club, leefde met het idee dat haar vrouwelijke charmes onweerstaanbaar waren. Niemand waagde het om haar te vertellen dat haar gloriedagen, als die er al waren geweest, dateerden uit een vorig millennium. Daar kon zelfs haar plastisch chirurg, bij wie ze vaste klant was, niets aan veranderen.

       ‘Jullie kennen mijn vrouw Mina nog?’ zei Tim, die de brunette naast hem bij de taille vastnam. Zijn vraagstelling was mogelijkerwijs een heimelijk plan om ons geheugen te testen, om te zien of we nog wel helder van geest waren. Ik herhaalde haar naam in mijn hoofd, om hem goed in te prenten.

      Mina glimlachte hartelijk.

       ‘Natuurlijk kennen we Mina, u bent de rechterhand van Tim, nietwaar?’ zei ik. Een aantal leden ervoeren af en toe wat last van hun geheugen, dat was eigen aan de leeftijd, dus kon het geen kwaad om informatie te herhalen.

       ‘Rechterhand is veel gezegd, ik help hem af en toe met de boekhouding en de administratie,’ antwoordde ze.

      We knikten allen Mina vriendelijk toe, behalve Ida die weer een nieuw broodje opensneed.

      Tim rechtte de rug en keek ons trots aan. ‘Dit is misschien niet het meest geschikte moment om een aankondiging te doen, maar nu iedereen hier toch zit.’
      Hij pauzeerde, alsof hij wachtte op tromgeroffel.
       ‘We gaan een nieuw appartementsblok bouwen.’

       ‘Een gebouw? Hier?’ vroeg Brigitte. Ze trok haar wenkbrauwen op, maar haar voorhoofd bleef glad als de billen van een speenvarken.

      Tim knikte. ‘Inderdaad. Het wordt een moderne afdeling met flats, waar we extra bewoners kunnen ontvangen. Zo wordt de wachtlijst ingekort.’

       ‘Wat fijn,’ zei ik.

      Na het overlijden van Gustaaf zouden we sowieso een nieuw lid moeten rekruteren om zijn plaats in te vullen. Doorgaans bleven niet veel mannen over in onze leeftijdscategorie, dus was het niet makkelijk om een nieuw lid te vinden dat kon helpen met het onderhouden van de tuin.

       ‘Het zal nogal wat hinder met zich meebrengen als de werkmannen aan de slag gaan in de tuin, maar we zullen proberen om het tot een minimum te beperken.’ Tim had een triomfantelijke blik in de ogen.

       ‘Wat bedoelt u?’ vroeg ik.

      De Kolonel legde een hand op zijn hart. ‘De tuin?’

       ‘Het nieuwe gebouw komt in de plaats van de tuin,’ zei Tim, alsof er helemaal niets aan de hand was.

      Ik voelde me bleek wegtrekken.

      De tuin.

      Het kloppende hart van onze club, daar waar we gedurende jaren hadden geploegd, geplant en gewroet. Waar ons assortiment giftige planten groeide, die ons de nodige vrijheid garandeerde om zelf uit het leven te stappen wanneer we wensten, ongeacht de grillen van humeurige artsen en wetten over wilsbekwaamheid die voor interpretatie vatbaar waren.

       ‘U… u gaat een gebouw zetten daar waar de tuin staat?’ De Kolonel stond op en leunde op de tafel.

       ‘Dat klopt. Er zullen wel twintig flats bijkomen. Is dat geen prachtig nieuws?’ zei Tim met een sprankelende glimlach. ‘Ik moet alweer vertrekken, het werk stopt nooit.’ Samen met Mina wandelde hij naar de uitgang van de refter.

        ‘Vanavond om 20 uur spoedvergadering van de Thanatos,’ zei de Kolonel. Hij draaide een kwartslag op zijn hielen en marcheerde de zaal uit.

        ‘Is er nog taart?’ vroeg Ida.

Om stipt 20 uur zaten vijf van de zes leden van onze groep bij de bankjes in de gemeenschappelijke tuin van Den Groenen Hof.

       Iedereen was er, behalve Germaine.

       De Kolonel keek op zijn horloge, stond op en staarde ons geërgerd aan. Stiptheid vond hij belangrijk.

        ‘We openen deze noodvergadering van de Thanatosclub,’ zei hij met de nodige ernst. Zoals gewoonlijk was de vouw in zijn broek zo strak gestreken dat je er een varken mee zou kunnen kelen. Dat viel overigens niet mee, zo’n beest was sterker dan het leek, herinnerde ik me van vroeger op de boerderij.

