De gastvrouw - Brigitte Kronauer (Vertaald door Lucas Hüsgen)

Hoor je dat? Zo niet, dan maakt dat niet uit: daar, opnieuw: ‘weewijewewee, weewijewewee!’
            Dat moet ons soort mensen hier elke nacht, elke nacht een paar keer zien uit te houden, gefluisterd, gerocheld, gehuild, gebruld. Zou jij het niet kunnen verdragen? Dat leer je vanzelf! Onder bepaalde omstandigheden wen je eraan, ben je zelfs dankbaar, dat je niet buiten in de ijzige, bijgeval behoorlijk gevaarlijke stilte ligt, in de stilte die in een handomdraai eeuwig kan zijn.
            Ben jij een van die lui die vaak op perron 14 staan te wachten op de internationale trein? Kun je zien, je bent precies zo’n figuur, wat zal ik zeggen, op en top van kop tot teen. Je kleuren. Je heel persoonlijke stijl: alle nuances tussen grijs en zwart. Je houding: zo geconcentreerd als je gelaatsuitdrukking, als je manier van lopen. Geen stofje valt er aan je te vinden, ook als je nog snel koffie uit een kartonnen beker drinkt, ja zelfs licht en beheerst koukleumend in een croissant bijt.

De zeven levens van Matera - Isabelle Rossaert

Er lag een uitgebrand schip vlak naast het onze in de haven van Bari. Je kon het alleen zien vanuit de touringcar, daar zat je hoog genoeg om boven de met zeil beklede hekkens te kijken – zijn blauw-witte romp, de gapende gaten waar voorheen patrijspoorten en deuren waren, met rondom de zwarte blakering waar het vuur zich een weg naar buiten had gebaand.
          Ik had de indruk dat nauwelijks iemand in onze bus er acht op sloeg. Misschien keken de mensen wel bewust de andere kant uit – je wil niet worden geconfronteerd met wat er fout kan gaan als je net een dag geleden bent ingescheept voor een cruise op de Middellandse Zee. Op een Italiaans cruiseschip dan nog wel, en sinds de Costa Concordia weten we wat dat kan betekenen.
          Een vrouw had het wel opgemerkt, het uitgebrande schip. Ze zat achter me, het was een Italiaanse. Ze kreeg een telefoontje en ik hoorde haar zeggen dat ze de Anek-Ferry had zien liggen.

Utopie van het stilgezette nu. Over Nederlandse punk en poëzie rond 1980

Auteur: Laurens Ham - juni 2018

Download deze tekst in pdf hier

 

Scène 1. Rotterdam, 26 december 1979. Een tijdloze dichter, haar strak achterover, in een perfect zittend pak, zwarte handschoenen aan: dat moet Jules Deelder zijn. Hij staat op het kleine podium van Kaasee, een punkhol in zijn ‘eigen’ Rotterdam, en hij doet moeite om de kalmte te bewaren. Wie beter kijkt, ziet dat zijn pak met spuugklodders overdekt is.

Comments