       De Kolonel richtte zich tot Brigitte die met haar notitieblok en pen klaar zat om notulen te nemen.

        ‘Noteer dat iedereen aanwezig is, behalve Germaine. Heeft iemand haar al kunnen bereiken?’ vroeg hij.

       De hoofden schudden gezamenlijk. Het was niet van Germaines gewoonte om haar afwezigheid niet te melden. Doorgaans was ze er als de kippen bij als er vergaderd moest worden, net als alle andere leden trouwens. Eens je een gevorderde leeftijd had bereikt, werden alle bijeenkomsten die je redden van de eenzaamheid aanvaard met de gretigheid van een uitgehongerde straathond die een aalmoes toegeworpen krijgt.

       Mijn blik gleed over het wandelpad, dat langs de drie zijden van het U-vormige gebouw slingerde.

       Twee van de drie vleugels bestonden uit flats voor residenten die er zelfstandig konden wonen. In de derde vleugel was het verzorgingstehuis ondergebracht, waar bewoners naartoe gingen als ze niet meer zelfredzaam bleken.

       Germaine was recentelijk verhuisd naar die afdeling nadat ze haar frietketel was vergeten af te zetten en het hele gebouw moest worden geëvacueerd na een brandje. Misschien was haar ontglipt dat er een vergadering op de planning stond, of had ze haar vals gebit weer kwijtgespeeld en werd ze daarom opgehouden. Ik zou haar morgen een bezoekje brengen, nam ik me voor.

        ‘Onze tuin is in gevaar.’ De Kolonel fronste zijn borstelige wenkbrauwen. ‘Zoals u allemaal heeft gehoord, wenst Tim Van Kerkhoven Den Groenen Hof uit te breiden. Aan de ijzeren toegangspoort van het gebouw hangt een stedenbouwkundige vergunning ondertekend door Tim, directeur en eigenaar van Den Groenen Hof.’

       Iedereen hield de adem in. Vervolgens verviel de groep in een geroezemoes van verontwaardigde uitingen. Brigitte noteerde ijverig.

        ‘Dat kunnen ze niet maken. Het is onze tuin,’ riep Roger.

        ‘En wat met de Thanatosclub? En de ingemaakte groenten? En de confituur?’ Ida’s primaire bestaansreden draaide om alles wat eetbaar was.

       De Kolonel klapte in de handen. Kolenschoppen. ‘Stilte in de tuin!’ riep hij met zijn kolossale stem. Hij bekleedde vroeger tal van gezagsfuncties. De groep zweeg.

        ‘Ik geef het woord aan de ondervoorzitter en penningmeester. Joséphine, geeft u de stand van zaken?’ De Kolonel deed een stap opzij. Ik ging naast hem staan.

        ‘Ik ben deze namiddag nog naar het gemeentehuis geweest om te polsen of we verzet kunnen aantekenen tegen de bouw,’ zei ik. ‘De gemeente heeft de toestemming gegeven om dit stuk grond te verkavelen. Er is nood aan meer opvangplaatsen in het tehuis. Volgens hen valt er niets tegen de nieuwbouw te ondernemen.’

        ‘Zoals u ziet, hebben we een probleem,’ vatte de Kolonel samen.

        ‘We moeten toch iets kunnen doen?’ Ida nam een hap van een zandkoekje en veegde de kruimels van haar gebloemde schort.

        ‘Dat horen we nu te bespreken,’ antwoordde de Kolonel.

        ‘En wat als we ons vastketenen aan de poort en in hongerstaking gaan?’ zei Brigitte. Ze blies een haarlok uit haar ogen. ‘Zoals toen in de jaren zeventig, love and peace en zo.’ Brigitte knipoogde naar de Kolonel en tuitte haar lippen als een kalf op zoek naar een uier. Haar echte naam was Gerda, maar Brigitte klonk exotischer, vond ze. Behalve de voornaam had ze ook de losse dot, de met kohlpotlood zwartomrande ogen en de onbegrensde liefde voor dieren, inclusief mannen, van Bardot overgenomen. We prezen ons gelukkig dat huisdieren niet toegelaten waren in de flats. Niemand zat te wachten op een verweesde zeehondenpup in een gehorig gebouw.

        ‘En dan halen we de media erbij!’ zei Roger. ‘Als we er een schandaal van maken, dan kunnen ze niet om ons heen.’

        ‘Ik heb suikerziekte. Ik kan niet in hongerstaking.’ Ida kruiste de armen over elkaar om haar woorden kracht bij te zetten. Ze hield van eten en was ook degene die het receptenboek van de Thanatosclub mee had opgesteld. Het moet gezegd dat haar recepten altijd feilloos werkten. Behalve dat van de taxusbeignets.

        ‘Kunnen we nog iets anders verzinnen?’ vroeg ik vooral uit voorzorg. De meeste bewoners werden wat kregelig als ze honger hadden. God weet wat er zou gebeuren als we dan nog eens aan elkaar én aan een poort vastgeketend zouden zitten. Ida at werkelijk alles wat verteerbaar was. De gevolgen waren niet te overzien.

        ‘We zouden de tuin kunnen aankopen,’ zei de Kolonel. ‘Dan moet iedereen bijleggen.’

        ‘Ik kom nu al niet rond met mijn pensioentje,’ zei Ida. ‘Ik overleef dankzij de oogst uit de tuin. Ik maak zelf mijn jam met de frambozen uit de tuin. 2,89 euro voor een potje confituur uit de winkel, waar halen ze die prijzen vandaan? Het is een schande.’ Ze gesticuleerde heftig. Ook al ging een groot deel van haar pensioen op aan zoetigheden, ze had wel een punt. Ik bezat ook wat spaargeld, maar niets spectaculairs. Vermoedelijk gold dat ook voor de andere leden.

        ‘Dat kan mijn paard ook niet trekken. Ik denk dat we niet rijk genoeg zijn om de grond te kopen,’ zei ik. ‘Bovendien is het onmogelijk om nog een lening aan te gaan op onze leeftijd.’

       Het jongste lid van de Thanatosclub was al voorbij de zeventig jaar oud. Een bank zou nog liever het geld door het raam gooien dan ons iets te lenen.

       Als we de grond niet konden kopen en de gemeente ons niet wilde helpen, moesten we het probleem vanuit een andere optiek bekijken.

        ‘Kunnen we Tim niet aanspreken en vragen of hij zijn gebouw ergens anders wil neerzetten?’ vroeg ik.

        ‘Misschien, al weet ik niet of hij zal luisteren,’ antwoordde de Kolonel.

        ‘Onze tuin… Als ze alle taxussen, oleanders en belladonna’s weghalen, dan heeft de club geen grondstoffen meer. Waar halen we het gif dan vandaan?’ vroeg Brigitte, die eindelijk begreep wat het probleem inhield.

        ‘Wie gaat er ons verlossen uit ons lijden als we er zelf niet meer toe in staat zijn? Zelfs als we een andere tuin vinden, dan moeten we helemaal opnieuw beginnen. Het duurt jaren vooraleer we weer de nodige planten hebben die het hele jaar rond gif produceren,’ zei Ida.

       Ik knikte. ‘Het zal inderdaad niet makkelijk zijn. Het heeft wat tijd gekost om in alle seizoenen optimaal te kunnen oogsten.’ Het was een fragiel evenwicht geweest om de nodige gewassen te vinden die voldoende toxisch waren en in verschillende seizoenen gebruikt konden worden, zodat we er te allen tijde een beroep op konden doen.

        ‘Misschien is Tim niet ongevoelig aan vrouwelijke charmes,’ opperde Brigitte. Ze knipperde met haar wimpers en nam een uitdagende pose aan.

       Wellicht was een jonge Bardot ermee weggekomen, maar onze Brigitte beschikte, ondanks verschillende ingrepen om alles strak te houden en haar verwoede pogingen om begeerlijk uit de hoek te komen, over de sexappeal van een bussel soepprei. Wat het vooral ongemakkelijk maakte, was dat ze het zelf niet besefte en dat niemand haar met de neus op de feiten durfde te drukken. Het leek me dus beter om haar opmerking te negeren en een ander voorstel in te dienen, want als ze een charmeoffensief zou inzetten, was de strijd op voorhand al verloren.

        ‘We zouden een petitie kunnen starten?’ zei ik. ‘Als we voldoende handtekeningen verzamelen van bewoners en mensen uit de omgeving die tegen de nieuwbouw zijn, dan verandert Tim misschien van gedachten? Hij lijkt me toch voor rede vatbaar.’

        ‘Bij gebrek aan een beter idee, lijkt het me het proberen waard,’ zei de Kolonel en hij veegde een onzichtbaar pluisje van zijn colbert.

        ‘Voorlopig dienen echter maatregelen te worden getroffen betreffende de werking van de Thanatosclub. Vanaf heden wordt een ledenstop ingelast tot we weer optimaal operationeel zijn en Operatie Overlord succesvol is afgerond.’ De Kolonel had de gewoonte om alle acties van de vereniging in militaire operaties om te dopen. Niemand nam er aanstoot aan, tenslotte was hij de voorzitter.

        ‘Een ledenstop? Waarom?’ vroeg Brigitte. ‘We zouden best nog wat mannen kunnen gebruiken om in de tuin te werken. Sterke mannen zoals de Kolonel.’ Ze knipperde weer met haar ogen, als een bejaarde Bambi.

       Ik sprak Brigitte aan. ‘De Thanatosclub staat en valt met het gif. Als er geen gif meer is, kan de vereniging niet meer garanderen dat de leden geholpen worden. We houden ons dus best even rustig qua rekrutering tot dit probleem opgelost is. We hebben allemaal een belofte gemaakt tegenover elkaar. We moeten zeker zijn dat we alvast die eed kunnen waarmaken.’

       De Kolonel blikte weer op zijn horloge. ‘Het is tijd om af te ronden. Brigitte zal een formulier opmaken voor de petitie en alle leden zullen handtekeningen proberen te ronselen, waarna Joséphine en ik deze zullen voorleggen aan Tim Van Kerkhoven,’ zei hij. ‘Ondervoorzitter, ik denk dat we klaar zijn voor de stemmingsronde voor Operatie Overlord.’ De Kolonel blikte mijn richting uit.

       Ik deed een stap vooruit. ‘Wie stemt er voor de petitie?’

       Vijf handen gingen de lucht in.

        ‘Wie stemt er voor een tijdelijke ledenstop?’

       Wederom gingen alle handen omhoog.

        ‘Brigitte, neemt u dat op in de notulen?’ vroeg de Kolonel.

       Ze knikte en schreef het ijverig op. De beslissingen van de club werden steeds genoteerd om mogelijke discussies over wat er nu al dan niet werd besloten tijdens een vergadering te beperken tot het minimum. Hoewel we allen nog gezegend waren met een werkend geheugen, speelde de leeftijd ons soms parten.

        ‘Operatie Overlord wordt unaniem goedgekeurd en aldus opgestart. Hierbij wordt de vergadering gesloten. Thanatos…’ riep de Kolonel, die keurig in houding ging staan.

        ‘Tot in de kist!’ scandeerden de groepsleden.

       Diep in gedachten verzonken liep ik weer naar mijn flat. Ik vroeg me af of een dozijn handtekeningen van een paar uitgerangeerde bejaarden voldoende zou zijn om de bouw van een nieuwe vleugel tegen te gaan. We hadden al vaker grieven geuit en in de meeste gevallen werd er niet echt op ingegaan. Hoe we dit moesten oplossen, wist ik niet.

       Eén ding was zeker.

       Ik zou de tuin nooit opgeven. Over mijn lijk.


Meer leesfragmenten

Leesfragment: Besloten stad - Jos Pierreux

Maart 2020, COVID-19 lockdown. De mondaine badplaats Knokke verandert in een spookstad, zijn inwoners zijn voorzichtig bij alles wat ze doen. De speurders werken maximaal van thuis uit. Wanneer in het Koningsbos een anoniem lijk wordt aangetroffen, zit rechercheur Stefaan Athenus met de handen in het haar. Door de pandemie is de politiebrigade onderbemand en er daagt geen versterking op. De brigadier dient te improviseren. Lees hier het eerste hoofdstuk.

Lees meer »

Leesfragment: Onvoltooid - Gie Bogaert

Onvoltooid is een delicaat en tegelijk indringend verhaal – gebaseerd op ware gebeurtenissen – over afkomst en verwantschap, waarheid en leugen, hoop en teleurstelling, maar vooral is het een hartroerende geschiedenis over de herinnering aan dat altijd weer ongrijpbare verlangen dat we intimiteit noemen. Lees hier alvast het eerste hoofdstuk.

Lees meer »

Leesfragment: 112 verhalen - Stef Vanlee

Laat je verrassen en dompel je onder in de bijzondere wereld van de urgentiegeneeskunde in 112 verhalen. Stef Vanlee vertelt in dit boek waargebeurde verhalen met een vaak dramatische afloop, verrassende ontknopingen en bizarre gebeurtenissen. De eerste twee verhalen krijg je hier als voorproefje.

Lees meer »

«